Hij was niet eens eenentwintig, toen hij 800 guerrillero's leidde om een fabriek te saboteren waar de nazi's een atoombom wilden ineenknutselen. Na de Tweede Wereldoorlog trok Erling Lorentzen, telg uit een oude Noorse redersfamilie, naar Harvard Business School. Vervolgens loodste hij twintig jaar lang een gasdistributiebedrijf, dat hij van Exxon had gekocht, door de Braziliaanse economische grillen en politieke grollen. Zijn vrienden keken pas echt op, toen Lorentzen in 1975 diep in het Braziliaanse regenwoud een immense fabriek bouwde om pulp te maken van eucalyptus. Iedereen deed het proje...

Hij was niet eens eenentwintig, toen hij 800 guerrillero's leidde om een fabriek te saboteren waar de nazi's een atoombom wilden ineenknutselen. Na de Tweede Wereldoorlog trok Erling Lorentzen, telg uit een oude Noorse redersfamilie, naar Harvard Business School. Vervolgens loodste hij twintig jaar lang een gasdistributiebedrijf, dat hij van Exxon had gekocht, door de Braziliaanse economische grillen en politieke grollen. Zijn vrienden keken pas echt op, toen Lorentzen in 1975 diep in het Braziliaanse regenwoud een immense fabriek bouwde om pulp te maken van eucalyptus. Iedereen deed het project af als complete waanzin. Houtpulp van eucalyptus werd niet eens gebruikt door de papierfabrieken, die hun grondstof vooral uit Scandinavië en Canada haalden. Vandaag is dat Braziliaanse bedrijf, Aracruz, met zowat 1 miljard euro omzet de grootste onafhankelijke pulpproducent wereldwijd. Aracruz is een van de 25 verrassende concerns die Antoine van Agtmael uitvoerig voorstelt in De nieuwe multinationals. De Nederlandse oprichter van het Amerikaanse investeringsbedrijf Emerging Markets Management portretteert de bedrijven én vlooit uit hoe ze hun sterke positie ver-overden. Ze zijn de ambassadeurs van een nieuwe golf van dominante multinationals, die niet langer uit West-Europa, de VS of Japan komen, maar uit de opkomende economieën (met voorop uiteraard de BRIC-landen: Brazilië, Rusland, India en China). Misschien hangt rond Aracruz nog een westers of zelfs een koloniaal geurtje, omdat het in de meest exotische omstandigheden opgericht werd door een Noor. Er blijkt evenwel niets Noors aan Aracruz, al is de toelevering aan papier- en tissuefabrieken wel een sector waarin Noorwegen van oudsher sterk staat. Aracruz vernieuwde de sector, dankzij de ontdekking dat de snelgroeiende eucalyptus zowel zorgt voor geschiktere pulp als snellere herbebossing. Kwaliteit, innovatie en voortdurende verbetering blijken ook de troeven van de andere 24 nieuwe multinationals. Van Agtmael heeft het dus niet over het zoveelste gigantische atelier waar duizenden arbeidsters T-shirts, jurken en pantalons ineenstikken. Hij heeft het niet over Chinese rammelkarren die floppen tijdens westerse veiligheidstests, maar over bedrijven met sterk eigen onderzoek en ontwikkeling. Het is trouwens een misvatting dat het ontwerp nog altijd uitsluitend in het Westen gebeurt en de productie in de exotische landen. Die goed gebouwde auto's komen trouwens ook wel. Binnen tien jaar exporteert China auto's naar Europa en de VS. De nieuwe Rockefellers, Carnegies en Philipsen komen uit de nieuwe groeimarkten. De eerste generatie kennen we al, met Lakshmi Mittal als vaandeldrager. Ook België beefde, toen de Indiase staalbaron de laatste Belgische staalfabrieken inlijfde. Moeten we blijven beven? In zijn bijzonder boeiende boek toont Van Agtmael ook hoe westerse bedrijven kunnen leren van de nieuwkomers. Antoine van Agtmael, De nieuwe multinationals. Business Contact, 416 blz., 34,90 euro. Luc De Decker