In 1990 nam Fons Verplaetse als gouverneur van de Nationale Bank een van de belangrijkste beslissingen in het Belgische naoorlogse economische beleid: hij koppelde de Belgische frank aan de Duitse mark. Hij deed dat op zijn eigengereide manier. Jean-Luc Dehaene, toen premier, onthulde in zijn memoires dat Verplaetse de regering voor een voldongen feit plaatste, door het voornemen van de koppeling te lekken naar de pers.
...

In 1990 nam Fons Verplaetse als gouverneur van de Nationale Bank een van de belangrijkste beslissingen in het Belgische naoorlogse economische beleid: hij koppelde de Belgische frank aan de Duitse mark. Hij deed dat op zijn eigengereide manier. Jean-Luc Dehaene, toen premier, onthulde in zijn memoires dat Verplaetse de regering voor een voldongen feit plaatste, door het voornemen van de koppeling te lekken naar de pers. Voor Verplaetse was de koppeling aan de Duitse mark de manier om het land bij de les te krijgen. Het was dé techniek om de discipline af te dwingen die nodig was om een gezonder economisch beleid te voeren en de toetreding tot de euro mogelijk te maken. Als bevoorrechte waarnemer van de Belgische machtscenakels had Verplaetse begrepen dat België uit zichzelf moeilijk die discipline kon opbrengen. Het land had de welvaart van de gouden jaren zestig snel te grabbel gegooid. Eind jaren zeventig was België de zieke man van Europa. "Fons Verplaetse is een van de meesters van het herstel", zegt Jan Smets, die als voormalige gouverneur van de Nationale Bank decennialang samenwerkte met Verplaetse. "Hij was een uitstekende macro-econoom die de samenhang begreep. Die samenhang kon hij op een begrijpelijke manier overbrengen aan de politici. Hij wilde een economisch gezond beleid verzoenen met een sociale dimensie." Verplaetse was in de jaren tachtig een van de architecten van het herstelbeleid, met de devaluatie van de Belgische frank in 1982 als opvallend wapenfeit. Maar de begeleidende maatregelen waren veel belangrijker. Zonder een sanering van de begroting en een doorgedreven loonmatiging zou zich snel een nieuwe devaluatie hebben opgedrongen. Die discipline diende institutioneel verankerd te worden en de koppeling met de Duitse mark moest daarvoor zorgen. Om die koppeling te behouden, moest België het gezondere Duitse beleid volgen. "Het was een gedurfde operatie. Maar zonder die koppeling hadden we de monetaire unie nooit gehaald", zei Verplaetse. "De devaluatie zorgde voor een schok op de financiële markten. Zou België de Italiaanse toer opgaan door zijn munt herhaaldelijk te devalueren? Dat vertrouwensverlies joeg de Belgische rente hoger", herinnert Jan Smets zich. "Het vertrouwen werd herwonnen dankzij het herstelbeleid, maar Verplaetse wilde dat vertrouwen consolideren door de frank te koppelen aan de mark. Hij dwong het beleid tot discipline." Niet iedereen begreep dat België zich voor eigen bestwil half onder curatele van Duitsland plaatste. Het beleid van eind jaren tachtig en begin jaren negentig deed het begrotingstekort opnieuw oplopen. Om in 1999 toch te kunnen toetreden tot de euro, moest België een nieuwe saneringskuur volgen, met het Globaal Plan van de regering-Dehaene in 1994 als speerpunt. Fons Verplaetse was ook een van de architecten van dat plan. "Monetaire manipulatie kan niet meer als je toetreedt tot de euro. Zodra je dat goed beseft, belet het je om domme dingen te doen. Vóór de devaluatie zijn we in tien jaar van supergoed naar superslecht gegaan en met de grootste glimlach. Europa maakt dat niet meer mogelijk", zei Fons Verplaetse in 2003 in Trends. België kreeg in 1997 een deliberatie om toe te treden de euro, met de belofte de schuld af te bouwen door een hoog primair begrotingstekort aan te houden. Verplaetse moest met lede ogen aanzien hoe de paarse regeringen van Guy Verhofstadt dat primaire surplus snel soldaat maakten aan hogere uitgaven en lagere belastingen, zonder de economie voldoende te hervormen.