Tot wat dient macht als men ze niet durft te misbruiken? Dat citaat schrijft oud-premier Leo Tindemans toe aan de vermoorde Waalse socialistische voorman André Cools. De krasse oneliner zegt ook iets over de politieke sfeer in de jaren zeventig, het decennium waarin de Antwerpse christen-democraat Tindemans zijn politieke topjaren beleefde.
...

Tot wat dient macht als men ze niet durft te misbruiken? Dat citaat schrijft oud-premier Leo Tindemans toe aan de vermoorde Waalse socialistische voorman André Cools. De krasse oneliner zegt ook iets over de politieke sfeer in de jaren zeventig, het decennium waarin de Antwerpse christen-democraat Tindemans zijn politieke topjaren beleefde. Vandaag klaagt de burger steen en been over lichtgewichten en gestuntel in de diverse regeringen. Vroeger was het beter? In de jaren zeventig wemelde het van politieke zwaargewichten die het begrotingstekort lieten ontsporen, de economische crisis alleen maar erger maakten en de schandalen vrank en vrij opstapelden. Een heel decennium lang werd er niets opgelost. Als er al een oplossing op handen was in een bepaald dossier, werd die wel vakkundig opgeblazen door de zoveelste communautaire twistappel uit de bodemloze politieke toverhoed tevoorschijn te halen. Het werd dan ook uitkijken naar wat de inmiddels tachtigjarige Tindemans zou onthullen in zijn nu uitgebrachte turf De memoires - Gedreven door een overtuiging. Vlugge Verplaetse. De meest saillante conclusie uit zijn hoogst merkwaardige carrière velt Tindemans zelf niet. Op het einde van de jaren zeventig haalde hij keer op keer een recordaantal stemmen, maar die leverden hem geen macht meer op. Bij de Europese verkiezingen in 1979 kreeg hij zelfs bijna een miljoen naamstemmen. Op zijn eentje bezorgde hij de toenmalige CVP steevast ettelijke zitjes extra in de parlementen. Maar hij verdween geruisloos van het politieke podium. Van 1981 tot 1989 mocht hij weliswaar nog opdraven als minister van Buitenlandse Betrekkingen, maar Tindemans stond toen al volledig in de schaduw van zijn partijgenoot en premier Wilfried Martens. Een beschamende anekdote, die hij zelf oprakelt, beklemtoont zijn ondergeschikte positie. In januari 1985 werden de premier en hij op het Witte Huis ontvangen door de Amerikaanse president Ronald Reagan. De plaatsing van kernraketten moest er besproken worden. Net voor Tindemans naar binnen wilde, glipte Martens' kabinetschef en latere gouverneur van de Nationale BankFons Verplaetse naar binnen. Tindemans werd de weg versperd door een majordomus, méér onderhandelaars mochten er immers niet in. Verontwaardigd verbijt hij de schaamte. Tot plots Verplaetse buitengezet en hij binnengeroepen wordt. Reagan had er plezier in. Verplaetse komt er bekaaid vanaf in de memoires. Tindemans herinnert de lezer fijntjes aan een lezing die Verplaetse gaf over de Monetaire Unie en het Verdrag van Maastricht. De gouverneur verraste vriend en vijand met de uitlating: "Ik ben meer bezorgd over den biefstuk en de pint bier van onze mensen dan over de Europese eenmaking." Maar waarom keerde Tindemans na zo'n ongelooflijk hoog aantal naamstemmen niet terug naar de politieke top, waar hij in oktober 1978 nog zo opzienbarend zelf opgestapt was? Toen trok hij zonder eerdere afspraken naar de koning om zijn ontslag als premier aan te bieden. Daarmee trok hij voorgoed een streep onder zijn premierschap, dat van 1974 tot 11 oktober 1978 had geduurd. Tindemans reageerde zo scherp, toen de partijvoorzitters van zijn coalitiegenoten hem zwaar aanpakten over de verdere uitvoering van het Egmontpact, dat de federalisering van België inzette. Tindemans spreekt nu tegen dat hij zijn ontslag gaf in een emotionele opwelling: "Cools wilde de regering op de knieën krijgen en publiek aantonen dat hij de bevelen uitdeelde aan de knechten van de particratie, en dat de regering moest gehoorzamen en gedwee volgen. Dit zou het einde van de gezonde democratie betekenen." Tindemans wilde ook niet plooien voor de (vele) eisen en manoeuvres van Cools: "Had ik toegegeven, dan was ik geen eerste minister meer, maar wel een soort dooie diender."De oorlog van Houthuys. Misschien beantwoordt Tindemans de vraag naar zijn politieke teloorgang wél, zij het heel anders dan hij bedoelt. Telkens weer zet hij zichzelf in het zonnetje als de grote ethicus. De andere maken er maar een potje van, graaien in de kas of verdrinken hun onmacht in whisky. Sommigen zijn ook afgrijselijk rancuneus, zoals de topman van de christelijke vakbond, Jef Houthuys: "Moet ik eraan herinneren hoe hij in de jaren 1974-1978 onder meer de onmiddellijke uitkering van een veertiende maand kinderbijslag en de inschrijving van het huispersoneel in het stelsel van sociale zekerheid eiste? Toen ik daar niet dadelijk op inging, verklaarde Houthuys me de oorlog." Zulke relatief kleinere punten haalt Tindemans opvallend vaak aan als oorzaak dat er later tegen hem geïntrigeerd wordt. Vraag is dan uiteraard wie wat het langst onthoudt en - misschien wel - wie zich door wrok zelf buitenspel zette. In de memoires klinkt overigens meer bitterheid dan onthullingen.Luc De Decker [{ssquf}]Leo Tindemans, De memoires - Gedreven door een overtuiging. Lannoo, 608 blz., 39,95 euro."Tot wat dient macht als men ze niet durft te misbruiken?" (Toegeschreven aan André Cools)