DE ONDERNEMERS ZIJN HET BEU

Eric Pompen Eric Pompen is redacteur van Moneytalk

De PS wil een minimumtaks voor bedrijven. En met de begrotingscontrole voor de deur ligt de notionele-intrestaftrek opnieuw onder vuur. Maar zo dreigt de regering nog meer inkomsten te verliezen en bedrijven ons land uit te jagen. Voor de ondernemers is de maat meer dan vol.

Op 25 februari begint de federale regering aan de begrotingscontrole. Door de economische recessie vallen de inkomsten tegen – volgens het Planbureau groeit het bruto binnenlands product (bbp) dit jaar met amper 0,1 procent – en kampt de regering twee maanden na de vorige besparingsronde al met een extra tekort van 2,5 miljard euro.

Het gonst het van de geruchten in de Wetstraat. Iedereen laat proefballonnetjes op. Na de kritiek van de Europese Commissie op de notionele-intrestaftrek ligt de fiscale gunstmaatregel voor bedrijven voor de zoveelste maal onder vuur. Ondanks recente aanpassingen pleiten tegenstanders voor de afschaffing ervan. Nochtans bestaat de gunstmaatregel ook al in andere landen, weliswaar onder een andere naam. Zowel Nederland, Luxemburg als Zwitserland geven fiscale voordelen aan financieringsmaatschappijen. Sinds begin dit jaar bestaat de notionele-intrestaftrek ook in Italië.

“In België is alles mogelijk”, zucht Jean Baeten, fiscaal adviseur bij het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). “Bij elke begrotingscontrole komen bepaalde partijen met altijd dezelfde eisen: een algemene sociale bijdrage, een vermogensbelasting, een meerwaardebelasting en de afschaffing van de notionele-intrestaftrek. Nochtans hebben ze de maatregel in 2006 zelf mee ingevoerd.”

Dat wijst volgens de werkgeversorganisatie op een gebrek aan visie. “De regering luistert niet naar ons”, zegt Baeten. “De ondernemers moeten bloeden. Er heerst dan ook een soort fatalisme onder de bedrijven. Deze situatie is dodelijk voor onze welvaart.”

Pestgedrag

De hetze over de notionele-intrestaftrek is zo groot dat een fiscaal adviseur van een groot kantoor ons een confidentialiteitsverklaring laat ondertekenen vooraleer hij ons te woord wil staan. De ondernemers hebben letterlijk en figuurlijk schrik van wat ze het fiscale terreurbewind noemen. Er zijn gevallen bekend van bedrijven die de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) over de vloer kregen nadat ze hun mond hadden durven open te doen.

Zo krijgt Fortum voor het boekjaar 2008 een extra heffing van 39 miljoen euro opgelegd, terwijl de Finse energiegroep in ons land geen enkele operationele activiteit uitoefent. Nochtans heeft het bedrijf volgens zijn advocaat de jongste drie jaar al 60 miljoen euro aan de Belgische schatkist afgedragen. De kans is groot dat de onderneming haar biezen pakt en dat die inkomstenstroom dus op-droogt. “Als gevolg van deze raid hebben vijf Scandinavische multinationals me al gevraagd hun aanwezigheid in ons land te herbekijken”, bevestigt Eric Warson, tax partner van KPMG.

Perceptie versus realiteit

Het verschil tussen perceptie en realiteit is groot. Zo krijgen de 843 grootste bedrijven in ons land – de club van de tienvoudige miljonairs – het verwijt dat ze maar 5,71 procent vennootschapsbelasting betalen in ons land, terwijl het nominale tarief 34 procent bedraagt. Er wordt hun verweten dat ze onder meer gebruikmaken van het DBI-regime (definitief belaste inkomsten, waarop al belastingen zijn betaald in het buitenland zodat ons land ze conform de Europese richtlijn niet nog eens kan belasten) en de no-tionele-intrestaftrek om belastingen te ontwijken.

“Hetzelfde geldt voor de holdings die de dividenden van de werkmaatschappijen beheren. Zij betalen nergens ter wereld nog vennootschapsbelasting hierover. Wie zulke technieken als misbruik bestempelt, bezondigt zich aan pestgedrag. De bedrijven zijn die beschuldigingen beu. Door hen voortdurend als profiteurs te be-stempelen, jaagt de regering hen definitief het land uit. Ik vrees dat binnenkort de laatste groepen met een hoofdzetel in België het schip verlaten”, waarschuwt Baeten.

Luc De Broe, professor fiscaal recht aan de KU Leuven, treedt hem bij. “Financiële centra, zoals holdings, kunnen geen misbruik van het voordeel maken. Zij hoeven namelijk nergens een belasting te betalen, want hun winsten bestaan uit dividenden van zustermaatschappijen die in het buitenland al belast zijn.”

De advocaat van Laga geeft wel toe dat de notionele-intrestaftrek soms tot aberraties leidt. Zo kunnen grote groepen zich bezondigen aan de zogenaamde double dip. Daarbij leent de Belgische moeder geld bij de bank en trekt ze de intrest op die lening af om het eigen vermogen van de dochter te versterken. Die kan dan op haar beurt van een notionele-intrestaftrek genieten. “Tegen die techniek bestaat jammer genoeg nog altijd geen specifieke bepaling. Met verregaande interpretaties van bestaande arresten tracht de BBI nu financieringscentra bijkomend te belasten. Ik vrees echter dat dat weinig of niets uithaalt. Daar is een aanpassing van de wet voor nodig.”

De notionele-intrestafrek levert de ‘club van de tienvoudige miljonairs’ een fiscaal voordeel van 10,8 miljard euro op. “Een groot bedrag”, erkent Baeten. “Maar je mag niet vergeten dat het vennootschapsbelastingtarief in België zeer hoog is. Dank zij de notionele-intrestaftrek zakt de gemiddelde aanslagvoet naar 27 procent, nog altijd meer dan het Europese gemiddelde van 23 procent. Ook kmo’s maken dankbaar gebruik van dit gunstregime.”

Het fundamentele probleem van de notionele-intrestaftrek is dat noch de politici noch het grote publiek de maatregel begrijpen. De begripsverwarring bij de publieke opinie is groot, besluit de fiscaal adviseur. “De mensen gooien alle bedrijven binnen een groep door elkaar. Zo betaalt moeder Electrabel maar 4,39 procent vennootschapsbelasting, terwijl dochter Electrabel Consumers – de operationele maatschappij in ons land – met 30,19 procent aan de top van het klassement staat. Door systematisch en brutaal in te hakken op de ondernemingen ondermijnt de regering het ondernemen in dit land.”

Meer opbrengsten

Met de verlaging van het tarief van de aftrek tot 3 procent en de beperking van de overdraagbaarheid hoopt de federale regering dit jaar 1,6 miljard euro te besparen. Maar dat is wishful thinking. Baeten wijst erop dat de regering geen rekening houdt met de verlieseffecten: “De maatregelen riskeren per saldo geen extra inkomsten op te leveren, integendeel.”

Bedrijven met een interne financieringsmaatschappij in België genereren nu inkomens uit intresten die 1 à 2 procent boven de maximale aftrek schommelen. Zij moeten daar 13,6 procent belastingen op betalen. Tien EU-lidstaten doen beter. Tel je daar Zwitserland bij, dan verdwijnt België van de ‘shortlist’ van interessante landen om in te investeringen. De grootste honderd financiële centra in ons land – met een totale kapitalisatie van 350 miljard euro en 5000 hoogopgeleide medewerkers – betalen nu 550 miljoen euro aan belastingen per jaar. Zij zullen geleidelijk wegtrekken.

“De notionele-intrestaftrek slaat geen gat in de begroting. Ze doet de inkomsten in de vennootschapsbelasting jaarlijks stijgen”, zegt Frank Dierckx, managing partner van PwC. “Je kan de notionele-intrestaftrek nog het best vergelijken met een kortingbon in een supermarkt, waarbij België de supermarkt is. Wie de bon gebruikt, betaalt eerst de volle pot voor het product – waarop hij overigens belastingen betaalt – en daarna wordt de korting in mindering gebracht. Dankzij die kortingbon kopen waarschijnlijk meer consumenten het bewuste product, waardoor de inkomsten van de supermarkt stijgen.”

Uit studie van PwC blijkt dat de no- tionele-intrestaftrek een meer dan gunstige invloed op de Belgische economie heeft. Dierckx somt op: “De maatregel heeft de tewerkstelling in de oude coördinatiecentra – goed voor 10.000 werknemers – behouden, buitenlandse investeringen aangetrokken (62 miljard dollar in 2010) en extra belastingen gegenereerd (187,9 miljoen euro in 2009 voor de oude coördinatiecentra alleen). Ook het eigen vermogen (+68 %) en de solvabiliteitsratio (0,5) van de grote bedrijven zijn verbeterd, waardoor ze gemakkelijker de jongste kredietcrisis hebben doorstaan. Hetzelfde geldt voor de kmo’s (+11 %). Voorts blijft de nettokostprijs beperkt, want anders waren de betrokken bedrijven al lang vertrokken.”

Het jongste rapport van Christian Valenduc, adviseur bij de studiedienst van Financiën, bevestigt dat de invoering van de notionele-intrestaftrek in 2006 tot een toename van de fiscale ontvangsten heeft geleid.

Grondige hervorming

Ten slotte stelt Dierckx dat het demagogisch is te beweren dat de notionele-intrestaftrek beter wordt vervangen door een tariefverlaging. “Die daling zal toch niet ver genoeg gaan om de internationale concurrentie te kunnen aangaan én ze zal tot hogere kosten leiden.”

“Als we de notionele-intrestaftrek nog verder inkrimpen of zelfs afschaffen, heeft ons land geen enkel wapen meer om de internationale concurrentie voor buitenlandse investeringen aan te gaan”, meent hij. “Bovendien prijst zowel de Europese Commissie als het IMF de notionele-intrestaftrek als een efficiënt wapen tegen de crisis. Het is dan ook niet opportuun om aan het systeem nog meer te morrelen, want dat bezorgt België enkel een slecht imago bij de investeerders.”

Dat is ook de vrees van professor De Broe, maar hij gelooft wel in een tariefverlaging. “Wegens de onhoudbaarheid van de kostprijs zal de regering wel moeten ingrijpen. Zo ontstaat de indruk dat België afglijdt naar een belastingstaat. De grens is bereikt. Daarom pleit ik voor een grondige hervorming van onze vennootschapsbelasting. Nu bestaat een groot verschil tussen boekhoudkundige en belastbare winst. Die twee begrippen moeten beter op elkaar afgestemd worden. Dan kunnen ingewikkelde regels zoals de notionele-intrestaftrek verdwijnen. Die operatie moet natuurlijk wel gepaard gaan met een drastische tariefverlaging naar het Europese gemiddelde van 23 procent of minder, indien budgettair haalbaar.”

De professor raadt de regering aan dringend op zoek te gaan naar een fiscale stimulans voor het behoud of de creatie van werkgelegenheid. “Dat moet de hoge loonkosten in ons land compenseren”, zegt De Broe. “De belastingdruk op arbeid bezorgt ons al te veel nadelen. Denk maar aan de sluiting van Crown, de ontslagen bij Bekaert of de gemiste investering bij BASF. Ik denk aan een soort van belastingkrediet op basis van de socialezekerheidsbijdragen, die het bedrijf betaalt. Geen aftrek, want anders profiteren verlieslatende ondernemingen daar op termijn ook van dankzij de overdraagbaarheid van dit voordeel.”

Ten slotte waarschuwt ook De Broe voor het wegtrekken van bedrijven: “De aanhoudende kritiek op de notionele-intrestaftrek en de invoering van een thin cap – een nieuwe regel die de intrestaftrek beperkt voor intragroepsleningen tot vijfmaal het eigen vermogen – jagen de financiële centra weg uit België. De regering heeft de fout gemaakt in haar programmawet geen uitzondering voor cash pooling te voorzien. Groepen passen die perfect wettelijke techniek toe om het liquiditeitsbeheer van hun diverse dochters te optimaliseren. Als het parlement de thin cap niet aanpast, dreigt een massale vlucht van financiële centra multinationals naar het buitenland.”

ERIC POMPEN

“DE NOTIONELE-INTRESTAFTREK SLAAT GEEN GAT IN DE BEGROTING. ZE DOET DE INKOMSTEN IN DE VENNOOTSCHAPSBELASTING JAARLIJKS STIJGEN” Frank Dierckx

“DOOR SYSTEMATISCH EN BRUTAAL IN TE HAKKEN OP DE ONDERNEMINGEN ONDERMIJNT DE REGERING HET ONDERNEMEN IN DIT LAND” Jean Baeten

“ER HEERST EEN SOORT FATALISME ONDER DE BEDRIJVEN. DEZE SITUATIE IS DODELIJK VOOR ONZE WELVAART” Jean Baeten

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content