Afstandshouders zijn het recentste succesproduct van Intersig. De metalen constructies rollen vol-automatisch van de twee productielijnen in de zeven hectare grote werkhallen van de onderneming uit Dendermonde, waarna vijf robots ze netjes op pallets leggen. "Afstandshouders zijn bouwstalen", legt commercieel directeur Kris Van Ginderdeuren uit. "Elk bouwwerk in beton moet iets hebben dat dat beton samenhoudt. Dat iets, dat zorgt voor de structurele sterkte van een constructie, is bouwstaal. Afstandshouders zitten bijvoorbeeld in de rechterrijstrook van wegen. Daar rijden zware vrachtwagens, dus moet dat beton extra stevig zijn."
...

Afstandshouders zijn het recentste succesproduct van Intersig. De metalen constructies rollen vol-automatisch van de twee productielijnen in de zeven hectare grote werkhallen van de onderneming uit Dendermonde, waarna vijf robots ze netjes op pallets leggen. "Afstandshouders zijn bouwstalen", legt commercieel directeur Kris Van Ginderdeuren uit. "Elk bouwwerk in beton moet iets hebben dat dat beton samenhoudt. Dat iets, dat zorgt voor de structurele sterkte van een constructie, is bouwstaal. Afstandshouders zitten bijvoorbeeld in de rechterrijstrook van wegen. Daar rijden zware vrachtwagens, dus moet dat beton extra stevig zijn." Het bedrijf maakt ook andere varianten van bouwstaal. Bouwstaalmatten bijvoorbeeld, die stabiliteit geven aan vloeren, of rollen van vijf ton bouwstaaldraad. Voor die laatste zijn er in de hallen in Dendermonde twintig productielijnen. Elke dag verbruikt de vestiging 1000 ton walsdraad, de basisgrondstof. "Wij leveren aan fabrieken. Dat zijn klanten die volle vrachtwagens geleverd krijgen. Hier vertrekken dagelijks veertig vrachtwagens met elk 25 ton betonstaal", rekent Van Ginderdeuren. Grote klanten zijn Kerkstoel 2000+, Staalbeton en Columbus Groep. Het gaat om een erg volumegedreven business. "Ik kijk eigenlijk niet naar de omzet, wel naar de tonnen", zegt Van Ginderdeuren. "De omzet schommelt sterk in functie van de staalprijs. Die is de voorbije weken bijvoorbeeld fel gestegen. De gemiddelde verkoopprijs voor een ton betonstaal is nu 570 euro, enkele weken geleden was dat 400 euro. Daar houden wij dan 5 tot 10 euro winst per ton aan over. Ik heb het niet zo voor hoge staalprijzen. Tegen een lagere prijs kopen onze klanten meer staal." Een riante business is bouwstaal niet. De bedrijfswinstmarges van Intersig schommelen tussen 2 en 4 procent. "We maken een eenvoudig massaproduct. Dit is een sector met weinig toegevoegde waarde. Als we 5 tot 10 euro per ton verdienen, hebben we het niet goed gedaan, maar dat is de realiteit. Uiteraard is de toegevoegde waarde van afstandshouders veel groter dan die van een gewone rol bouwstaal. Een extra uitdaging is de logistiek. Door de hoge transportkosten leveren we onze eenvoudige producten in een straal van maximaal 300 kilometer." De grote concurrenten van Intersig zijn de staalproducenten. Van Ginderdeuren wijst graag op het verschil tussen beide. "Wij zijn een staalverwerker, geen staalproducent. Een producent denkt anders dan een verwerker. Een staalfabrikant heeft hoge vaste kosten, zoals elektriciteits- en gascontracten. Hij heeft een elektro-oven. Daarom zal een staalproducent in kalmere periodes materiaal tegen heel lage prijzen in de markt gooien, opdat die elektro-oven toch kan blijven draaien. Wij moeten dus het verschil maken door onze specialisatie." Wie specialisatie zegt, zegt vaak innovatie. Zo ook Intersig. Het heeft de voorbije zes jaar 50 miljoen euro geïnvesteerd. In drie jaar haalde het vijf patenten. De onderneming heeft ook 22 certificaten voor zes producten in negen landen. Die heeft ze nodig omdat van een uniforme normering in de Europese bouwwereld nog geen sprake is. "Elk land heeft zijn eigen kwaliteitscertificaat. Een Fransman die geen certificaat heeft voor Duitsland, kan dus niet leveren in Duitsland. Uit kostenoverwegingen zou ik het liefst een uniforme norm hebben." Niet alleen vernieuwing in de producten is een uitdaging, de kunst is ook de productie zo snel en geautomatiseerd mogelijk te doen verlopen. Kris Van Ginderdeuren wordt bijna lyrisch als hij het erover heeft. "Onze fabrieken zijn de modernste van de wereld. Geregeld komen delegaties naar onze fabrieken kijken. Ze zijn de toonzalen van onze machineleveranciers. Voor een buitenstaander lijkt bouwstaal een heel eenvoudig product. Maar wij investeren dus voortdurend in vernieuwende technologie. Nieuwe producten, werken met robots, dat zijn de sterktes van ons bedrijf. Zowat de helft van onze machines ontwikkelen we zelf, in onze eigen machinebouwafdeling." Intersig is voor de helft in handen van de Nederlandse groep Van Merksteijn International, een van 's werelds grootste producenten van wapeningsproducten en hekwerkpanelen. "De CEO, Peter Van Merksteijn, is nu 60 jaar, maar hij stond al op zijn 14-15 jaar met zijn vader aan de machine. Peter is bezeten door technologie en innovatie", weet Van Ginderdeuren. Dat geldt ook voor zijn discrete zakenpartner uit de Vlaamse Ardennen, Roeland Van Maercke (82). Hij controleert via de holding NV Grafilux - balanstotaal in 2014 van 51 miljoen euro - de andere helft van Intersig. "Begin jaren 2000 waren moeilijke jaren in de sector van het bouwstaal. Toen hebben de families Van Merksteijn en Van Maercke beslist samen te gaan. In 2004 hebben ze dan de sterktes van de twee bedrijven verenigd." Die gezamenlijke kracht loonde voor Intersig. Het productievolume verdubbelde in zeven jaar, naar 220.000 tot 250.000 ton per jaar nu. Productie verschoof van Nederland naar België, en andersom. Het Belgische volume blijft wel nog fiks onder dat van de Nederlandse fabriek in Almelo, die 800.000 ton haalt. Maar Intersig haalt de helft van zijn volumes uit speciale producten. Vijf jaar geleden kwam er een derde fabriek in het Franse Saint-Pourçain-sur-Sioule, 50 kilometer ten noordoosten van Clermont-Ferrand. Langzaamaan raakt de onderneming met al dat technologisch moois zelfs bekend bij de buitenwereld. "We vinden gemakkelijk personeel, ook ingenieurs", benadrukt Van Ginderdeuren. "We hebben goede techneuten, want in de bouwstaalmarkt kent iedereen ons. Maar in de media is er tot nu toe nauwelijks iets over Intersig verschenen. Wij zijn stille werkers. Intersig is een typisch familiaal bedrijf, ook in Nederland. We werken uitsluitend business to business." Wolfgang Riepl, fotografie Emy Elleboog"Onze fabrieken zijn de toonzalen van onze machineleveranciers"