Ik wil de mensen geruststellen: de staat zal geen problemen hebben om ook in de toekomst de wettelijke pensioenen uit te betalen. Sommige evoluties op sociaal en demografisch vlak, zoals de stijgende kosten in de gezondheidszorg, kunnen wegen op de financiering van de wettelijke pensioenen, maar daarop zal worden geanticipeerd. Ons pensioensysteem is misschien niet erg gul in vergelijking met dat in sommige andere Europese landen, maar het is wel houdbaar." Tot zover Bruno Tobback, minister van Pensioenen, tijdens het debat naar aanleiding van de nationale enquête over de pensioenen (*) begin februari.
...

Ik wil de mensen geruststellen: de staat zal geen problemen hebben om ook in de toekomst de wettelijke pensioenen uit te betalen. Sommige evoluties op sociaal en demografisch vlak, zoals de stijgende kosten in de gezondheidszorg, kunnen wegen op de financiering van de wettelijke pensioenen, maar daarop zal worden geanticipeerd. Ons pensioensysteem is misschien niet erg gul in vergelijking met dat in sommige andere Europese landen, maar het is wel houdbaar." Tot zover Bruno Tobback, minister van Pensioenen, tijdens het debat naar aanleiding van de nationale enquête over de pensioenen (*) begin februari. Nochtans liggen de meeste mensen vandaag wel wakker van het pensioen van morgen. De pistes voor de financiering van de pensioenen in de toekomst die worden overwogen, zijn gebaseerd op (budgettaire) hypotheses die door sommige deskundigen en sociale partners als te optimistisch beschouwd worden. Bovendien wordt de toename van de kosten in de gezondheidszorg (+8 % in 2004 en waarschijnlijk evenveel in 2005) zwaar onderschat (+2,4 % per jaar tussen 2003 en 2030). En ook de economische groei in België - voorwaarde voor een goede uitvoering van het engagement van de staat wat pensioenen betreft - wordt in twijfel getrokken. De productiviteitsstijging (van 1,75 %) die volgens het Planbureau nodig is om alle elementen in evenwicht te houden die met de financiering van de vergrijzing te maken hebben, wordt door de sociale partners eveneens te optimistisch bevonden. Zij herinneren eraan dat België wereldwijd al bijzonder hoog scoort wat productiviteit betreft. Om die en nog andere redenen wordt de schatting van een stijging van de globale budgettaire kosten voor de vergrijzing van 3,4 % van het bruto binnenlands product (BBP) tussen 2003 en 2030 in twijfel getrokken. Temeer omdat die kost in de voorbije dertig jaar met 4,5 % gestegen is. Als we daar dan nog bij nemen dat er een gebrek aan informatie is wat betreft de wettelijke en aanvullende pensioenen, ook voor deze die binnen de ondernemingen gefinancierd worden, dan begrijpt men beter waarom de gepensioneerden van morgen zich vandaag zorgen maken. En waarom de onderhandelingen met de sociale partners op dat vlak zo moeilijk verlopen. Daarom zetten wij alles over de pensioenen hier nog eens op een rij, om dat gebrek aan informatie wat op te vangen en om u inlichtingen te geven over de spaarmogelijkheden, zodat u wanneer u op pensioen gaat, er zeker van kan zijn dat u ook dan nog een comfortabele levensstandaard zal kunnen aanhouden. Uit de nationale enquête over de pensioenen bleek dat van de 12.900 ondervraagden (zie kader: Resultaten van de grote pensioenenquête) 63 % zich zorgen maakt over zijn pensioen. En met reden. In België is bijna 60 % van de vijftig- tot 64-jarigen niet meer actief. De effectieve uitstapleeftijd bedraagt 58 jaar, ruim onder de wettelijke pensioenleeftijd. De gemiddelde duur van een loopbaan bedraagt in België 37 jaar, tegenover 42 jaar in de rest van Europa. Het werkloosheidscijfer ligt in België in de buurt van 14 %. De vergrijzing van de bevolking is een feit dat we niet meer kunnen negeren (zie tabel: 2030: 1 op 4 Belgen is grijs), het aantal actieve werknemers dat een bijdrage betaalt, zal in de toekomst dan ook nog verder dalen. Vandaar dus de vrees van de gepensioneerden van morgen over hun financiële comfort tijdens hun pensioen. Vandaar ook een hele reeks overheidsmaatregelen over de eindeloopbaan die besproken zijn. Doel is een oplossing te vinden voor het vervroegd stoppen met werken, een van de negatieve kanten van ons systeem (zie kader: Maatregelen om u langer te doen werken). Hoe groot is de kans dat de staat in de toekomst het engagement in verband met de pensioenen niet langer kan nakomen? "Onbestaande," vond Bruno Tobback (SP.A), minister van Pensioenen, tijdens het debat begin februari. "Vanuit budgettair standpunt blijft het door het Planbureau uitgestippelde traject overeind." De minister gaf wel toe dat de wettelijke pensioenen "het slachtoffer zouden kunnen worden van sociale en demografische ontwikkelingen". Moeten we ons dan toch zorgen maken? "Neen. Het budgettaire traject werd zo uitgestippeld dat er in de toekomst zal worden bespaard, en wel in veel redelijker verhoudingen dan in het verleden. De zo vrijgekomen manoeuvreerruimte zou ervoor moeten zorgen dat we de nefaste effecten van die sociale en demografische ontwikkelingen kunnen afwenden, zoals de stijgende kosten in de gezondheidszorg, die onlosmakelijk verbonden zijn met de vergrijzing van de bevolking. Bovendien wil ik de leeftijd waarop men stopt met werken verhogen van 57 jaar nu tot zestig à 61 jaar tegen 2014. Daardoor zouden de bijdragen aan de sociale zekerheid ook moeten verhogen en kunnen we de problematiek van de vergrijzing het hoofd bieden," aldus Tobback tijdens het debat. De deelnemers van het debat hadden niet zoveel moeite met de beheersing van de financiering van de wettelijke pensioenen. Maar dat gold niet voor de kosten in de gezondheidszorg. Jef Maes van de studiedienst van het ABVV: "De algemene kosten voor de gezondheidszorg zullen, als ze op het huidige ritme blijven stijgen (8 % in 2004 en waarschijnlijk evenveel in 2005), de globale kost voor de financiering van de pensioenen tussen 2003 en 2030 een heel stuk hoger doen uitkomen dan de 3,4 % van het BBP die het Planbureau uitrekende. Bovendien is het een goede zaak dat de Belgische schuld wordt teruggedrongen, maar daarvoor is discipline nodig en die was er in het verleden niet altijd. De politici staan onder flink wat druk wanneer er bijkomende middelen voor een of andere sector moeten worden vrijgemaakt." De minister ontkent dat niet: "Onderwijs, vorming, mobiliteit enzovoort, zullen in de toekomst ook middelen nodig hebben."Gilbert Deswert, van de studiedienst van het ACV, temperde de ongerustheid van de ondervraagden: "De stijgende kosten, ook in de gezondheidszorg, zijn een realiteit, maar men mag dat toch niet overdrijven. In het licht van de geschatte groei voor de toekomst zou het een schande zijn als de staat zijn engagement niet zou kunnen nakomen. In 25 jaar tijd zouden we, als we rekening houden met een toename van het BBP van slechts 1 %, aan een bonus van 25 % komen. Terwijl het Planbureau mikt op een groei van de pensioenkosten van 3,4 % tussen 2003 en 2030."Hoe komt het dat Belgen zich op 45 à 50 jaar uitgeblust voelen en zo ertoe aangezet worden om de arbeidsmarkt vroeger te verlaten dan in de andere Europese landen? Bruno Tobback: "Men mag van de gezinnen niet verwachten dat ze van hun 20ste tot hun 65ste 38 uur per week werken, intussen de opvoeding van hun kinderen op zich nemen en soms ook nog voor hun ouders of grootouders zorgen." Een conclusie die we ook onrechtstreeks uit de enquête kunnen trekken. De ondervraagden hopen immers tijdens hun pensioen van een rustig leven zonder stress te kunnen genieten (33 %) en te kunnen reizen (14 %). En zo komt het debat dan op de arbeidsmarkt, die volgens de meeste aanwezigen niet flexibel genoeg is. Over de flexibiliteit van de pensioenleeftijd hoeven we het niet meer te hebben, want bijna 85 % van de werknemers verlaat de arbeidsmarkt voor ze de wettelijke pensioenleeftijd bereikt hebben. "Het probleem zit vooral in de structuur van onze arbeidsmarkt. In Scandinavië werkt men tot 63 of 64 jaar en daar voelen de mensen zich niet uitgeput. De grootste verschillen hebben te maken met de aandacht die geschonken wordt aan opleiding door bedrijven in het algemeen en aan de vrouwen in het bijzonder. In de Scandinavische landen zijn er heel wat meer vrouwen aan de slag, gewoon omdat de arbeidsmarkt het ginder toelaat om hun levensprojecten (beter) te ontwikkelen tijdens hun loopbaan. Algemeen gesteld, moet de arbeidskwaliteit in België in de toekomst een prioriteit worden," zo stelde Tobback. François Mathieu