Het is best mogelijk dat de top vijf in vele sectoren binnenkort gevuld is met bedrijven die vandaag in het Westen zo goed als onbekend zijn, zegt Boston Consulting Group (BCG). BCG doelt op bedrijven uit opkomende markten die wereldwijd actief zijn, maar onder de radar blijven. Voorlopig althans, want ze breken almaar meer door op het wereldtoneel.
...

Het is best mogelijk dat de top vijf in vele sectoren binnenkort gevuld is met bedrijven die vandaag in het Westen zo goed als onbekend zijn, zegt Boston Consulting Group (BCG). BCG doelt op bedrijven uit opkomende markten die wereldwijd actief zijn, maar onder de radar blijven. Voorlopig althans, want ze breken almaar meer door op het wereldtoneel. De groep die zich klaarmaakt voor zo'n doorbraak, noemt BCG de 'Global Challengers'. In de voorbije tien jaar detecteerde BCG er 193. Van die groep zijn er intussen 19 helemaal doorgebroken. Een voorbeeld is Huawei. Bij ons is het Chinese bedrijf bekend van zijn smartphones, maar het is vooral een geduchte concurrent van westerse bedrijven als het gaat over netwerkapparatuur voor telecomoperatoren. Een ander voorbeeld is Tata Motors, de grootste autoproducent van India, maar intussen ook wereldwijd de tweede autobusfabrikant en de vierde vrachtwagenfabrikant. De opgang van de Challengers is in zekere zin een natuurlijk verschijnsel. Als de opkomende markten groeien, dan groeien hun bedrijven mee, en worden ze bijna vanzelf concurrenten van de gevestigde multinationals. Maar 19 gepromoveerden in tien jaar tijd, dat is wel erg snel, volgens BCG. Het is een bliksemschicht als je het vergelijkt met de tijd die General Electric of Toyota nodig hadden om wereldbedrijven te worden. Gezien de snelle ontwikkeling van de opkomende markten, verwacht BCG in de volgende tien jaar minstens evenveel gepromoveerden, en allicht meer. De cijfers van de Challengers ogen indrukwekkend. Tussen 2005 en 2014 scoorden ze een gemiddelde omzetgroei van 15 procent per jaar, tegen slechts 6 procent voor de niet-financiële bedrijven in de Amerikaanse S&P 500-beursindex. In dezelfde periode is de buitenlandse omzet van de Challengers verviervoudigd. Ook hun buitenlandse marktaandelen gaan vooruit. In 2005 waren de Challengers goed voor 40 procent van de buitenlandse omzet van de top 100-bedrijven in 63 sectoren, in 2014 was dat al 46 procent. De Challengers worden ook gesofisticeerder. Grondstoffendelvers zijn nog altijd goed vertegenwoordigd, maar een koperproducent als Grupo México is vandaag ook een spoorwegoperator. Er komt ook een nieuwe klasse van consumentgerichte bedrijven op, die de groeiende middenklasse in de niet-westerse wereld moet bedienen. De simpele voedings- en wasmachineproducenten maken plaats voor farmabedrijven en luchtvaartmaatschappijen. Het sjieke Chinese Xiaomi verkoopt in eigen land al meer smart- phones dan Apple, en breidt snel uit in India en Indonesië. Het Zuid-Afrikaanse Discovery verkoopt niet alleen ziekteverzekeringen in eigen land, maar ook in China, de VS en het VK. De jongste tijd kenden de opkomende markten nogal wat problemen, zoals dalende grondstoffenprijzen, verzwakkende munten, geopolitieke spanningen en kapitaalvlucht. Maar ze blijven een goede lanceerbasis voor de Challengers, aldus BCG. Tegen 2020 zullen de opkomende markten een derde van de wereldconsumptie voor hun rekening nemen. Alleen al in China en India komt een consumptiestijging die even groot is als het hele Duitse bbp. Maar het bedje van de Challengers is daarmee niet gespreid. In de trager groeiende mature markten liggen de inkomsten minder voor het rapen, en op de thuismarkt krijgen de Challengers af te rekenen met kleinere, lokale rivalen, die nog sneller groeien, en nog meer winst maken. En de productiviteit en rendabiliteit van een aantal Aziatische staatsbedrijven en familiale conglomeraten kan gerust beter. Alles bijeen is BCG optimistisch. Bedrijven uit opkomende markten hebben vele watertjes moeten doorzwemmen. Ze weten hoe ze moeten overleven in onzekere tijden en snel wisselende omstandigheden. Het zijn geboren winnaars. De westerse multinationals zetten zich maar beter schrap. JVG