De arbeidsmarkt ontspant. De VDAB ontvangt weer wat meer vacatures dan in 2013. Maar de groei is bescheiden en vertraagt alweer. De uitzendactiviteit wast wat aan, maar het is geen duurzaam herstel. Het aandeel van de knelpuntvacatures daalde vorig jaar substantieel. De vacaturegraad zakte zelfs onder het peil van 2009. Geen enkele indicator wijst op aanhoudende of toenemende krapte.
...

De arbeidsmarkt ontspant. De VDAB ontvangt weer wat meer vacatures dan in 2013. Maar de groei is bescheiden en vertraagt alweer. De uitzendactiviteit wast wat aan, maar het is geen duurzaam herstel. Het aandeel van de knelpuntvacatures daalde vorig jaar substantieel. De vacaturegraad zakte zelfs onder het peil van 2009. Geen enkele indicator wijst op aanhoudende of toenemende krapte. Niemand verwacht een snelle kentering. De economische groei slabakt in heel Europa. Duitsland kampt met een krimp, Frankrijk stagneert, Italië duikt in de derde recessie sinds 2008. Zelfs in Zwitserland sputtert de motor. In de Verenigde Staten gaat het wel behoorlijk hard, met een maandelijkse groei van ongeveer 230.000 banen. Maar dat lichtpuntje inspireert de OESO niet tot optimisme. "Jobs recovery to remain weak in 2015", titelt de recentste Outlook. De oorlog om talent lijkt dus gestreden. Tijd om de wapens op te bergen? Nee. Wie vooruitkijkt, weet dat het hooguit om een staakt-het-vuren gaat. Volgens recente projecties zal de Belgische bevolking op arbeidsleeftijd vanaf 2017 enkele decennia na elkaar krimpen. De afname bedraagt gemiddeld 9000 personen per jaar tot het einde van de jaren 2030, met een dieptepunt van 21.000 aan het einde van de jaren 2020. Een belangrijke oorzaak is de verzwakking van de nettomigratiestroom. Het strengere stelsel van de gezinshereniging dijkt die stroom in. Maar ook de afnemende aantrekkelijkheid van België als economische omgeving speelt een rol. Bovendien neemt de uitstroom uit de bevolking op arbeidsleeftijd sneller toe dan de instroom. Het aantal 60- tot 64-jarigen stijgt fors, terwijl het aantal 20- tot 24-jarigen aanhoudend krimpt. De demografische wissel versnelt aanzienlijk. De vervangingsvraag van de vijftigplussers die definitief uit de arbeidsmarkt treden, bedroeg in de periode 2008-2013 in Vlaanderen het equivalent van 265.000 vacatures. Dat aantal zal verder pieken naar 390.000 vervangingsvacatures in de periode 2018-2023. Dat de krapte snel weer toeneemt, lijkt het logische resultaat, als we er niet in slagen de activiteitsgraad op te trekken en zo het aanbod van arbeidskrachten op peil te houden. Een bijkomend probleem is dat er nog nauwelijks arbeidsreserve is in de groepen die traditioneel de prime targets van de rekruteerders zijn. De werkzaamheidsgraad van de Vlaamse hooggeschoolden piekt nu al op het erg hoge niveau van 87 procent. Bij de 25- tot 49-jarigen prijkt Vlaanderen op de Europese recordhoogte van 86 procent. Onze favoriete vijvers zijn dus zo goed als leeggevist, nog voordat de krimp in het arbeidsaanbod goed en wel op snelheid is gekomen. Door vast te houden aan een werkzaamheidsgraad van 76 procent tegen 2020 heeft de Vlaamse Regering de lat erg hoog gelegd. Er is werk aan de winkel, zo veel mag duidelijk zijn. Maar wie de uitdagingen van de vergrijzing en de internationale competitiviteit kent, begrijpt dat de regering niet aan ambitie mag inboeten. Het grootste gevaar is niet dat we te hoog mikken en missen, maar dat we te laag mikken en slagen. Tegelijk moeten we goed beseffen dat we ons met die doelstelling veroordelen tot een krappe arbeidsmarkt. Momenteel werkt in het Vlaams Gewest slechts 71,9 procent van de 20- tot 64-jarigen. Willen we 76 procent van hen in 2020 aan het werk hebben, dan moeten we daarvoor ongeveer 155.000 nieuwe banen creëren, bovenop de toename van de vervangingsvraag. Om op die krapte te anticiperen, moeten de nieuwe ministers van Werk drie werven openen. De activiteitsgraad moet omhoog, om het hoofd te bieden aan de inkrimping van het aanbod en de versnelde demografische wissel. Dat moet gebeuren in de reserves die we te weinig aanboren: de laaggeschoolden, de jongeren, de vijftigplussers en de migranten van niet-Europese origine. En er moet worden geïnvesteerd in krachtdadige publieke en private regisseurs van de arbeidsmarkt. We wensen de nieuwe ministers van Werk -- ongeacht het niveau waarop ze actief zijn -- veel inspiratie, vooruitziendheid en volharding. Ze weten wat hen te doen staat: een algemene mobilisatie in de war on talent. De auteur is decaan van de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen aan de KU Leuven.LUC SELSDe activiteitsgraad moet omhoog, om het hoofd te bieden aan de inkrimping van het arbeidsaanbod en de versnelde demografische wissel.