Hans Plets studeerde onder meer fysica, sterrenkunde en filosofie. In zijn boek buigt hij zich over de vraag wat onze plaats in het universum is en hoe dat universum zich verhoudt tot de mens. Ondanks de wetenschappelijke vooruitgang heeft de mens nog altijd veel mysteries van het leven niet kunnen doorgronden. In zijn inleiding roept Plets dan ook op tot bescheidenheid: "Onze kennis gaat slechts over een klein stukje werkelijkh...

Hans Plets studeerde onder meer fysica, sterrenkunde en filosofie. In zijn boek buigt hij zich over de vraag wat onze plaats in het universum is en hoe dat universum zich verhoudt tot de mens. Ondanks de wetenschappelijke vooruitgang heeft de mens nog altijd veel mysteries van het leven niet kunnen doorgronden. In zijn inleiding roept Plets dan ook op tot bescheidenheid: "Onze kennis gaat slechts over een klein stukje werkelijkheid. Over 95 procent weten we nagenoeg niets." We leren dat de mens in het antieke Griekenland van de zesde eeuw voor Christus zijn eerste voorzichtige stapjes zette om fundamentele vragen te beantwoorden langs de weg van het kritische denken. Er was sprake van een overgang van chaos naar kosmos. De mensheid ruilde de chaotische en grillige wereld van de goddelijke interventie in voor een ordelijke, voorspelbare wereld. Die visie hield niet lang stand. Plato greep al snel terug naar de rol van de goden. Zij stonden volgens hem borg voor harmonie en orde. De kosmologie kreeg mee vorm door grote denkers als Aristoteles en Ptolemaeus. Plets geeft hen de aandacht die ze verdienen. Gaandeweg beseften onze verre voorouders dat het mogelijk was de kosmos te doorgronden met behulp van de rede en de wiskunde. Na de oudheid belanden we in in de middeleeuwen. De symbiose tussen Aristoteles en de Bijbel kreeg in de dertiende eeuw de bovenhand. De (neo)platoonse visie raakte in de verdrukking. Kosmologie, antropologie, metafysica en theologie vormen samen een harmonisch geheel. Het wereldbeeld van de Griekse oudheid werd gaandeweg in overeenstemming gebracht met de Bijbel. Voor de middeleeuwers was de wereld - dankzij God - onveranderlijk en volmaakt. Verder heeft het boek aandacht voor de renaissance die in Florence tot bloei kwam, de erfenis van de alchemisten en hun gedurfde experimenten, en de belangrijke bijdrage van uitvinders als Isaac Newton. Het denken over het heelal nam een hoge vlucht met het ontstaan van de moderne wetenschap. Zaken als de relativiteitstheorie zullen bij de lezer vast een belletje doen rinkelen. Toch is dit een toegankelijk boek, zonder wiskundige formules en moeilijke berekeningen.