Zowel dogmatisch links als rechts spuwen de Franse auteur Michel Houellebecq (1958) uit. Gemakshalve wordt zijn roman Elementaire deeltjes dan ook als een schandaalsucces geëtiketteerd. In Frankrijk schoven er sinds de publicatie in het najaar van 1998 al meer dan 300.000 exemplaren over de toonbank. Rond deze tijd komen de 25 geplande vertalingen op de markt. Pittige seksscènes vloeien over in een puur wetenschappelijke uitleg over extase en orgasme. Natuurkundige betogen, essays omtrent molec...

Zowel dogmatisch links als rechts spuwen de Franse auteur Michel Houellebecq (1958) uit. Gemakshalve wordt zijn roman Elementaire deeltjes dan ook als een schandaalsucces geëtiketteerd. In Frankrijk schoven er sinds de publicatie in het najaar van 1998 al meer dan 300.000 exemplaren over de toonbank. Rond deze tijd komen de 25 geplande vertalingen op de markt. Pittige seksscènes vloeien over in een puur wetenschappelijke uitleg over extase en orgasme. Natuurkundige betogen, essays omtrent moleculaire biologie en kwantummechanica onderbreken het verhaal. Zowel ironie als meeslepende vertelling, zowel ongezouten cultuurkritiek als ernstige, wetenschappelijke uiteenzettingen vechten om de voorgrond, maar monden uiteindelijk samen in een weerbarstig sombere roman. De hilarische passages worden gesmoord in het beschavingspessimisme, de romantiek wordt gefnuikt in liefdeloze exploitatie, het menselijke gaat ten onder in een nieuwe orde die verdacht dicht aanleunt bij de Brave New World van Aldous Huxley. Uiteindelijk verdwijnt de allesbehalve perfecte emotionele mens. Hij wordt vervangen door een Faustiaanse, goddelijke, fysiek volmaakte, geprogrammeerde, rationele mens. Origineel klinkt de beschavingskritiek allerminst, maar Houellebecq slaagt erin het cliché te laten sprankelen in een interessante vorm en stijl. Houellebecq voert twee halfbroers op die een jeugdtrauma opliepen door het vlinderende gedrag van hun libertijnse moeder. Al vrij vlug wordt duidelijk dat de auteur de soixante-huitards of de flowerpower-generatie niet op handen draagt. De ene halfbroer, Michel, is een eenzaat die zich ontpopt tot een briljante moleculaire bioloog. Zijn onderzoek leidt tot de vervanging van de mens door een nieuwe, niet-individualistische Übermensch. Zijn halfbroer Bruno interesseert zich voor de letteren én seks. Via deze seksueel geobsedeerde leraar schildert Houellebecq breeduit de ontaarding van de vrije seks, maar evenzeer van het westerse materialisme. Voor Houellebecq staat het buiten kijf dat het democratische liberalisme, zeg maar het hedendaagse westerse beschavingsmodel, ontspoort. Deze materialistische wereld werd voorbereid door de moderne wetenschap die het christendom verdrong. Nu gaat deze goddeloze wereld evenwel aan materialisme en vrijheid ten onder. Opnieuw daagt de wetenschap op als motor van de volgende nieuwe wereld, waarin genetische manipulatie moet zorgen voor de volmaakte mens. Het lijkt evenwel een veeg teken dat Houellebecq zijn geniale wetenschapper, Michel Djerzinski, de familienaam meegeeft van de chef van de geheime dienst in het sovjetrijk ten tijde van Lenin. Arbeiderspers, 343 blz., 900 fr. LUC DE DECKER