Hans Weinhöfer stond in eigen land tien jaar lang aan het hoofd van de nationale ploegen. Na één jaar heeft hij een klare kijk op de Belgische golfsport: "Voor golfers als de Vooght, Colsaerts, Vanhootegem en Van Rijckeghem was 1997 zeer positief. Op zeker ogenblik maken de goede spelers een keuze: ofwel gaan ze studeren om advocaat of geneesheer te worden, ofwel worden ze professioneel golfspeler. Ik heb niets tegen advocaten en dokters, maar ik ben toch altijd blij als ik goede spelers prof zie worden. Zij ...

Hans Weinhöfer stond in eigen land tien jaar lang aan het hoofd van de nationale ploegen. Na één jaar heeft hij een klare kijk op de Belgische golfsport: "Voor golfers als de Vooght, Colsaerts, Vanhootegem en Van Rijckeghem was 1997 zeer positief. Op zeker ogenblik maken de goede spelers een keuze: ofwel gaan ze studeren om advocaat of geneesheer te worden, ofwel worden ze professioneel golfspeler. Ik heb niets tegen advocaten en dokters, maar ik ben toch altijd blij als ik goede spelers prof zie worden. Zij hebben die ambitie ongetwijfeld al erg vroeg gekregen, en ze gaan daarin door tot het uiterste." Bij zijn komst een jaar geleden was Weinhöfer van mening dat de Belgen technisch goed waren, maar tactisch inzicht ontbeerden om te kunnen scoren. "In maart zijn we met de beste liefhebbers en enkele profspelers op stage geweest in Portugal. We hebben er vooral hard gewerkt aan de approach en de putting. Het seizoen was al te dichtbij om nog aan de swing te raken. Wie iets aan zijn swing wil veranderen, moet dat doen in de winter. En zeker niet vlak voor de eerste wedstrijden, want dan kan zijn hele jaar om zeep zijn. We hebben daarom heel wat oefeningen afgewerkt met het oog op het korte spel. De spelers zijn dan verplicht om maar aan één ding te denken: het balletje in de hole werken." Na één jaar werken met de Belgische elite krijgt Hans Weinhöfer zicht op de omvang van het werk dat hem nog wacht: "De technische basis van de Belgen is niet slecht, maar ze kunnen zichzelf geen pijn doen. Ze hebben niet die drang om individueel de allerbeste te zijn. Toch zou een jongere die op de court komt eigenlijk aan niets anders mogen denken. Misschien staat de coaching nog niet op punt, en legt men de lat niet hoog genoeg. In ieder geval: er wordt niet genoeg gewerkt. Natuurlijk zijn er hier slechts 2 tot 3000 juniores, tegenover 60.000 in Zweden. Maar de wil om jongeren voor te bereiden op de competitie moet ook van de clubs komen. Die clubs hebben er alleen maar baat bij, want dat worden per definitie goede spelers. Als ik met de Belgische jongeren praat, merk ik dat ze niet weten wat hard trainen is. Als ik met hen trainingsschema's voor golf en fysieke conditie doorneem, rem ik bewust wat af om hen niet te zwaar af te schrikken. Maar dat is op termijn geen oplossing: de trainingsarbeid moet gewoon worden opgedreven. Als het mooi weer er aankomt, kan het voor een jongere toch geen probleem zijn om elke dag zijn 18 holes af te werken en in het weekend 36 per dag? Het spreekt vanzelf dat hij daarvoor zijn lieve televisie of andere activiteiten moet opofferen. So what? Er moet aan de mentaliteit van de jongeren worden gewerkt, dát is het belangrijkste. Ze moeten bereid zijn om inspanningen te leveren."JOHN BAETE