Als voorzitter van het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg (VCK) is Geert Bruyneel tevreden mee aan de weg te kunnen timmeren voor meer kwaliteit in het Vlaamse bedrijfsleven. Maar hij heeft ook vragen over zijn functioneren als voorzitter, omdat hij door zijn werkgever Volvo uitgestuurd werd naar de hoofdzetel in Göteborg. Dat maakt het wat moeilijker om een klankbord te zijn voor het managementteam dat de dagelijkse zaken voor zijn rekening neemt.
...

Als voorzitter van het Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg (VCK) is Geert Bruyneel tevreden mee aan de weg te kunnen timmeren voor meer kwaliteit in het Vlaamse bedrijfsleven. Maar hij heeft ook vragen over zijn functioneren als voorzitter, omdat hij door zijn werkgever Volvo uitgestuurd werd naar de hoofdzetel in Göteborg. Dat maakt het wat moeilijker om een klankbord te zijn voor het managementteam dat de dagelijkse zaken voor zijn rekening neemt. "In Vlaanderen heb je het VCK dat overkoepelend en sensibiliserend werkt, en heb je de Centra voor Kwaliteitszorg, die het veldwerk voor hun rekening nemen, zoals cursussen om het kwaliteitsdenken te bevorderen. Het is niet altijd eenvoudig om die twee instanties met elkaar te matchen," getuigt Bruyneel. "Maar ik ben nogal positief van nature en denk dat ik die twee instanties beter heb kunnen doen samenwerken. Of ik ook slechte ervaringen heb? Je mag niet vergeten dat het VCK slechts vijf medewerkers telt. Daarmee moet je leren leven."Bruyneel stond mee aan de wieg van Creatopia, een peterschapsformule om ook kleinere bedrijven aan te sporen richting meer kwaliteitszorg. Zo'n 70 deelnemers telt de actie, een succes. "Toch is het niet gemakkelijk om Vlaamse bedrijven aan te zetten tot een out of the box-denken. Soms hangen Vlamingen nog te veel vast aan hun kerktorenmentaliteit. Eén zaak weet ik zeker: de klant is vrijwel altijd bereid om meer te betalen voor betere kwaliteit. Misschien is dat de boodschap die het VCK nog veel explicieter moet verkopen. Ik stel ook vast dat het woordje kwaliteitszorg nog steeds erg moeilijk terug te vinden is in de media. Alsof het een verboden vrucht is. We kunnen ons gelukkig prijzen dat Vlaamse excellenties zoals minister-president Yves Leterme of minister van Economie Fientje Moerman wél overtuigd zijn van het belang van onze opdracht." Of daar ook voldoende middelen tegenover staan? Bruyneel blijft diplomatisch: "Het mag en moet altijd meer zijn. De Vlaamse regering legde het voorbije jaar de nadruk op het toverwoord innovatie. Welnu, ik ben ervan overtuigd dat streven naar meer kwaliteit ook een verregaande vorm van innovatie is. Fientje Moerman heeft me terzake geen ongelijk gegeven." Deze maand, oktober, viert het VCK zijn twintigste verjaardag. Voor de obligate toespraken zal Bruyneel nog opdraven, maar of hij nog lang blijft, is de vraag. In juni werd hij immers kwaliteitsmanager voor de hele autogroep Volvo op de hoofdzetel in Göteborg. "Ik ben dus nog slechts mondjesmaat in Vlaanderen. Ik vind dat een voorzitter van om het even welke instelling zichtbaar aanwezig moet zijn. Omdat ik in Zweden aan de slag ben, is er automatisch minder betrokkenheid, terwijl ik ook mijn netwerk niet meer als voordien kan uitbouwen en aanspreken." Op het Europees Kwaliteitscongres van 2006 in Antwerpen heeft het VCK dus wellicht al een andere voorzitter. Al zal Geert Bruyneel op de eerste rij zeker een aandachtige toehoorder zijn. KCa"Vlaamse bedrijven hebben nog te weinig oog voor kwaliteit."