De computer is nog nergens
...

De computer is nog nergensDe computer is overal : op elk bureau, thuis voor spelletjes en in de muur als geldautomaat. Elke winkelstraat heeft zijn computerzaak en pc-blaadjes verdringen Playboy in de krantenkiosk. Nieuwe generaties chips komen op de markt vóór de oude zijn versleten, en kelders en zolders staan vol "antieke" computers van slechts enkele jaren geleden. Wie kind was in het begin van deze eeuw, heeft meegemaakt hoe de elektrische motor de fabriek en de keuken binnendrong en het tillen, mengen, kneden, wassen en andere dagelijkse handelingen van de gewone mens overnam. Wie als kind opgroeit aan het eind van deze eeuw, ziet hoe de computer de kantoren en de studeerkamer binnendringt en het tellen, schrijven, sorteren en organiseren van de gewone mens overneemt. De enige plek waar de alom aanwezige computer niet is terug te vinden, is in de economische groei. Tot ieders verbazing, want men zou verwachten dat zoveel computergeweld leidt tot veel meer productie en hoger nationaal inkomen. Met een computer op de hoek van elke tafel denkt iedereen dat hij een enorme impact heeft op de economie. Niets is minder waar. Althans, wanneer het bureau voor de statistiek jaarlijks de nationale rekeningen presenteert dan wordt er geen speciale alinea gewijd aan hogere groeicijfers veroorzaakt door meer computergebruik.GEEN MERKBARE ZWELLING.Honderdduizend chips en toch geen vetrand op de economische groei, simpelweg omdat alle computers samen nog altijd slechts een kleine fractie zijn van alle machines, hijskranen, hoogovens en andere kapitaalgoederen die we nodig hebben om onze jaarlijkse nationale productie te maken. Iedereen heeft er mee te maken, maar desondanks zijn computers relatief gesproken nog steeds te onbelangrijk om een merkbare zwelling in het grote geheel te veroorzaken. In Amerika (dat qua computerbezetting een stuk verder is dan wij) groeiden de investeringen in computers en bijbehorende apparatuur (printers bijvoorbeeld) in de periode 1990-'93 jaarlijks met meer dan 25 %. Dat betekent dat in die drie jaar tijd de voorraad computers en aanhangsels verdubbelde. Toch was in 1993 de waarde van alle computers slechts 2 % van de waarde van alle kapitaalgoederen. De opvallende invloed die computers hebben op hun omgeving wordt nog steeds overschaduwd door de onopvallende maar enorme invloed die er altijd al was van de overige kapitaalgoederen. De bijdrage van computers aan de economische groei bedraagt dan ook slechts luttele tienden van procenten : 0,16 procentpunten bruto. Als we rekening houden met de supersnelle veroudering van computers, waardoor ze snel moeten afgeschreven en vervangen worden en hun productieve bijdrage hiervoor corrigeren dan blijft netto nog veel minder over, slechts 0,06 procentpunten.Misschien geven deze berekeningen slechts beperkt weer wat de totale invloed is van de computers op de economie. De pc is slechts een onderdeel van de hele computerrevolutie. Deze revolutie bestaat niet alleen uit de chips en de beeldschermen (de hardware), maar ook uit de computerprogramma's (de software) en uit de adviezen en dienstverlening van computerspecialisten. Naar schatting bestaan de totale computerkosten in bedrijven gemiddeld voor ongeveer 38 % uit kosten voor pc's en randapparatuur, 28 % voor de software en 34 % voor het computerpersoneel. De pc is ruwweg een derde van de totale computerinzet. De totale bijdrage van hardware, software en computers samen aan de economische groei zou dus drie keer zo groot zijn als die van de pc alleen. Dat is nog steeds niet echt veel.NIET MEETBAAR.Bij het meten van economische groei-effecten worden alleen de kwantificeerbare invloeden meegenomen. Misschien zit de grootste invloed van de computer eerder in de niet meetbare neveneffecten : in de verbetering van de kwaliteit van het leven. Alhoewel de meningen over de grote invloed van de computer op het dagelijkse leven zijn verdeeld. Iedereen die de bureaucratie tot bloedens toe heeft bevochten om een computerbrief die, ondanks alle verzekering dat het nu echt in orde was, nog steeds dezelfde stomme fout bleef maken, weet dat de vreugde om de computer niet geheel onbevangen kan zijn. Toch is duidelijk dat de computer heel veel aangenaams heeft te bieden : de makkelijke, snelle beschikbaarheid van veel informatie, de handigheid om 24 uur per dag geld uit de muur te kunnen trekken, de mogelijkheid om via het Internet de hele wereld op de keukentafel te krijgen. Al deze effecten zijn niet in cijfers uit te drukken en de kleine economische groei-effecten onderschatten op grove wijze de totale invloed van de computer.VRESELIJK GOEDKOOP.Ik denk ook dat we slechts aan het begin staan van het Grote Computer Effect op de samenleving. Het duurt altijd lang voor een uitvinding zijn grote impact heeft. De principes van de elektrische motor waren al sinds de tweede helft van de vorige eeuw bekend en het heeft tot na de eerste wereldoorlog geduurd voor de motor een explosieve invloed had op de productie. De elektrische motor had vijftig jaar nodig om ons leven te veranderen. De computer heeft ook tijd nodig. Geen vijftig jaar echter. De chip heeft ons sneller te pakken dan de motor. Niet alleen omdat nu alles sneller gaat dan in het begin van deze eeuw, maar ook omdat computerkracht zo vreselijk goedkoop is. De prijs per eenheid computerkracht is nog slechts 0,0005 procent van wat het ooit was en dalende. De elektrische motor ondervond bij de invoering nog steeds concurrentie van goedkopere waterkracht en windmolens. Tegen goedkope computerkracht is geen kruid gewassen. De computer wordt de motor waarop de volgende eeuw draait.JULES THEEUWES Prof. dr. Jules Theeuwes is hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Leiden.