"We zijn klaar om de Overheidsdienst Geneesmiddelen nieuw leven in te blazen," zegt directeur-generaal Johan Van Calster (55). "Met de hulp van consultants hadden we de organisatie helemaal doorgelicht, maar met de recente regeringswissel liep de implementatie wel vertraging op."
...

"We zijn klaar om de Overheidsdienst Geneesmiddelen nieuw leven in te blazen," zegt directeur-generaal Johan Van Calster (55). "Met de hulp van consultants hadden we de organisatie helemaal doorgelicht, maar met de recente regeringswissel liep de implementatie wel vertraging op." Van Calster is een van de figuren die mee moet zorgen voor de grote modernisering van de ambtenarij, door voormalig minister Luc Van den Bossche ( SP.A) de Copernicus-hervorming gedoopt. Hij verliet voor zijn nieuwe rol als topman van het Directoraat-Generaal Geneesmiddelen (ooit bekend als de Farmaceutische Inspectie) zelfs de lucratieve geneesmiddelenindustrie. Van Calster motiveerde zijn overstap destijds met een geut idealisme. "Ik geloof dat ik een bijdrage kan leveren aan de verbetering van de overheidsdiensten," zei hij. Maar dat lijkt toch langzamer te verlopen dan gepland. Mensen ontslaan is nooit leuk, maar eigenlijk ook niet echt aan de orde in de ambtenarij. Daar krijg je het ideale team medewerkers door werknemers te heroriënteren. Die oefening heeft Van Calster ondertussen achter de rug. "We hebben nu een nieuwe organisatie," vertelt de topman. "Allemaal goede mensen, maar we hebben nog altijd een fundamenteel personeelsgebrek. We moeten van 200 naar 300 personeelsleden." Maar in tijden van structurele tekorten in de ziekteverzekering daarvoor de nodige budgetten lospeuteren bij minister van Volksgezondheid Rudy Demotte ( PS)? Dat is geen makkie. Van Calster: "Politiek is belangrijk voor mijn job, maar normaal zou dat extra budget moeten kunnen omdat we tot op vandaag zelfbedruipend zijn en gedeeltelijk worden gefinancierd door de farmaceutische sector." Dat de verstandhouding en communicatie met de farmaceutische industrie belangrijk zijn, leidt geen twijfel. Waarschijnlijk door zijn eigen verleden bij Baxter en Pfizer verlopen de contacten met de industrie en de beroepsvereniging naadloos. Dat wil niet zeggen dat hij zich niet roert. Zo liet Van Calster onlangs nog van zich horen in de statinesoap en wees hij de minister op de onwettige terugbetalingsmodaliteiten van een welbepaalde cholesterolverlager. "Maar het zou tegen mijn karakter zijn om niet de weg van het overleg te kiezen," zegt hij. Overigens kan Van Calster zich best vinden in accentverschuivingen, zoals de nieuwe regelgeving voor klinisch onderzoek en de prioritaire aandacht voor deontologie die het huidige kabinet vastlegde. "Ik heb minder tijd dan vroeger en heb mijn sociale activiteiten moeten terugschroeven," zegt Van Calster over zijn nieuwe leven. "Dat komt omdat ik niet alleen met economische maar ook met politieke doelstellingen rekening moet houden. Uiteindelijk is stressbestendigheid niet genoeg. Ik moet frustratiebestendiger zijn dan ooit tevoren."R.B."Ik ben niet van kamp veranderd. Ik ben scheidsrechter geworden."