De stilte aan de top van InBev was de voorbije weken oorverdovend. Tenminste, als we die geluidloosheid afmeten tegenover het aantal decibels protest dat in allerlei cafés en straten de kop opstak toen het bierconcern de prijs van zijn pils verhoogde, besliste om de afdeling Centraal- en Oost-Europa naar Moskou te verhuizen en meer dan 230 jobs te schrappen in de brouwerijen van Hoegaarden, Leuven en Jupille.
...

De stilte aan de top van InBev was de voorbije weken oorverdovend. Tenminste, als we die geluidloosheid afmeten tegenover het aantal decibels protest dat in allerlei cafés en straten de kop opstak toen het bierconcern de prijs van zijn pils verhoogde, besliste om de afdeling Centraal- en Oost-Europa naar Moskou te verhuizen en meer dan 230 jobs te schrappen in de brouwerijen van Hoegaarden, Leuven en Jupille. Topman Carlos Brito gaf niet thuis, en ook andere - zelfs Belgische - leden van het topkader van de multinational, zoals Stéfan Descheemaeker, Alain Beyens of André Weckx, blonken uit in afwezigheid in de media. Zelfs nu, een flink aantal dagen nadat de zuurste oprispingen door politici, vakbonden, ngo's en lobby's van diverse pluimage in de pers zijn geventileerd, blinkt de InBevtop nog steeds uit in stuurse non-communicatie. De druppels van een lekkende tapkraan storen niet, zolang het café goed draait. Maar is er bijna geen volk in de tent, dan beginnen diezelfde spetters de cafébaas en iedereen lelijk te enerveren. Een gelijkaardige wetmatigheid geldt voor InBev. Want zeg nu zelf, hoe zwaar wegen de 430 banen die sinds eind vorig jaar werden geschrapt bij de Leuvens-Braziliaanse groep? Zeker als je die afzet tegenover de duizenden die het bedrijf erbij wint door giganten zoals de Argentijnse marktleider Quinsa of het Chinese Fujian Sedrin over te nemen. En hoe gigantisch is de miljoenenwinst die de bierreus in zijn jaarverslag 2005 rapporteert als je ermee rekening houdt dat we hier spreken van een multinational die de grootste en beste van de wereld wil zijn? Net een rood getal - al was het maar minuscuul - zou tot veel meer onrust hebben moeten aanzetten, omdat het verlies aan tewerkstelling in dat geval veel ingrijpender was geweest. Een goede communicatie kan die feiten veel beter in hun context plaatsen. Nu werken die afvloeiingen en winstcijfers 'Jan en alleman' op de zenuwen, omdat de bedrijfstop zich blijft hullen in een bijna duivelse stilte. Onlangs pleitte Groen! er zelfs voor om voortaan "eerlijk bier" te promoten op de recepties van het Leuvense stadsbestuur. Daar begint de miserie. InBev begint te oogsten wat het aan het zaaien is. Er is in dit land een machtsverstrengeling van linkse, socialistische en groene politieke activisten die maar wat graag in entente met de vakbonden en ngo's de negatieve beeldvorming van ondernemers willen bijkleuren. In hun ijver om zieltjes te winnen, gaan zij dan de barricaden op tegen die patrons die "de belangen van werknemers en consumenten ondergeschikt maken aan de honger naar steeds meer winst" ( sic). Tot welke scheeftrekkingen dat kan leiden, zagen we met de rel rond het CPE in Frankrijk. Studenten en jongeren die dit eenzijdige revolutionaire jargon van ngo's en consumentenlobby's klakkeloos overnemen. En een dergelijke beeldvorming die een nog sterkere echo krijgt door wat dagelijks in de populaire pers - zoals Telefacts, Koppen, Dag Allemaal, Het Laatste Nieuws en Donna - verschijnt. Beter uit die storm wegblijven, redeneert dan een bedrijfstop. Maar wat diezelfde rationeel redenerende managers onderschatten, is dat het sociale kapitaal van hun onderneming of de reputatie van hun bedrijf een flinke knauw krijgt. En kan een gigant zoals InBev het zich permitteren om niet langer als marktleider met de beste reputatie in eigen land aangezien te worden? Voorbeelden zoals Nokia in Finland of Ericsson in Zweden drijven op die grote dosis thuisreputatie. Het is hun internationaal visitekaartje. En wat spreekt er meer tot de verbeelding dan de bourgondische, bierdrinkende Belg? Marktspelers zoals UCB, Solvay of Bekaert hebben minder natuurlijke troefkaarten uit te spelen dan InBev, en verzorgen in dat verband beter hun imago en pr. Door te blijven zwijgen dreigt de non-communicatie van de InBevtop te ontaarden in een 'omerta'. Waarbij de buitenwereld de steeds grotere overtuiging krijgt dat dit zwijgen ontstaat uit zwijgplicht, uit het feit dat het bedrijf iets te verbergen heeft en alleen maar de belangen van een kleine, gewiekste elite (met een misdadig trekje) moet beschermen. Is het dat wat de stichtende families de Spoelberch, de Mevius en Vandamme met "langetermijnstrategie voor InBev" op het oog hebben? piet depuydt,