Goed nieuws: de loonkosten van onze bedrijven stijgen minder snel dan verwacht en de stijging ligt op gelijke lijn met de buurlanden. Slecht nieuws: er blijft een belangrijke loonhandicap met de buurlanden bestaan.
...

Goed nieuws: de loonkosten van onze bedrijven stijgen minder snel dan verwacht en de stijging ligt op gelijke lijn met de buurlanden. Slecht nieuws: er blijft een belangrijke loonhandicap met de buurlanden bestaan. En dus kregen we weer het welles-nietesdebat tussen de werkgeversorganisaties en de vakbonden. De werkgevers pleiten voor loonmatiging omdat de kloof nog altijd te groot is. De vakbonden willen geen oude koeien uit de sloot halen. Ze vinden de stelling van een historische kloof achterhaald en te negeren. De werkgevers hebben gelijk dat ze druk op de ketel houden, maar moeten hun toon veranderen. Het hameren op loonmatiging is herkenbaar voor de collega-entrepreneurs, maar laat bij de werkende Belg een asociale indruk na. Die wil zijn loon zien groeien in tijden dat vaak steeds meer van hem wordt verlangd. Het echte probleem is niet het nettoloon, wel de lasten die erop worden geheven en die het totaalpakket te duur maken. De werkgevers weten dat en pleiten dan ook voor een loonlastenverlaging. Maar geen Jan met de pet die dat verstaat. Hij onthoudt dat de werkgever wil dat hij minder verdient en dat de vakbond hem hiertegen beschermt. De verlaging van de lasten op arbeid is dus een voor de hand liggende oplossing. Arbeid wordt goedkoper, meer mensen kunnen aan de slag en loonsverhogingen vreten de cashflows niet op. Niet zo voor de vakbond. Die wil hogere lonen, ook al vloeit het gros van elke loonsverhoging naar de overheid en niet naar de werknemer. De vakbonden willen geen lastenverlaging omdat die de financiering van de sociale zekerheid in het gedrang kan brengen. Net door deze stugge houding wordt de toekomst van de sociale zekerheid ondermijnd. Want steeds minder mensen financieren het stelsel, onbewust, maar ook steeds vaker bewust. Laagbetaalde werknemers verdienen liever bij in het zwart en grootverdieners schakelen over naar zelfstandigensystemen die voordeliger zijn. De middenklasse blijft over, maar zal de te hoge belastingdruk niet blijven pikken. De jacht die de overheid nu heeft geopend op bedrijfwagens en representatievergoedingen treft hen. Ook voor deze tweeverdieners zijn andere stelsels mogelijk. De vakbond heeft gelijk dat de sociale zekerheid niet in gevaar mag worden gebracht. Maar zoals de inkomsten en uitgaven nu evolueren, werkt hij daar zelf aan mee. De overheid is haar hypocriete zelf en ontwijkt liever haar eigen belastingsysteem dan het te veranderen. Het systeem van dienstencheques is daarvan het hoogtepunt. Om zwarte arbeid wit te maken, subsidieert de overheid duizenden jobs die anders het daglicht niet zouden zien wegens te hoge loonlasten. Zo geeft de overheid zelf toe dat laaggeschoolde arbeid in dit land niet meer op een reguliere manier te betalen valt. De banenplannen die de federale overheid de jongste jaren invoerde, zijn van hetzelfde kaliber. Voor 1001 doelgroepen werden loonlastenverlagingen ingevoerd om ze toch maar op een betaalbare manier aan werk te helpen. Maar de werkloosheidcijfers bij deze doelgroepen tonen aan dat deze plannen gepruts in de marge waren. Omdat ze te complex zijn en een langetermijnvisie missen. Lagere lasten moeten leiden tot meer werkgelegenheid waardoor de bijdragen tot de sociale zekerheid toenemen en de uitgaven voor onder andere werkloosheidsuitkeringen afnemen. Maar een hervorming kan niet zonder een hervorming van het arbeidsbeleid door de sociale partners. Flexibiliteit op de arbeidsvloer moet toegelaten worden. Indien de vakbonden niet willen inzien dat diverse werknemers meer willen werken dan de opgelegde 38 uur omdat ze het geld nodig hebben, zal al dat extra werk in het zwart blijven gebeuren. Voor de werkgevers ligt de opdracht in het sluiten van alle mogelijke achterpoorten en boekhoudkundige trucs. Te beginnen met het uitsluiten van schijnzelfstandigheid. De loonkloof met de buurlanden wordt soms weggelachen met de argumentering dat de Belgen productief genoeg zijn om het verschil te maken. En dat we steeds meer evolueren naar een diensteneconomie waarbij enkele procentjes er niet toe doen. Ook een Belg heeft maar 24 uur ter beschikking en de productiviteitsgroei, die voornamelijk wordt aangedreven door technologische innovatie, heeft zo zijn grenzen. Die enkele procentjes dus? België regulariseert duizenden asielzoekers, kent elk jaar duizenden werkloze jongeren, en jongeren die afstuderen aan beroeps- en technische scholen. Zij hebben recht op een job waarbij hun handen hun belangrijkste tools zijn De gezinnen die zij mee onderhouden, hebben veel te winnen of te verliezen aan de procentjes verschil met de buurlanden. Voor hen kunnen deze 'procentjes' het verschil betekenen tussen een inkomen of een werkloosheidsuitkering. Als die laatste tegen dan nog kan worden gefinan- cierd. DE AUTEUR IS HOOFDREDACTEUR. An GoovaertsDe overheid ontwijkt liever haar eigen belastingsysteem dan het te veranderen.