De auteur is voorzitter van Infosys Technologies Limited.
...

De auteur is voorzitter van Infosys Technologies Limited.De economische integratie en de grensoverschrijdende bewegingen van mensen en kennis worden alsmaar intenser. De wereldhandel vertegenwoordigt vandaag 30 % van het wereld-BBP. Dat is vier keer meer dan begin jaren zeventig. De ontwikkelingslanden vormen een belangrijk hoofdstuk in dat verhaal. Hun volume van binnenkomende directe buitenlandse investeringen (DBI) bedraagt 30 % van hun bruto binnenlands product (BBP). In 1980 was dat amper 13 %. In China, India en Latijns-Amerika staan stilaan transnationale ondernemingen op, die wereldwijd de concurrentie aangaan, zoals Haier (China), Tata Motors (India), Acer (Taiwan), Petrobras (Brazilië), Cemex (Mexico) en de Indiase bedrijven die IT-diensten leveren. Dankzij die ondernemingen is het uitgaande volume van BDI's van de ontwikkelingslanden gestegen van 3 % van het BBP in 1980 naar 10 % vandaag. De globalisering en de informatierevolutie hebben de verwachtingen van de consumenten opgevoerd. Om daaraan tegemoet te komen, zullen de bedrijven kapitaal moeten zoeken waar dat het goedkoopst is, produceren waar het op de meest rendabele manier kan gebeuren en verkopen waar er het meeste winst geboekt kan worden, zonder gehinderd te worden door nationale grenzen. Dat is de essentie van de globalisering. Goederen en diensten moeten efficiënter geproduceerd worden. Een typisch scenario kan zijn dat de ontwikkeling van een product of dienst over een aantal landen verdeeld wordt, waarbij bijvoorbeeld experts in de VS bepalen wat de consument wil, Britten de kenmerken van het product vastleggen, Australiërs het technologische raamwerk aanbrengen, Indiërs de software ontwikkelen, Duitsers en Japanners fabriceren en Taiwanezen zorgen voor de verpakking. Dat nieuwe businessmodel zal hoogwaardige jobs verspreiden over heel de wereld en de internationale samenwerking uitdiepen. Ontwikkelingstaken worden gespreid over verschillende locaties. Het werk dat kan gebeuren in plaatsen waar men waar voor zijn geld krijgt en waar er geen gebrek is aan talent, zoals India, komt er het beste uit. Opdat dat model bruikbaar zou worden voor heel de internationale handel, zal een aantal belangrijke uitdagingen moeten aangegaan worden. Werken met teams die gespreid zitten over verschillende locaties veronderstelt een procesgedreven aanpak en standaardisering in de sleutelsectoren. Ook culturele kwesties dienen aangepakt te worden. Er zijn robuuste structuren nodig om ervoor te zorgen dat de risico's opgevolgd worden. En doeltreffend kennisbeheer staat centraal in elk samenwerkingsverband dat efficiëntie pretendeert. Het ordewoord zal zijn talent te gaan zoeken waar het beschikbaar is en internationale estafetteteams te vormen. Die virtuele teams zullen samenwerken en een snellere ontwikkeling nastreven. Als dat intellectueel vermogen onder controle gebracht kan worden, zal dat de groei aanzwengelen. De ondernemingen die dergelijke uitdagingen met succes aangaan, zullen de kracht van productleiderschap en kostenvoordelen combineren. Ze zullen op succesvolle wijze de creativiteit van een Italiaan vermengen met het professionalisme van een Amerikaan en de toewijding van een Indiër, om maar enkele nationaliteiten te noemen. Dergelijke ondernemingen kunnen overal in de wereld ontspruiten en ze zullen in 2005 de ware globale mededingers zijn. Narayana MurtyBedrijven zullen op succesvolle wijze de creativiteit van een Italiaan vermengen met het professio-nalisme van een Amerikaan en de toewijding van een Indiër.