Benjamin Franklin, een van de Founding Fathers van de Verenigde Staten, werkte van vijf uur 's morgens tot tien uur 's avonds. Hij voorspelde dat de mens een paar generaties na hem amper vier uur per dag zou werken. Ook de econoom John Maynard Keynes geloofde dat de technologische vooruitgang tot kortere werkdagen zou leiden. Zijn voorspelling kwam niet uit: de mens blijft een workaholic. Dat is het resultaat van een eeuwenlang proces, sc...

Benjamin Franklin, een van de Founding Fathers van de Verenigde Staten, werkte van vijf uur 's morgens tot tien uur 's avonds. Hij voorspelde dat de mens een paar generaties na hem amper vier uur per dag zou werken. Ook de econoom John Maynard Keynes geloofde dat de technologische vooruitgang tot kortere werkdagen zou leiden. Zijn voorspelling kwam niet uit: de mens blijft een workaholic. Dat is het resultaat van een eeuwenlang proces, schrijft de Zuid-Afrikaanse antropoloog James Suzman. Hij toont met historische voorbeelden aan hoe de mens getrouwd raakte met werk. Een cruciaal moment was toen de mens 15.000 jaar geleden als jager-verzamelaar overschakelde naar een sedentair leven en de landbouwrevolutie in gang zette. De mens moest intensiever bezig zijn, plannen, zich voorbereiden op rampen en ziektes, want een mislukte oogst kon het verschil maken tussen leven en dood. De jagers-verzamelaars hadden een veel rustiger leven, stelt Suzman. Hij ontkracht de stelling dat de prehistorische mens een tekort aan calorieën had. Volgens de auteur is zo'n nomadische leven nog altijd mogelijk. Hij baseert zich daarvoor op jarenlang veldonderzoek bij de Ju/'hoansi, een stam in Namibië. Was de keuze voor een sedentair leven dan een domme beslissing? Zover gaat Suzman niet. Hij toont aan dat werk als sociaal fenomeen almaar belangrijker werd. Naarmate mensen meer in steden ging wonen, werd het interessant omringd te zijn met mensen die dezelfde activiteit uitoefenen. De Romeinse ambachtslieden organiseerden zich in collegia en streefden gezamenlijke belangen na, zoals later de middeleeuwse gilden. Een baan zorgt ook voor houvast en zekerheid in het leven, leren de historische voorbeelden. Al is Suzman kritisch voor de huidige haastige werkcultuur die aan de basis zou liggen van depressies en burn-outs. Hij is een fan van onthaasting, maar daar schuilt ook de zwakte van zijn boek in: hij zegt er niet bij dat dat wellicht zal leiden tot een daling van het welvaartsniveau. Over de toekomst is het boek voorspelbaar pessimistisch: door de opkomst van artificiële intelligentie zullen veel banen verloren gaan. De geschiedenis leert dat het vaak opletten geblazen is met zulke voorspellingen.