Vanuit zijn strak ingerichte appartement/atelier in de Belgiëlei kijkt Stefan Schöning (38) zes verdiepingen hoog uit over het station Antwerpen Centraal. Beneden kruipt een trein hortend over het spoor, in de verte torent het Sportpaleis boven de huizen uit. Met zo'n woonplaats is Schöning wellicht een volleerde treinspotter, maar hij wijst ons enthousiast naar wat er onlangs allemaal al is hertekend in de buurt en wat er nog allemaal moet veranderen. Zijn geestdrift verraadt dat hij als kleine jongen nog de ambitie had om architect te worden. "Ach, dat moet je niet overdrijven. Ik kon goed tekenen, dat volstond als knaapje wellicht om architect te willen worden. ( lacht) Architectuur is een werk van lange adem, dat is niet aan me besteed. Ik hou van afwisseling."
...

Vanuit zijn strak ingerichte appartement/atelier in de Belgiëlei kijkt Stefan Schöning (38) zes verdiepingen hoog uit over het station Antwerpen Centraal. Beneden kruipt een trein hortend over het spoor, in de verte torent het Sportpaleis boven de huizen uit. Met zo'n woonplaats is Schöning wellicht een volleerde treinspotter, maar hij wijst ons enthousiast naar wat er onlangs allemaal al is hertekend in de buurt en wat er nog allemaal moet veranderen. Zijn geestdrift verraadt dat hij als kleine jongen nog de ambitie had om architect te worden. "Ach, dat moet je niet overdrijven. Ik kon goed tekenen, dat volstond als knaapje wellicht om architect te willen worden. ( lacht) Architectuur is een werk van lange adem, dat is niet aan me besteed. Ik hou van afwisseling." Verscheidenheid is als ontwerper het stokpaardje van Stefan Schöning. Hij houdt zich werkelijk met van alles bezig: veringen voor bedden, een grillpan, stoelen, een doseersysteem voor koffie, een zitmeubel voor de Modenatie, een sofa, domoticabehuizing, een dampkap, de huisstijl van de NMBS, verkeerslichten voor het ministerie van Verkeer... "Ik zou niet voor één bedrijf kunnen werken. Ik heb altijd die onafhankelijkheid nagestreefd. Er is ook een duidelijk voordeel aan verbonden: het is leuk en verrijkend om ervaring van de ene sector in de andere te gebruiken. Als vaste ontwerper heb je een minder breed blikveld, denk ik. Ik experimenteer bijvoorbeeld graag met materialen. Materialen die in de ene sector courant zijn, kunnen ook in een andere bruikbaar zijn, zonder dat iemand daaraan heeft gedacht. Daar speel ik graag mee."Ondanks de enorme verscheidenheid zit er een rode draad in zijn ontwerpen. "Ik ben een detailfreak. Alles moet perfect zitten. De producten die ik ontwerp, moeten eruitzien alsof ze heel eenvoudig zijn. Frivoliteit is niet aan mij besteed. Mensen verkijken zich daar wel eens op: eenvoud is het moeilijkste wat er is. Ik hou van klare lijnen. Ik noem dat geen minimalisme, want dat is een foute bewoording. Het is eerder modernisme: het wegnemen van overbodige details en de terugkeer naar functionaliteit. Ik heb bijvoorbeeld een stoomketel gemaakt voor een huishoudfabrikant - een voorwerp dat er heel klassiek uitziet, maar heel ergonomisch is. Ook voor de huisstijl van de NMBS heb ik het heel eenvoudig gehouden. Afgeronde vormen en signaalborden die de reiziger op een heel overzichtelijke manier helpen: dat is het. Wegens hun eenvoud heb ik bewondering voor ontwerpers als Jasper Morrison, de broers Bourroulec en Konstantin Grcic."Stefan Schöning vestigde zich meer dan tien jaar geleden als zelfstandig ontwerper. Hij volgde productontwikkeling aan het Henry Van de Velde Instituut in Antwerpen en deed ervaring op bij bedrijven als Samsonite, Pioneer, Desalto, Durlet, Group Lefevere, Drisag en Bauwens. Hij blikt niet onverdeeld gelukkig terug op die ervaring. "Nu doen Belgische bedrijven alsof ze het heel normaal vinden dat ze met ontwerpers werken, maar dan voel ik me toch een beetje in de steek gelaten. Ik heb een paar slechte ervaringen gehad. Als producten slecht verkopen, schieten ze hier op de designer, maar dat is kortzichtig. Bij Italiaanse bedrijven merk je dat het engagement totaal is: daar krijg je achteraf niet de zwartepiet toegeschoven als het fout gaat. Intussen is die mentaliteit hier gelukkig al veranderd. Ik vermijd dat soort toestanden ook door alles goed uit te praten. Vaak weten mijn klanten niet precies wat ze willen, omdat ze er nog niet genoeg over hebben nagedacht. Wat voor een product wil de klant precies? Die vraag bepaalt alles."Het ontwerp van de nieuwe huisstijl van de NMBS is een belangrijk visitekaartje voor Stefan Schöning. De primeur van zijn creatie viel te beurt aan de stations van Sint-Niklaas en Ottignies. Later volgen andere stations, afhankelijk van de verbouwingen die de NMBS in gedachten heeft. "De opdracht van de NMBS luidde: teken een imago uit en bedenk informatiedragers voor de reizigers. De bedoeling is de treinreizigers van bij de ingang van het station bij de hand te nemen en ze zo vlot mogelijk hun traject te laten afleggen, met behulp van borden en signalisatie. De briefing van de NMBS was heel goed, ze hadden alles goed voorbereid. Dat was een voordeel. Er was ook een reden waarom de NMBS een nieuwe huisstijl wou: als het spoorwegennet wordt opengesteld, krijgen stations in de toekomst concurrentie van andere reisorganisaties die in de stationshal hun kantoor hebben. De NMBS beseft dat ze de klanten moet verwennen en dat ze een duidelijker imago moet krijgen. Want wat zijn de spoorwegen nu? Dat zijn vooral treinen die te laat komen. De vertrouwensrelatie met de klant moet vergroten."Wat Schöning opviel tijdens zijn opdracht is dat er veel chaos is bij informatieborden. In de signalisatie van de NMBS zat tot nu toe niet echt een duidelijke lijn, op het overbekende logo van Henry Van de Velde na. Ook bij de verkeerslichten valt het gebrek aan eenvormigheid en duidelijkheid hem op. "Ik heb de voorbije maanden niets anders gedaan dan naar verkeerslichten zitten kijken. Soms zit het echt erbarmelijk in elkaar. Net zoals bij de NMBS zullen afgeronde vormen het uitzicht van de verkeerspalen bepalen. Afgeronde vormen zijn mooi en nodigen ook meer uit. Een product moet volgens mij een goed gevoel geven. Ik hou van mooie producten. Die kunnen echt je dag goedmaken. Er is zoveel rommel op de markt. Als er dan één iets is dat eruit springt, is dat fantastisch."'Wat we zelf doen, doen we beter', dacht Stefan Schöning. Dus richtte hij met Polyline een eigen label op en tekende Folder, een stoel die eruitziet als een origamikunstwerkje. De vernuftige stoel is uit één stuk gemaakt en wordt zonder schroeven in elkaar geplooid. "Folder is mijn troetelkind. Het is mijn interpretatie van wat een stoel is, los van wat opdrachtgevers mij vragen of influisteren. Ik heb 100 % mijn zin gedaan. Hij is gemaakt in polypropyleen, een kunststof die je koud kan plooien zonder dat die barst. Ik wou ermee toetsen wat ik internationaal waard ben. Op de beurzen van Londen en Milaan was er interesse voor, maar ik had alleen prototypes. Hij is wel verkocht in onder meer Colette in Parijs en het Design Museum in New York. Ik ben er trots op: het ontwerp is al tien jaar oud. Toen zag je nog totaal geen facetvormen in het meubeldesign, terwijl ze nu overal opduiken." Van zijn label is intussen nog niet veel in huis gekomen. Het was de bedoeling om beginnende designers een platform te geven, maar het ontbreekt Schöning naar eigen zeggen aan tijd om er werk van te maken. Dominique Soenens