Uit een nationale enquête van Delta Lloyd blijkt dat 71 % van de 8500 ondervraagden, hoofdzakelijk hooggeschoolden, een positief beeld heeft van ondernemers. De enquête bevestigt het narcisme van ondernemers: 85 % van de ondernemers heeft een positief beeld van zichzelf. Maar bijna twee op drie ambtenaren (64 %) hebben een negatief beeld van de ondernemer. En - zoals u weet - perceptie is realiteit.
...

Uit een nationale enquête van Delta Lloyd blijkt dat 71 % van de 8500 ondervraagden, hoofdzakelijk hooggeschoolden, een positief beeld heeft van ondernemers. De enquête bevestigt het narcisme van ondernemers: 85 % van de ondernemers heeft een positief beeld van zichzelf. Maar bijna twee op drie ambtenaren (64 %) hebben een negatief beeld van de ondernemer. En - zoals u weet - perceptie is realiteit. Een frappant cijfer, zeker in vergelijking met de gemiddelde score bij de bevolking. Een cijfer dat des te schrikwekkender is als je weet dat de ambtenaren gestalte geven aan het beleid. Zij beheren de subsidies en controleren de juiste aanwending ervan, zij verifiëren het al of niet naleven van de reglementering zoals de milieuwetgeving, zij doen de fiscale controle enzovoort. Het is logisch dat hun negatief ondernemersbeeld bepaalt hoe zij hun werk uitoefenen. Die negatieve perceptie en de consequenties die ze heeft op de werkwijze van de ambtenaar, scherpt de kloof tussen bedrijfswereld en de administratie nog aan. En in conflictsituaties raken de vertroebelde relaties tussen deze twee levenswerelden, om de terminologie van de Duitse fenomenoloog Edmund Husserl te hanteren, nog meer verzuurd. Denk maar aan de discussies over de naleving van de milieureglementering of over de grootte van het subsidiebedrag. Ambtenaren zouden beter moeten beseffen dat het de ondernemerswereld is die hun risicoloos loon betaalt, klinkt het dan vaak bij ondernemers. Dergelijke egelattitude lost echter het probleem niet op. Een relatie moet steeds gebaseerd zijn op wederzijds begrip en vertrouwen, en niet op afhankelijkheid van de ene partij ten opzichte van de andere. Nodig eens een ambtenaar uit. Meer openheid van de bedrijfswereld naar de ambtenarij kan in dit verband nuttig zijn. Laat ambtenaren de sfeer in uw bedrijf opsnuiven via kortlopende stages. Nodig ambtenaren uit op bedrijfsseminaries en op netwerkrecepties. Bespreek uw vragen en problemen rechtstreeks met de bevoegde ambtenaar in plaats van de klassieke politieke weg te bewandelen via ministers en kabinetten. Een gemotiveerde ambtenaar met respect voor zichzelf en met een positief imago in de buitenwereld is immers de kortste weg om de kloof tussen de bedrijfswereld en de publieke sector te overbruggen. Ondernemers hebben hier een verpletterende verantwoordelijkheid. U kunt er van mij op aan dat de investeringen die de bedrijfswereld zou leveren om dergelijke toenadering te realiseren zeer rendabel zullen zijn. De ambtenaren dan weer moeten beseffen dat ze bezwaarlijk kunnen verkondigen dat ze tewerkstelling belangrijk vinden als ze er tegelijkertijd een negatief beeld van ondernemingen op nahouden. Het zijn immers de ondernemingen die tewerkstelling creëren. In die zin is het ook de taak van de ambtenaar om bedrijven te begeleiden eerder dan te dreigen met sancties. De Vlaamse ambtenaren kunnen hier overigens inspiratie opdoen bij hun Waalse collega's. Tijdens een rondetafelgesprek in mijn tijd als Waals kabinetschef economie vroeg ik eens aan enkele Vlaamse bedrijfsleiders die in Wallonië, hoofdzakelijk in de provincie Luxemburg, hadden geïnvesteerd, wat voor hen het belangrijkste verschil was tussen beide regio's. Het unanieme antwoord was dat ze in Wallonië een administratie hadden gezien die meedenkt met de ondernemers. In Vlaanderen waren ze een administratie gewoon die aan regelneverij deed en met sancties dreigde. Een gemotiveerde, klantgerichte administratie, die met respect wordt bejegend door de ondernemerswereld, is de beste garantie voor een efficiënte administratie. En zoals een studie van de universiteit van Harvard aantoont, na een analyse van de Amerikaanse regio's, bestaat er een sterke correlatie tussen een efficiënte administratie en een competitieve regio. Een competitieve regio betekent ook een regio waar ondernemingen rendabel kunnen zijn. Beide werelden hebben dus belang bij wederzijds respect en daartoe is het belangrijk dat ze op regelmatige basis voldoende contacten hebben. Want ook hier geldt het adagium: onbekend is onbemind. Maar zei Willem Elsschot al niet dat er tussen droom en daad wetten en praktische bezwaren in de weg staan? De auteur, secretaris-generaal van het Vlaams Departement voor Economie, Wetenschap en Innovatie, schrijft deze column in persoonlijke naam. Reacties: rudy.aernoudt@trends.be De column 'De blik van... ' verschijnt wekelijks, met Johan Van Overtveldt en Rudy Aernoudt in beurtrol. Rudy Aernoudt