Toen een hele tros camera's van VTM en VRT de N-VA-voorzitter Bart De Wever op de verkiezingsdag volgde tot zelfs bij de slager, kwamen er op sociale media heel wat reacties. Ook van journalisten die zich ergerden aan de manier van doen. Maar dat leidde niet direct tot een discussie over de werking van de media. Mediakritiek staat in België nog in zijn kinderschoenen. Dat met Na het journaal volgt het nieuws nu een boek over dat onde...

Toen een hele tros camera's van VTM en VRT de N-VA-voorzitter Bart De Wever op de verkiezingsdag volgde tot zelfs bij de slager, kwamen er op sociale media heel wat reacties. Ook van journalisten die zich ergerden aan de manier van doen. Maar dat leidde niet direct tot een discussie over de werking van de media. Mediakritiek staat in België nog in zijn kinderschoenen. Dat met Na het journaal volgt het nieuws nu een boek over dat onderwerp verschijnt, is een zeldzaamheid. Filosoof en auteur Johan Sanctorum is niet aan zijn proefstuk toe. In 2008 publiceerde hij samen met Frank Thevissen de essaybundel Media en Journalistiek in Vlaanderen. "Pionierswerk", noemde hij dat toen al. Volgens Sanctorum is er in mediakritiek nog een hele weg af te leggen. De teneur is vrij snel gezet. De media als waakhond van de democratie? "Jammer genoeg is dat een motto dat door het milieu van beroepsjournalisten zelf is verzonnen", benadrukt Sanctorum. "Het is niet meer dan een reclameslogan." Meer nog: "In werkelijkheid moeten we hen zelf de hele tijd in het oog houden." En dan zitten we nog maar aan pagina negen. Voor Sanctorum is journalistiek om te beginnen te veel marketing geworden. Dat de voormalige hoofderedacteur van De Standaard, Peter Vandermeersch, ooit Marketeer van het Jaar is geworden, is volgens Sanctorum symptomatisch. Een hoofdredacteur wordt een verkoper, die 'content' aanbiedt als vulsel tussen advertenties. Volgens de auteur zijn te veel redacties ook inwisselbaar geworden. Er is al te vaak een doorgeefluik tussen De Morgen, De Standaard en de VRT. En het is zoeken naar echte onderzoeksjournalisten. Het is een ons-kent-onswereldje, getuige daarvan ook de vaste gasten die telkens weer in allerhande praatprogramma's opduiken, stelt hij. Infotainment is de norm, al dan niet gekoppeld aan de verspreiding van wat hij "politiek correcte informatie" noemt. Het moet gezegd dat hij ergens een punt heeft, alleen zou hij dat met een ander en minder drammerig betoog op een meer overtuigende manier hard kunnen maken. Kritiek op de media mag en moet. Maar als je die laat baden in een sfeer van bij de haren getrokken negativisme, tast dat de geloofwaardigheid aan.