De jaarlijkse oefening om voor het volgende jaar een aanvaardbare begroting op te stellen, vergt traditiegetrouw veel kunst- en vliegwerk. Dat is dit jaar niet anders. Op fiscaal gebied tekenen twee tendensen zich af: ten eerste het goochelen met fiscale amnestie, en ten tweede het inpikken van toekomstige belastingopbrengsten.
...

De jaarlijkse oefening om voor het volgende jaar een aanvaardbare begroting op te stellen, vergt traditiegetrouw veel kunst- en vliegwerk. Dat is dit jaar niet anders. Op fiscaal gebied tekenen twee tendensen zich af: ten eerste het goochelen met fiscale amnestie, en ten tweede het inpikken van toekomstige belastingopbrengsten. Amnestie. De minister van Financiën trekt zich nu al verscheidene jaren het droeve lot van de fiscale zondaar aan. Niet dat hij overloopt van christelijk geïnspireerde naastenliefde. Daarvoor is hij te veel liberaal in hart en nieren. Maar hij ontdekte wel het begrotingspotentieel waarover de sukkelende fiscale medemens beschikt. Als een barmhartige vader schonk hij daarom vergiffenis aan wie bereid was alsnog zijn duit in het zakje te doen. Het resultaat viel wel wat tegen. Maar de opbrengst (in 2004) was toch groot genoeg om voor het lopende jaar (2006) opnieuw een fiscale-amnestiemaatregel in de begroting te mogen inschrijven. Ditmaal eentje van permanente duur. Met dien verstande dat fiscale spijtoptanten er wel belang bij hebben vlug te reageren. Het tarief waartegen roerende inkomsten geregulariseerd kunnen worden, gaat omhoog naarmate de tijd verstrijkt. Vanaf 1 juli 2006 is het tarief al met vijf procentpunten gestegen. En begin 2007 komen er nog vijf procentpunten bij. Vandaar dat de regering in de begroting voor 2006 hoopvol een fors bedrag heeft ingeschreven dat moet komen van fiscale zondaars die nog dit jaar tot inkeer komen. Maar hoewel die hoop minstens voorlopig ietwat ijdel blijkt te zijn, bereidt de minister alweer een nieuwe fiscale-amnestiemaatregel voor. Ditmaal kiest hij voor een selectieve aanpak. De nieuwe maatregel is specifiek op de diamantsector gericht. Diamanthandelaars zullen de waarde van hun voorraad aan diamant boekhoudkundig in overeenstemming mogen brengen met de werkelijkheid, tegen betaling van een habbekrats aan belasting. Openlijk vermijdt de regering angstvallig om in dit verband van een amnestiemaatregel te spreken. Maar wie twee seconden nadenkt, begrijpt meteen dat het hier opnieuw een - zij het ditmaal qua doelgroep beperkte - amnestieronde betreft. Tegen een nooit gezien tarief van (in de vennootschapsbelasting) slechts 4,5 %. In de personenbelasting bedraagt het tarief wel 16,5 %. Maar dat is nog altijd een peulschil in vergelijking met het tarief dat gewone stervelingen in het kader van de permanente fiscale regularisatiemaatregel op hun beroepsinkomsten moeten betalen. Toekomst. Een tweede tendens bestaat in het inpikken van toekomstige belastingopbrengsten. Het effectiseren van de belastingschuld is daar een schoolvoorbeeld van. Eigenlijk gaat het gewoon om het uitgeven van een staatslening waarbij nog in te vorderen belastingschulden als het ware als onderpand worden gebruikt. De minister van Financiën heeft de smaak van het effectiseren van belastingschulden blijkbaar goed te pakken. Want in de begroting voor 2007 staat opnieuw een bedrag van 100 miljoen euro aan inkomsten ingeschreven die uit het effectiseren van belastingschulden moeten komen. In dezelfde lijn ligt de allernieuwste vondst: het aanboren van belastingvrije reserves. Als aan vennootschappen een vrijstelling van belasting wordt verleend, dan geldt die dikwijls slechts op voorwaarde dat de vennootschap de betrokken winst in de vennootschap behoudt. Men noemt dit de onaantastbaarheidsvoorwaarde. Zodra de aldus voorwaardelijk vrijgestelde winst wordt uitgekeerd, wordt zij alsnog belast. Tegen het gewone tarief van de vennootschapsbelasting. Vennootschappen hebben op die manier in de loop der jaren grote belastingvrije reserves bijeen gespaard. De idee van de minister van Financiën is alweer even geniaal als eenvoudig: overhaal vennootschappen om die reserves alsnog uit te keren en beloon hen daarvoor door het toen verschuldigde tarief drastisch te verlagen. De begroting vaart er wel bij, en de betrokken vennootschappen (of beter, hun aandeelhouders) ook. Een schoolvoorbeeld van wat een win-winsituatie heet te zijn. Alleen is het niet zeker of dat wel altijd in het voordeel van de vennootschap en haar aandeelhouders zal zijn. Het algemene tarief op de aldus uit te keren winsten zou weliswaar beperkt worden tot 16,5 %. Maar op het uit te keren dividend is in de regel nog 25 % roerende voorheffing verschuldigd. Van 100 euro reserves blijft zodoende netto iets meer dan 62 euro over. Stel dat de vennootschap dit begrotingssnoepje aan zich laat voorbijgaan, maar bijvoorbeeld over enkele jaren vereffend wordt. De belastingvrije reserves worden dan weliswaar belast tegen het normale tarief van 33,99 %. Maar op de liquidatiebonus is dan slechts 10 % roerende voorheffing verschuldigd. Netto blijft er van 100 euro dan een kleine 60 euro over. Of slechts plusminus 3 euro minder. Die belasting moet evenwel niet nu, maar pas over zoveel jaar worden betaald. Hoe later dat is, hoe voordeliger om geen belasting nu, maar pas dan te betalen. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Jan Van Dyck