De Jeanine

In 2013 verliet de Jeanine de scheepswerven van Beez bij Namen, nadat ze van een binnenschip was omgebouwd tot een riviercruiser, die 24 passagiers en zes bemanningsleden kan meenemen. De opdrachtgever, CroisiEurope uit Straatsburg, vaart met het schip op de kanalen van de Elzas, Bourgondië, Zuid-Frankrijk en de Seinevallei. Grote cruiseschepen kunnen op die rivieren niet varen.
...

In 2013 verliet de Jeanine de scheepswerven van Beez bij Namen, nadat ze van een binnenschip was omgebouwd tot een riviercruiser, die 24 passagiers en zes bemanningsleden kan meenemen. De opdrachtgever, CroisiEurope uit Straatsburg, vaart met het schip op de kanalen van de Elzas, Bourgondië, Zuid-Frankrijk en de Seinevallei. Grote cruiseschepen kunnen op die rivieren niet varen. De Jeanine krijgt er nog drie zussen bij. CroisiEurope bestelde drie nieuwe boten van hetzelfde type, die Madeleine, Anne-Marie en Raymonde zullen heten. De boten worden 39 meter lang en 5 meter breed. De Madeleine verliet de montagehal van Beez op 6 december en de andere twee zijn dit jaar klaar. De staalplaten voor de scheepsrompen zijn heel dik, om de schepen 260 ton zwaar te maken. Zo liggen ze dieper in het water. Eigenlijk zijn zulke binnenschepen gebouwd om tot 350 ton goederen te vervoeren. Met passagiers varen ze dus eigenlijk leeg. Net zoals alle binnenvaartuigen hebben deze schepen een platte bodem. Zo kunnen ze met weinig diepgang -- ongeveer anderhalve meter -- ook kanalen en rivieren met een oudere infrastructuur bevaren. Ze zijn aangepast aan het Freycinet-gabariet van de sluizen (of de Europese gabariet klasse I), waarmee de 5800 kilometer aan bevaarbare waterwegen in Frankrijk zijn uitgerust. De twaalf passagierskajuiten rusten op een dubbele bodem: die komt niet alleen de veiligheid ten goede, maar herbergt ook allerhande buizen en afvoerleidingen. De kajuiten bevinden zich aan weerszijden van een centrale gang. Elke kajuit heeft een douche, een toilet en een grote patrijspoort, die een verrassend uitzicht biedt net boven de waterlijn. De staalplaten komen uit Nederland, waar ze al op maat zijn gemaakt. Ze worden gemonteerd met behulp van een mobiele kraan en aan elkaar gelast. De grote hal van de scheepswerf baadt voortdurend in blauw licht door het werk van de lassers. Achter het restaurant ligt de keuken, die is voorzien van voorraadkamers en koelruimtes. Het dak van die installaties is opgevat als een zonnedek. De relingen kunnen omlaag worden geklapt, zodat het schip onder heel lage bruggen kan varen. Ook de luifel boven de stuurinrichting kan naar beneden. Om zeer delicate manoeuvres te kunnen uitvoeren, zoals door een sluis varen, beschikt de stuurman over afstandsbedieningen. Schepen bouwen houdt meer in dan enkel onderdelen assembleren. Bijna alles gebeurt in Beez, inclusief de montage van de motoren en de andere apparatuur, de schroeven, de lieren, de elektriciteit, de loodgieterij, de plaatsing van de patrijspoorten en het buitenschilderwerk. Enkel de binnenafwerking gebeurt in Straatsburg. Elk schip is uitgerust met twee motoren (Volvo Penta's van 400 pk), wat voor het vervoer van passagiers verplicht is. Die motoren bevinden zich vooraan en achteraan, wat sommige manoeuvres vergemakkelijkt, zoals ter plaatse rechtsomkeert maken en zijdelings aanmeren op een beperkte oppervlakte. Zodra het werk in Beez klaar is, vaart elk schip op eigen kracht naar Straatsburg. Dat is meteen ook zijn eerste reis. MICHEL DELWICHE, FOTOGRAFIE RAPHAËL DEMARET