De auteur is oprichter en voorzitter van de raad van toezicht van de verzekeringsgroep Axa.
...

De auteur is oprichter en voorzitter van de raad van toezicht van de verzekeringsgroep Axa. In de jaren negentig stegen de uitgaven voor gezondheidszorg in de Oeso-landen gemiddeld 3,4 % per jaar. Het bruto binnenlands product (BBP) nam in die periode slechts met 2,1 % toe. De oorzaken zijn duidelijk: de veroudering van de bevolking, de toenemende beschikbaarheid van basisgezondheidszorg in ontluikende markten en de vooruitgang van de medische wetenschap. De consumenten in de ontwikkelde landen zijn ook beter geïnformeerd. Ze weten hoe ze via internet toegang krijgen tot medische informatie en ze zijn zich bewust van medische wanpraktijken, die in heel wat landen meer slachtoffers eisen dan verkeersongevallen. Ze eisen ook een betere ziekteverzorging en gaan op zoek naar begeleiding om hun weg te vinden in het medisch labyrint. Zowel de openbare als de privé-ziekteverzekering zullen hun productaanbod uitbreiden naar een breder dienstenpalet. Dergelijke diensten zullen onder meer informatie en advies over gezondheid bevatten, hulp verlenen bij de keuze van de beste hospitalisatiedienst, de mogelijkheid bieden op bijkomend advies bij een riskante operatie, de kans om waar ook ter wereld gebruik te maken van consultatie met een topspecialist en te kunnen profiteren van de voordelen van afstandgeneeskunde, afstandschirurgie, thuisverzorging en sensorapparatuur. In ideale omstandigheden zullen die diensten beheerd worden in verbinding met een medisch netwerk dat deskundig advies en een hoge graad van professionalisme zal leveren. Op dit ogenblik zijn de omstandigheden gunstig om die ontwikkelingen mogelijk te maken. Informatietechnologie moet leiden tot een herschikking van de traditionele gezondheidszorgsystemen, wat aanleiding zal geven tot productiviteitswinsten die vergelijkbaar zijn met de vooruitgang in andere dienstensectoren. Momenteel kan noch de openbare, noch de privé-ziekteverzekering de uitdaging van die veranderingen aan. In landen waar de financiering van de gezondheidszorg grotendeels een zaak van de overheid is, maar de uitoefening van de geneeskunde in privé-handen zit, wordt de overheid geconfronteerd met zware problemen om de groei van de bestedingen voor volksgezondheid in toom te houden (zoals in Frankrijk en Duitsland). Landen met een nationale gezondheidsdienst houden stevig de knip op de met belastingen gefinancierde gezondheidsuitgaven, ten koste van lange wachtlijsten voor behandelingen door specialisten, evenals voor een ligplaats in een ziekenhuis of voor een operatie. Dat is niet enkel het geval in Groot-Brittannië, maar ook in Spanje, Italië en Canada. In die landen heeft slechts een fractie van de bevolking een privé-ziekteverzekering, waarmee ze kunnen genieten van een kwalitatief hoogstaande ziekenhuisverzorging. In landen waar ziekteverzekering niet verplicht is en vooral in handen is van privé-verzekeraars (zoals de Verenigde Staten) wordt dan weer een grote groep gewoon uitgesloten van ziekteverzorging. Om het allemaal nog wat ingewikkelder te maken, is de ziekteverzekering in enkele Europese landen en in de VS nauw gekoppeld aan de werkgever. In landen waar de openbare verzekeringsstelsels opgebouwd werden rond het Bismarck-model (Frankrijk, Duitsland, België en Nederland) komt een groot deel van de openbare financiering rechtstreeks van de loonmasa. Amerikaanse ondernemingen, vooral dan de grootste, dragen de last van de gezondheidsuitgaven om heel andere redenen: het totaal gebrek aan publieke dekking voor de meeste werknemers. De drie grote autofabrikanten worden daarom vaak HMO's op wielen genoemd ( health maintenance organisations - organisaties voor de instandhouding van de gezondheidszorg) of "een sociaal verzekeringssysteem dat auto's verkoopt om zichzelf te financieren." Gezondheid moet beschouwd worden als een huishoudelijk product, zoals voeding, huisvesting en vervoer. Een gepersonaliseerde familiale ziekteverzekering dekt dan de gezondheidsrisico's van het gezin en biedt de diensten aan die het gezin nodig acht, rekening houdend met zijn behoeften en levensstijl. Het is evenwel een kwestie van nationale solidariteit dat elke democratie erop toeziet dat niemand uitgesloten wordt van de basisgezondheidszorg. De financiering van zo'n universele ziekteverzekering moet volledig transparant gebeuren. Ze moet steunen op prioriteiten en een voldoende hoog kwaliteitsniveau bieden. Om dat te bereiken, zou de publiek gefinancierde universele gezondheidsdekking beheerd moeten worden door privé-operatoren. Zij kunnen de universele en de gezinsdekking bundelen om een allesomvattende gezondheidszorg aan te bieden via contacten met partners. De gezinsdekking kan zeer gediversifieerd zijn. Zo zouden door medische besparingen de individuele verzekerden de mogelijkheid kunnen krijgen om belastingvrije fondsen op een rekening te storten, die enkel voor medische uitgaven gebruikt kan worden, op voorwaarde dat ze een verzekeringspolis hebben die een maximumbesteding voorschrijft. Zuid-Afrika en Singapore hebben al geëxperimenteerd met dergelijke medische spaarrekeningen. Claude Bébéar