In 1996 vierde Ion Beam Applications (IBA), de spin-off van de universiteit van Louvain-la-Neuve, zijn tienjarige bestaan. Etienne Davignon merkte toentertijd wat schofterig op dat hij erover verwonderd was uitgenodigd te worden op het feest van een onderneming die eigenlijk nooit had mogen bestaan. Zozeer werd het economische potentieel destijds onderschat. Sindsdien is de producent van deeltjesversnellers - instrumenten die met elektrische of magnetische velden deeltjes een hoge snelheid geven - het archetype geworden van onze technologie van eigen bodem.
...

In 1996 vierde Ion Beam Applications (IBA), de spin-off van de universiteit van Louvain-la-Neuve, zijn tienjarige bestaan. Etienne Davignon merkte toentertijd wat schofterig op dat hij erover verwonderd was uitgenodigd te worden op het feest van een onderneming die eigenlijk nooit had mogen bestaan. Zozeer werd het economische potentieel destijds onderschat. Sindsdien is de producent van deeltjesversnellers - instrumenten die met elektrische of magnetische velden deeltjes een hoge snelheid geven - het archetype geworden van onze technologie van eigen bodem. Maar IBA heeft ook alle kleuren van de regenboog gezien. Na een moeilijk begin kende de onderneming achtereenvolgens een periode van irrational exuberance na de beursgang in 1998, een bijna vernietigende reuzengroei in de jaren 2000-2003 en uiteindelijk een terugkeer naar de bron, met een 'boetedoening' die twee jaar geleden werd ingezet. Op dit ogenblik is de gemoedsgesteldheid van de directie weer sereen. Het personeelsbestand wordt aangevuld: binnenkort zullen 300 nieuwelingen zich bij de 1200 medewerkers van de groep voegen, vooral in België. De groeivooruitzichten lijken intussen aantrekkelijk: er wordt voor 2007 een toename van de inkomsten met 30 % verwacht. De bestellingen stromen toe, de beurskoers explodeert. Kortom, Ion Beam Applications lijkt opnieuw op het goede spoor te zitten. Maar hoe precies heeft dat kwakkelbedrijf van de Waalse technologie zich kunnen omvormen tot een onderneming op het scherp van de snee? De strijd tegen kanker en de begeleiding tijdens de hele behandelingsperiode van de ziekte vormen tegenwoordig de kern van de strategie bij IBA. De technologie van de deeltjesversnellers maakt het mogelijk om die strategie uit te bouwen. De oncologie, helaas een 'groeisector', is in dat verband een geschikte optie. Futurologen voorspellen dat een op drie mensen ooit wel eens te maken zal krijgen met kanker. Met radio-isotopen voor de opsporing en een protonentherapie voor de behandeling beschikt IBA over twee serieuze troeven om uit te groeien tot een leider op dat domein. Die scherpstelling op een thematiek die voor iedereen bevattelijk is, brengt tegelijk een kleine revolutie met zich. "Zelfs intern," geeft Pierre Mottet, de CEO van de groep, toe. "Het feit dat men strijd voert tegen een ziekte en dat men levens kan redden, werkt bijzonder motiverend."IBA was immers geruime tijd het slachtoffer van zijn eigen complexiteit. Zowel voor gewone stervelingen als voor financiële markten zegt de term 'deeltjesversneller' bijzonder weinig. Vroeger stond die technologie evenwel centraal in de strategie van IBA. Van daaruit ontwikkelde de groep een hele reeks toepassingen: eerst radio-isotopen voor medische beeldvorming, dan de protonentherapie voor de behandeling van kanker en verder de sterilisatie en ionisatie voor de landbouw- en voedingsnijverheid. Op die manier raakten de activiteiten van IBA trouwens versnipperd. IBA heeft nu zijn sterilisatie- en ionisatietak (die meer dan 60 % van de activiteit uitmaakte) van de hand gedaan en zich volledig toegespitst op de strijd tegen kanker. Dat heeft meer duidelijkheid geschapen: de omzet (136 miljoen euro in 2005, tegenover 257 miljoen in 2003) wordt nu voor driekwart aangedragen door activiteiten in de gezondheidssector. Als de naam IBA valt, wordt doorgaans meteen gedacht aan protonentherapie, de behandeling van kanker met ioniserende straling. Dat is zowat het vlaggenschip van de onderneming geworden. Pierre Mottet: "Die enorme apparaten waarrond hele ziekenhuisafdelingen gebouwd worden, spreken veel meer tot de verbeelding dan de meer doordeweekse activiteiten van IBA."Het gaat niet om een gloednieuwe activiteit, al was ze in 2005 maar goed voor 20 % van de inkomsten. Er zitten namelijk nogal wat remmen op de toepassing van die technologie: ze is duur - een systeem kost tussen 20 en 60 miljoen euro - en is slechts geschikt voor 2 % van alle kankers. Dat betekent dat zo'n uitrusting slechts rendabel gemaakt kan worden als men kan terugvallen op een doelgroep van ongeveer 10 miljoen inwoners. Op dit ogenblik zijn tien medische instituten, topziekenhuizen en universitaire centra (vooral in de VS en Azië) uitgerust met het protonentherapiesysteem van IBA. Het groeiritme neemt evenwel toe. Europa begint stilaan ook toe te happen: IBA heeft onlangs een contract ondertekend voor de levering van een systeem in het Duitse Essen. Voorzichtigheidshalve heeft de groep zich steeds tot doel gesteld om per jaar een apparaat van dat type af te leveren. Maar die bescheiden raming valt nu nog moeilijk te handhaven: de groep uit Louvain-la-Neuve heeft sinds begin vorig jaar al drie exemplaren verkocht en het is niet uitgesloten dat de prognose begin volgend jaar opgetrokken wordt. "De protonentherapie raakte minder snel ingeburgerd dan we dachten, maar gelukkig hebben we ook kunnen vaststellen dat de technologie niet zo snel veroudert als we vreesden. Vroeger waren we daar een tikkeltje paranoïde over en waren we erdoor geobsedeerd om zo snel mogelijk iets nieuws te vinden dat ze kon vervangen," bekent de baas van de groep. IBA kan eindelijk op beide oren slapen. Het heeft de helft van de wereldmarkt in handen en het orderboekje draait rond 100 à 150 miljoen euro. Daar kan trouwens nog wat bijkomen als de onderneming erin slaagt om ook middelgrote apparaten voor protonentherapie te slijten, die middelgrote ziekenhuizen zouden kunnen interesseren. Het zal echter wachten zijn op 2008 en 2009 vooraleer contracten van die aard een weerslag zullen hebben op de resultaten van de groep. Wie een explosie van de rentabiliteit verwacht, zal nog wat geduld moeten oefenen. Een andere historische activiteit van IBA begint ook van de grond te komen: de productie en distributie van radio-isotopen. Dat product wordt ingebracht in het lichaam en zet zich vast op een eventuele tumor, zodat een kanker kan worden opgespoord wanneer er een PET-scan wordt uitgevoerd. Het wordt al zo'n zes à zeven jaar gebruikt bij de behandeling van kanker en de activiteit kent vandaag een groei die ver boven de 20 % uitstijgt. De enige bekommernis is dat het hier gaat om producten met een beperkte levensduur, die aangemaakt moeten worden in de nabijheid van de plaats waar ze verbruikt worden. Op dit ogenblik beschikt IBA over 37 centra in de Verenigde Staten - waar het 20 % van de markt controleert - en Europa. Begin vorig jaar heeft de onderneming haar positie op het oude continent versterkt door de overname van de verlieslatende activiteiten van het Duitse Schering voor een symbolische euro. Het is een manier als een andere om het Europese distributienetwerk te stofferen: "De investeringen die gedaan moeten worden zijn weliswaar nog te aanzienlijk om de activiteit rendabel te maken, maar we zijn alvast de enige belangrijke speler op het terrein. Onze Europese concurrenten zijn vijf tot tien keer kleiner dan wij," zegt Mottet. De activiteiten van IBA op het vlak van de dosimetrie zijn duidelijk minder glamoureus en vormen beslist de meest discrete activiteit van de groep. In de radiodiagnostiek maakt die activiteit het mogelijk om doeltreffend medisch onderzoek te doen door gebruik te maken van de kleinst mogelijke dosis straling. Hoe bescheiden ook, de activiteit is zeer rendabel dankzij de aanzienlijke marges. Ze laat bovendien toe om het risicoprofiel van de onderneming te verzachten en IBA minder afhankelijk te maken van grote contracten. Samen met de radio-isotopen en de serviceafdeling van de cyclotrons voor de protonentherapie zorgt de dosimetrie tegenwoordig voor 60 % van de recurrente inkomsten van IBA. Ook al heeft IBA een groot deel van zijn activiteiten op het gebied van sterilisatie en ionisatie doorverkocht, toch wil het in die business een voet tussen de deur houden. Met de deeltjesversnellers worden oplossingen ontwikkeld voor de sterilisatie van medische instrumenten, de koude pasteurisatie van voedingswaren, het ontsmetten van poststukken (bij de Amerikaanse post) en zelfs het opsporen van nucleaire dreiging. IBA heeft onlangs een contract gesloten met het Amerikaanse ministerie voor Binnenlandse Veiligheid om de Amerikaanse havens uit te rusten met een röntgensysteem voor het opsporen van gevaarlijke producten. Dat proefcontract zal een omzet van 2 tot 3 miljoen dollar genereren. Als het systeem aanslaat en zijn deugdelijkheid kan aantonen, kan dat uiteindelijk leiden tot een contract van 1,4 miljard dollar. IBA zal weliswaar maar een fractie van het project in handen krijgen, maar de vooruitzichten blijven niettemin aanlokkelijk. Per slot van rekening vormt die tak slechts een nevenactiviteit van IBA. Pierre-Yves Warnotte