N a een dip, een jaar geleden, is de olieprijs opnieuw aan het pieken. Dit keer niet door orkanen of geopolitieke spanningen, maar door de simpele wet van vraag en aanbod. En nu ook de traditionele negationisten gewag beginnen te maken van de oliepiek, is een verdere stijging tot boven 100 dollar niet veraf.
...

N a een dip, een jaar geleden, is de olieprijs opnieuw aan het pieken. Dit keer niet door orkanen of geopolitieke spanningen, maar door de simpele wet van vraag en aanbod. En nu ook de traditionele negationisten gewag beginnen te maken van de oliepiek, is een verdere stijging tot boven 100 dollar niet veraf.Energie is zonder twijfel de uitdaging van de 21ste eeuw. Tot nu toe werd vooral gefocust op het milieuaspect. Extreme klimatologische gebeurtenissen en wetenschappelijk onderzoek naar de wereldwijde vervuiling hebben de geesten fundamenteel gewijzigd. Toch blijven milieu-negationisten de noodzaak van verandering in twijfel trekken. "CO2 is niet giftig," hoorde ik onlangs als doorslaggevend argument. Andere studies moeten aantonen dat de opwarming een natuurfenomeen is, waaraan de mens slechts marginaal iets wijzigt. Maar milieu is slechts één reden waarom energie de belangrijkste uitdaging voor onze economie is. Zelfs als er wetenschappelijke bewijzen komen dat de opwarming van de aarde een zegen is voor de mensheid en het inhaleren van uitlaatgassen het leven met twintig jaar verlengt, dan nog moeten we ons energieverbruik drastisch wijzigen. Olie, de belangrijkste energiebron, raakt immers sneller dan verwacht uitgeput. 'An inconvenient truth' over piek-olie. Om de ontkenners van deze stelling even voor te zijn: olie zal nooit uitgeput raken, de concerns zullen altijd olie vinden. Alleen zal de prijs ervan zo hoog zijn, dat olie economisch niet langer voor alle toepassingen rendabel zal zijn. De stelling van de ontkenners dat het stenen tijdperk niet eindigde door een gebrek aan stenen doet dus niet ter zake. Het aardolietijdperk zal stoppen door een gebrek aan economisch haalbare ontginning van olie voor alledaags gebruik. Dat komt onder meer omdat de eenvoudige productie grotendeels achter ons ligt. Het wordt almaar moeilijker en dus duurder om nieuwe velden te ontginnen, en de kwaliteit van de olie wordt ook slechter. Het uitputten van de oliebronnen is iets voor de lange termijn. Maar de ombuiging, het punt van maximale olieproductie, ligt dichterbij dan tot nu toe werd aangenomen. Er is dus ook an inconvenient truth over olie en de haalbare groei van de productie. Aardolie ontstond tussen 5,3 en 570 miljoen jaar geleden. Het duurt miljoenen jaren om olie te vormen en het is een eindige grondstof. Piekolie (de theorie die ervan uitgaat dat de olieproductie haar hoogste punt nadert of in sommige gevallen al heeft overschreden) is vandaag al een realiteit in de VS, Noorwegen, Mexico en het Verenigd Koninkrijk. Daar zijn de productiecijfers aan het dalen, en ze liggen ver onder de projecties die jaren geleden werden gemaakt voor het bereiken van dat piekoliemoment. Olieprijzen kunnen een indicatie zijn van schaarste en dus globale piekolie. Maar ook geopolitieke factoren, oliekartels, productieproblemen enzovoort spelen een rol. Zweedse onderzoekers argumenteren dat het onderzoek naar reuzenolievelden uitsluitsel kan geven over het moment van piekolie (1). Reuzenolievelden raken uitgeput. Een reuzenolieveld bevat ten minste 0,5 giga ontginbare vaten olie. Slechts 507 velden, of 1 % van het totale aantal, zijn zulke reuzen. Ze zijn echter goed voor 60 % van de olieproductie en 65 % van de beschikbare reserves. De meeste werden ontdekt in de jaren zestig van de vorige eeuw. Sindsdien ging het sterk achteruit. Het laatste grote veld werd in 2003 gevonden. Het olieveld van Oost-Texas dat in 1930 werd ontdekt, was bijvoorbeeld zes maal groter dan Thunder Horse, het grootste ooit gevonden in de Golf van Mexico. En daar moet je de olie ophalen met spitstechnologie, in moeilijke omstandigheden... Kleine vondsten kunnen nu al de daling van de productie van de reuzen niet compenseren. Een analyse van de 507 reuzenvelden is dus bepalend voor het moment van piekolie. Volgens de onderzoekers valt die piek in het slechtste scenario in 2008, in het beste in 2013. De vork van die schatting is onbeduidend in het licht van de miljoenen jaren waarin olie werd gecreëerd, maar ook in het licht van de noodzakelijke omschakeling van onze economie. Binnenkort zal wellicht ook blijken dat de overheden van Koeweit en Saudi-Arabië hun reserves systematisch hebben overschat. Ommezwaai. Het meest recente olierapport van het Internationaal Energie Agentschap (IEA, de energiepoot van de OESO) is een voorbeeld van de bocht die velen nu maken (2). De tijdelijke dip in de olieprijzen eind 2006 blijkt bijvoorbeeld ingegeven door het weer. Westerse landen hebben ook de olievraag teruggedrongen, ondanks de economische groei. Maar vooral China drinkt veel meer olie dan verwacht. De Chinezen zullen over twintig jaar het equivalent van tweemaal de productie van Saudi-Arabië nodig hebben. Ook blijkt langs aanbodzijde het potentieel van de oliehoudende zanden overroepen. Het IEA ziet nu piekolie in 2012, maar noemt dat nog tijdelijk, tot er nieuwe productie op gang komt. De grote olieconcerns zijn vandaag de laatste believers dat de olieprijzen opnieuw onder 30 dollar per vat zullen dalen. Ze investeren sinds kort echter wel massaal in projecten die rendabel zijn boven 50 dollar. De piekolietheorie werd enkele jaren geleden nog afgedaan als nonsens. Nu stellen heel wat non-believers hun mening bij. Piekolieprijzen zullen de realiteit van piekolie in de volgende jaren bevestigen. 100 dollar per vat is plots geen gekke voorspelling meer. De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogens- beheer. Reacties: visienoels@trends.be(1) Frederik Robelius, 'Giant Oil Fields - The Highway to Oil. Giant Oil Fields and their Importance for Future Oil Production', Faculty of Science and Technology, maart 2007, 168 blz., Uppsala. (2) IEA Medium Term Oil Market Report, juli 2007, www.oilmarketreport.org Geert Noels