Wanneer bezet het Belgische leger Zeeuws-Vlaanderen en Nederlands Limburg? De vraag blijft - gelukkig - hypothetisch. Maar dat de opmerking bij wijze van boutade al eens wordt gelanceerd, maakt duidelijk dat de relaties tussen de voormalige Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden op een dieptepunt zijn beland.
...

Wanneer bezet het Belgische leger Zeeuws-Vlaanderen en Nederlands Limburg? De vraag blijft - gelukkig - hypothetisch. Maar dat de opmerking bij wijze van boutade al eens wordt gelanceerd, maakt duidelijk dat de relaties tussen de voormalige Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden op een dieptepunt zijn beland. Reden? De manifeste onwil van onze noorderburen om zelfs maar een begin van oplossing te bespreken over de Scheldeverdieping en de IJzeren Rijn. Vorige week sloeg de Antwerpse maritieme sector alarm. Want wat had een goedmenende Nederlandse jurist uitgevist? De langetermijnvisie voor de Schelde, waaraan een resem wetenschappelijke experts nu al ruim een jaar werkt, bestaat juridisch gezien niet voor de Nederlanders. De Memoranda van Vlissingen, die Vlaanderen en Nederland in maart 2002 ondertekenden, beloofden twee jaar studiewerk, gevolgd door een negen maanden durend proces van politieke besluitvorming. Uiterlijk op 4 december 2004 zou de definitieve beslissing vallen over een nieuwe verdieping van de Schelde. Maar voor onze noorderburen vloeien er uit de studie noch uit de Memoranda enige resultaatverbintenis voort, zo blijkt. Met andere woorden: eind december 2004 hoeft er nog niets te worden beslist en elke studie kan desnoods nog eens worden overgedaan. Amper twee weken daarvoor moest het kabinet van premier Guy Verhofstadt ( VLD) dreigen met een procedure bij het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. Want Nederland en België waren - na acht jaar bakkeleien - eind vorig jaar overeengekomen om hun geschil over de IJzeren Rijn, de kortste spoorverbinding tussen Antwerpen en het Ruhrgebied, voor te leggen aan het Internationaal Arbitragehof in Den Haag. Toen na vier overlegrondes definitief moest worden besloten welke vragen aan het hof zouden worden voorgelegd, haalden de Nederlanders plots hun allereerste en extra lange vragenlijst opnieuw boven water. Met het mes op de keel gaven ze uiteindelijk toe, waarna de bevoegde minister Roelf de Boer doodleuk in de Tweede Kamer liet weten alle beroepsopties open te houden. Terwijl de essentie van arbitrage juist is dat elke partij zich neerlegt bij het oordeel van het hof. Niet alle schuld ligt bij de noorderburen. De Vlaamse en Belgische onderhandelaars laten zelf ook steken vallen. Zo heeft de projectgroep die de langetermijnvisie uitwerkt te weinig geld om de noodzakelijk geachte studies uit te voeren. Bovendien laat de administratie na om de Nederlanders op de sterke juridische positie van België te wijzen. Want in ruil voor het afstaan van Zeeuws-Vlaanderen en Nederlands Limburg erkenden onze noorderburen in 1839 een recht van doortocht in Nederlands Limburg en een recht van bestendige toegang tot de Noordzee. Federaal minister van Mobiliteit Isabelle Durant ( Ecolo) liet zich dan weer al te makkelijk sussen met beloftes over treinen die in 2001 over de IJzeren Rijn zouden bollen. Wellicht wordt het 2007. De gemeenschappelijke brieven die premier Verhofstadt, minister-president Patrick Dewael (VLD) en hun Nederlandse ambtsgenoot Wim Kok ondertekenden, bulken van begrippen als goed nabuurschap, kortetermijnbeslissingen, en zo snel mogelijk komen tot (een gemeenschappelijk beheer van de Schelde). Maar wanneer puntje bij paaltje komt, beslist het Nederlandse ministerie van Verkeer en Waterstaat toch om zo veel mogelijk de projecten te vertragen. Het is een staaltje van protectionisme dat niet meer thuishoort in het Europa van nu. Luc Huysmans