De liefde tussen bedrijven en ngo’s

Gisteren sloot de Verenigde Naties ( VN) de wereldtop over duurzame ontwikkeling af. Tien jaar na de historische milieuconferentie in Rio de Janeiro maakten nagenoeg alle landen een balans op van hun strijd tegen armoede en vervuiling.

Wie concrete maatregelen verwachtte, kwam bedrogen uit. De bijeenkomst in Johannesburg ontaardde in een nooit geziene superjamboree, waarin tal van belangengroepen zich in het middelpunt van de publieke belangstelling konden hijsen. In die zin zal de megahappening dankzij de vele informele contacten op termijn zeker zijn vruchten afwerpen. Net zoals in het bedrijfsleven draait de politiek om netwerken.

Bovendien staat de VN-conferentie symbool voor een wijziging in de maatschappelijke verhoudingen. Terwijl vroeger het bedrijfsleven en de milieubeweging nog als kat en hond tegenover elkaar vochten, zie je beide partijen nu voor het eerst officieel de handen in elkaar slaan. Een nieuwe coalitie wordt geboren. Zo vonden eind augustus de World Business Council for Sustainable Development – een denktank van multinationals – en de milieuorganisatie Greenpeace elkaar in hun frustratie over het gebrek aan daadkracht van de nationale overheden. In een gemeenschappelijke verklaring riepen de voormalige kemphanen alle regeringsleiders op om het Kyoto-protocol te ratificeren. “De inconsequente en vaak tegengestelde signalen over het broeikaseffect creëren een politieke omgeving die niet goed is voor het bedrijfsleven en de toekomst van de bevolking,” aldus hun persmededeling. Beide verenigingen leggen verschillende accenten. De milieubeweging strijdt tegen de klimaatverandering, terwijl het bedrijfsleven een eerlijke concurrentie – dezelfde handelsvoorwaarden voor iedereen – nastreeft. Maar het uiteindelijke doel blijft gelijk, inclusief de afschaffing van alle discriminerende overheidssubsidies.

In dit proces spelen de ondernemingen een belangrijke rol. Zij beschikken namelijk over de middelen en de technologische kennis om wereldproblemen op te lossen. Nu het ecologische gedachtegoed internationaal is doorgedrongen, verandert de milieubeweging het geweer van schouder en zoekt schoorvoetend toenadering tot het bedrijfsleven. Zo maakt Greenpeace al jarenlang onverbloemd reclame voor de Deense windmolenfabrikant Vestas als alternatief voor kernenergie. Met een paginagrote advertentie in TheInternational Herald Tribune vorige week protesteert het Amerikaanse Rainforest Action Network tegen de ontbossing, maar verwijst tegelijkertijd naar het duurzaam beleid van de Nederlandse bank ABN Amro als lichtend voorbeeld. De klassieke schotten tussen groen en blauw vervagen. Daarom promoot de VN ook publiek-private samenwerkingsverbanden op milieuvlak met actieve participatie van de niet-gouvernementele organisaties.

Ook premier Guy Verhofstadt ( VLD) zit op deze golflengte, getuige zijn aanhoudende liefdesverklaringen voor het paars-groene project. Ondanks alle recente schandalen blijft de eerste minister de regeringsdeelname van Agalev en Ecolo verdedigen. Maar dan moeten Geysels & co. zich net als Greenpeace wat realistischer opstellen en het ecofundamentalisme à la Aelvoet definitief achter zich laten.

Eric Pompen [{ssquf}]

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content