Meer volk in de stad, minder op het platteland - ergens in 2006 zal voor het eerst meer dan de helft van de wereldbevolking in een kleine of grote stad wonen. Voor de meeste mensen zal voortaan het landschap waarin ze wakker worden voornamelijk bestaan uit beton.
...

Meer volk in de stad, minder op het platteland - ergens in 2006 zal voor het eerst meer dan de helft van de wereldbevolking in een kleine of grote stad wonen. Voor de meeste mensen zal voortaan het landschap waarin ze wakker worden voornamelijk bestaan uit beton. Het is allemaal een beetje vreemd. De homo sapiens loopt al ten minste 25.000 jaar op aarde rond en het grootste deel van de tijd was hij een ruraal wezen met een habitat die bepaald werd door de noodzaak om voedsel te vinden. Dorpsbewoners kwamen er pas met de ontwikkeling van de landbouw (op het einde van de laatste ijstijd, zo'n 9000 jaar geleden) en dan nog moesten de meeste mensen in de buurt blijven van hun dieren en gewassen. Steden met meer dan 100.000 inwoners kwamen pas in de klassieke oudheid (3000 jaar geleden) tot ontwikkeling. Tegen die tijd hadden verbeteringen in de landbouw al geleid tot overschotten van vlees en graan. Verbeteringen in het transportsysteem maakten de ontwikkeling van de handel mogelijk. Sommige mensen waren dan ook bevrijd van de taak om hun eigen voedsel te produceren en waren dus vrij om in de stad te gaan wonen. Er was echter een andere enorme technologiesprong nodig, met name de uitvinding van motoren en machines minder dan drie eeuwen geleden, om landlui in groten getale van het land naar de stad te lokken om er te gaan werken in de nieuwe fabrieken. Maar zelfs in 1800 was slechts 3 % van de wereldbevolking verstedelijkt. De huidige opstoot van verstedelijking wordt bijna helemaal aangedreven door de relatieve verarming op het platteland. Toegegeven, medische en andere wetenschappelijke vooruitgang heeft de voorbije halve eeuw de aangroei van de wereldbevolking mogelijk gemaakt van 2,5 miljard naar 6,5 miljard mensen. Bijna twee derde van die extra zielen werden door de steden opgeslorpt. Ze werden echter niet zozeer aangetrokken door een vraag naar jobs, dan wel door de hoop op jobs. Het gevolg is vaak armoede en werkloosheid. Bovendien bevinden de snelst groeiende steden zich niet, zoals in het verleden, in de rijkere delen van de wereld, maar wel in de armere delen. Heel wat van die steden zijn erg omvangrijk. In 1950 was New York de enige stad die kon bogen op een bevolking van meer dan 10 miljoen. Vandaag zijn er zo'n twintig van dergelijke megasteden. In de nabije toekomst zullen de meeste mensen in kleinere metropolissen wonen, waaronder de zowat 480 steden waarvan het bevolkingsaantal binnen de tien jaar het miljoen zal overschrijden. Twee derde daarvan zullen zich in arme landen bevinden en het leven zal er hard zijn: meer dickensiaans dan de chic van Sex and the City. Nu al leven zowat 20 miljoen mensen in de vijf grote verstedelijkte gebieden in Zuid-Azië, met name Delhi, Dhaka, Karachi, Calcutta en Mumbai, in sloppenwijken. Meer dan 99 % van de stedelijke bevolking in Tsjaad en Ethiopië woont in sloppen. Zo'n 70 miljoen mensen bevolken een ongezonde corridor tussen Abidjan en Ibadan in West-Afrika, waarschijnlijk de grootste lap stedelijke armoede in de wereld. Waar gaat dat eindigen? De mens past zich gemakkelijk aan en heeft in de rijke wereld vaak voor zichzelf een aanvaardbare rus in urbe geschapen. Heel wat stedelingen voelen zich blijkbaar goed met parken in plaats van open ruimte op het platteland, en met fitnesslokalen in plaats van handenarbeid. De mens heeft stedelijke inrichters, stadsmuziek en zelfs stadslegenden om hem bij te staan. Het zou echter kunnen zijn dat de steden van vandaag iets te snel groeien. Alleen als de nieuwe steden ook de voorspoed verwerven die meestal geassocieerd wordt met de oudere steden in de rijke wereld, zullen ze een natuurlijke habitat lijken voor de heikneuters uit ieders verleden. De auteur is freelance medewerker van The Economist.John Grimond