Enkele jaren geleden werd de Vlaming Dimitri Casteleyn gelauwerd voor het beste jaarverslag in Nederland, vandaag oogst hij lof voor zijn dichtbundel Omgekeerd (PoëzieCentrum Gent, 48 blz., 17,50 euro). Een debutant van 38 is hij, maar Casteleyn heeft er dan ook al een indrukwekkende zakelijke carrière opzitten. Begin 1994 werd hij managing partner van het Gentse communicatiebureau Ellips Communication. In 2000 verkochten de succesvolle eigenaars hun bedrijf aan Porter Novelli (een tak van gigant Omnicom). Casteleyn is er nog altijd directeu...

Enkele jaren geleden werd de Vlaming Dimitri Casteleyn gelauwerd voor het beste jaarverslag in Nederland, vandaag oogst hij lof voor zijn dichtbundel Omgekeerd (PoëzieCentrum Gent, 48 blz., 17,50 euro). Een debutant van 38 is hij, maar Casteleyn heeft er dan ook al een indrukwekkende zakelijke carrière opzitten. Begin 1994 werd hij managing partner van het Gentse communicatiebureau Ellips Communication. In 2000 verkochten de succesvolle eigenaars hun bedrijf aan Porter Novelli (een tak van gigant Omnicom). Casteleyn is er nog altijd directeur, zij het niet meer voltijds. Geregeld trekt hij zich terug aan zee, waar hij schrijft. Een scenario ligt filmklaar, die roman komt er ook wel en nu al is er een merkwaardige dichtbundel. Dat er een website (www.omgekeerd.net) aan verbonden is, mag niet echt meer verbazen, maar er hoort ook een cd-rom bij met negen gedichten die letterlijk in beweging komen. Casteleyn waagt het zelfs om sponsors op de binnenflap te plaatsen. De cd-rom hoefde voor ons niet. "Drempelverlagend en vernieuwend," zo luiden de pleidooien à decharge, maar die verruimende operatie leidt de aandacht af van de gedichten, die zelf sterk genoeg zijn. Casteleyns poëzie is hedendaags en grensverleggend, zonder te vervallen in holle theorieën of ijdele experimenten. Zijn verzen zijn subtiel en complex, zonder hermetisch of ontoegankelijk te worden. Zijn werk is sober, koel en intelligent en weet tegelijkertijd te ontroeren. Rede en emotie, intellect en geestigheid sluiten elkaar niet uit, maar versterken elkaar. Misschien zet de ontdekking van Casteleyn aan tot het nuttigen van ander dichtwerk, misschien zelfs van die eigengereide Bert Schierbeek. In De gedichten (Bezige Bij, 710 blz., 39,90) vinden we de bundels na 1970, nadat zijn vrouw Margreetje verongelukt was. Schrale, kale, ijselijke verzen staan er, die gaandeweg meer aankleding krijgen. Zijn poëzie is toegankelijk, wat van zijn experimentele romans niet gezegd kan worden. Droefenis, maar meer nog melancholie vinden we bij J. Slauerhoff, wiens poëzie gebundeld is in het meesterlijke Alle gedichten (Nijgh & Van Ditmar, 500 blz., 32,50 euro). De rusteloze Slauerhoff voer als scheepsarts de wereld rond in de jaren twintig en dertig. Vorig jaar werd ook al zijn prozawerk verzameld in Alle romans. En dan is er nog Gerrit Komrij als criticus. De virtuoze stilist jongleert met woorden en oordelen, die hij saust met de pikantste chilipepers. Daardoor worden zijn essays al gauw een kralensnoer van controversiële citaten. Komrij speelt, dolt, maar solt ook. Dat valt des te sterker op in de schriele bundel Kost en inwoning (Bert Bakker, 158 blz., 18,95 euro), waarin hij vooral zelf wil schitteren met bokkige meningen en meninkjes, maar waarin het verband met de dichters en gedichten wel eens ver zoek blijkt. Luc De Decker