Machiavelli is verplichte lectuur
...

Machiavelli is verplichte lectuurIn 1995 verscheen "The New Rules", een boek dat in onze contreien relatief weinig aandacht heeft gekregen. John Kotter (Harvard-professor, niet te verwarren met marketing-goeroe Philippe Kotler) schetst de carrière-ervaringen van 151 MBA's van Harvard, lichting 1974. Mannen (vooral) en vrouwen die geboren zijn rond 1950, vrij goede studenten waren, veelal technische richtingen hebben gevolgd en dan naar de Harvard Business School zijn getrokken. Kotter volgt die MBA-alumni nu al ruim 20 jaar, met jaarlijkse schriftelijke enquêtes en vijfjaarlijkse interviews. Van elke student bestaat een uitgebreid dossier vol persoonlijkheidstests, examenresultaten en indrukken van medestudenten. Deze worden gecorreleerd met diverse carrière-ontwikkelingen, waarbij men (typisch Amerikaans) exact weet hoeveel iedereen verdient, hoe groot het eigen vermogen en dat van de ouders is, en dies meer.VERHAALTJES.De case-methode wordt hier op de spits gedreven. We krijgen 18 cases, dus 18 c.v. 's en 18 verhalen : boeiend en concreet. De wetenschappelijke evidentie staat meestal in voetnoot. Dat is de wereld op zijn Harvards : schitterend studiemateriaal in voetnoot, verhaaltjes in de hoofdtekst. Elke andere academicus had het omgekeerde gedaan en een saai oerdegelijk verhaal geschreven. Kotter doet het dus anders. Dit heeft tot gevolg dat het boek schittert in zijn overtuigingskracht en mat is in zijn bewijskracht.Zo leren we dat meer dan een derde van deze elitegroep ooit al eens ontslagen werd, en dat de top-10 % honderdmaal zoveel heeft verdiend als de staart-10 %. Geen 25 % van de MBA's uit Kotters studie werkt nog bij een groot bedrijf. De overgrote meerderheid is ondernemer, consultant, investment banker. Slechts 8 % werkt nog in productie. In 1975 was amper 7 % van de afgestudeerden entrepreneur of eigenaar, in 1992 al 40 %. AANVAL.Uit zijn 151 dossiers distilleert Kotter de acht nieuwe spelregels voor succes.1. Volg niet-conventionele carrière-paden.2. Kijk naar globalisering.3. Ga naar klein en entrepreneur-achtig, weg van groot en bureaucratisch.4. Profiteer van big business via consulting. 5. Wees niet alleen een manager, maar ook een leider.6. Grijp uw opportuniteiten op de financiële markten.7. Wees bezeten om te winnen.8. Leer en ontwikkel permanent.Het boek is in zekere zin een aanval op big business. Kotter behoort duidelijk niet tot degenen die nu beweren : small is stupid. Integendeel, met een zeker genoegen schrijft hij dat Harvard gebouwd werd en gesponsord wordt door grote bedrijven, dat de meeste eminente sprekers uit grote bedrijven komen, maar dat de oud-studenten verbitterd deze dinosaurussen verlaten. Groot wordt synoniem van zeer bureaucratisch, zeer gecentraliseerd en sterk gepolitiseerd. APOLOGIE.Door alleen naar Harvard-MBA's te kijken, is Kotter uiteraard bijzonder eenzijdig. Hij hangt de hele ontwikkeling van het westers economisch systeem op aan 18 verhaaltjes, hij bekijkt het bedrijfsleven en de economische omgeving door de bril van de Harvard-MBA. Dit is echter niet eenzijdiger dan de tientallen sociologische studies die werk en samenleving bekeken hebben door de bril van de arbeider.Een bijzonder merkwaardig verschil is wel dat Kotter kijkt en merkt dat het goed is. Het boek is een ongenuanceerde ode aan entrepreneurship, aan degelijke MBA-opleidingen, inzonderheid deze van Harvard. Met wat zijdelingse kritiek, dat wel, maar er is geen betere opleiding denkbaar. Kotter lijkt maar niet te kunnen begrijpen waarom de alumni van Harvard arrogant en pretentieus worden genoemd. Iets anders valt moeilijk te verwachten van iemand die, middenin de grootste storm van kritiek die Harvard ooit heeft moeten verduren, rustig schrijft dat alle scholen en universiteiten zich beter wat zouden aanpassen ja, misschien zelfs ook Harvard...Wie nog wat nauwkeuriger leest, begint te vermoeden dat dit boek een apologie is voor Harvard. "Misschien hebben we wel wat fouten gemaakt, maar de maatschappij mag ons dankbaar zijn omdat we 'leiders' geselecteerd en gemaakt hebben."MOTIVATIE.Ideologie is nooit veraf. De kernboodschap is duidelijk : wil je rijk en (dus !) gelukkig worden, wees dan entrepreneur, werk in een klein bedrijf, volg eerst een degelijke MBA-opleiding, enzovoort. De ongenuanceerde ode aan de hoge lonen valt voor een Europeaan wel wat moeilijk.Kotter toont overduidelijk aan welke MBA's (financieel) het verst komen. Niet de slimste, want we leren zelfs dat de laagste GMAT-scores het duidelijk beter doen dan de slimmere broertjes en zusjes. Ook niet die met rijke ouders, maar wel die met een competitive drive. De enige factor die in een dergelijke groep nog een significant verschil maakt, is de motivatie om te presteren. Alleen de zeer competitief ingestelden zullen het ver schoppen. Kotter vermijdt in alle talen de uitdrukking "over lijken gaan" maar de beschrijving van die zeer competitieve instelling, en de aard van de sectoren waarin financieel zeer succesvolle MBA's werkzaam zijn, doen toch sterk vermoeden dat een ongezonde prestatiedrang en niet al te enge morele standaarden flink helpen om het onderste uit de financiële kan te halen. Voor wie dat nog niet zou weten, wordt het hier (naar mijn weten voor het eerst) "wetenschappelijk" bewezen.OPLICHTERS.In dit boek vinden we de zoveelste aanduiding dat het IQ enkel een competitieve voorwaarde is in het carrière-spel. Het echte competitieve voordeel is weggelegd voor degenen die emotioneel en sociaal intelligent zijn : kunnen volhouden, een korte-termijnbeloning uitstellen om een grotere beloning te krijgen op lange termijn, sterk gemotiveerd zijn, zich kunnen inleven in de situatie van anderen, kunnen overtuigen en beïnvloeden.Als de motivatie om te presteren niet getemperd wordt, heiligt het doel altijd de middelen. Dan is Machiavelli verplichte bedlectuur. Als de sociale vaardigheid niet getemperd wordt, krijg je eersteklas oplichters. Die tempering moet komen van sterke morele normen. Dat vergeten helaas de meeste Amerikaanse auteurs, Kotter incluis. MARC BUELENS Prof. dr. Marc Buelens is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick School voor Management.