Einde augustus gleed er een merkwaardige brief binnen op het kantoor van de vakbondscentrale van IG-Metall in Frankfurt. De afzender was de chef van de raad van toezicht van het elektroconcern Siemens, Karl-Hermann Baumann.
...

Einde augustus gleed er een merkwaardige brief binnen op het kantoor van de vakbondscentrale van IG-Metall in Frankfurt. De afzender was de chef van de raad van toezicht van het elektroconcern Siemens, Karl-Hermann Baumann. In de brief stond dat de vertegenwoordiger van de werknemers in het controleorgaan van Siemens zijn schriftelijk akkoord moest geven om de directeur van de verlieslatende afdeling Transportation Systems, Wolfram O. Martinsen, uit de raad van bestuur te kieperen. Zó smadelijk en halsoverkop was nog nooit een topmanager bij Siemens aan de kant gezet. Eerst was er nogal wat wrevel bij de metaalvakbond over deze maatregel. "Ik zie niet in waarom Martinsen de enige zou zijn die moet opstappen," zo merkte één van de vakbondsvertegenwoordigers op. "Ook andere directeurs hebben hun opdracht niet tijdig kunnen vervullen en toch zitten die nog op hun stoel." Maar uiteindelijk bond de vakbond in. Martinsen mocht - zoals gepland - op 1 oktober zijn boeltje pakken.Winstgroei was een utopieDe bruuske afgang van de transportchef toont aan onder welke druk de leiding van Siemens staat. Nog maar pas midden juli had de CEO van de groep, Heinrich von Pierer, een ambitieus tienpuntenplan ontvouwd om de Siemens-aandelen op het goede spoor te zetten. In de eerste negen maanden van het boekjaar 1997-1998 had het bedrijf een nettowinst geboekt van 1,783 miljard mark (37 miljard frank), slechts 5% meer dan het jaar voordien. Nochtans was de stijging in verkoopvolume merkelijk beter: 15%. Die onverkwikkelijke evolutie was te wijten aan de erg uiteenlopende resultaten van de diverse afdelingen: forse verliezen in de tak halfgeleiders, problemen met nieuwe gasturbines in de afdeling energie en hoge voorraad- en ontwikkelingskosten in de afdeling die mobilofoontoestellen produceert.Door die tegenvallersmoest Siemens-baas von Pierer openlijk toegeven dat zijn oorspronkelijk streefdoel om in 1998 een hogere groei in nettowinst dan in verkoopvolume te bereiken "niet zal worden gehaald". Dit had een ineenstorting van de aandelenkoers tot gevolg (zie grafiek: Aandelenkoers Siemens ag). De waarde van het Siemens-aandeel is vandaag teruggevallen tot op het niveau van maart 1997. Al te vaak kreeg het beleggerspubliek in de voorbije jaren te horen dat alles zou veranderen bij Siemens. Al te vaak ook werd het ontgoocheld. Er is weliswaar heel wat veranderd, maar de cijfers bleven bij het oude.De toestand bij de elektroreus - goed voor 404.000 werknemers wereldwijd - blijkt zelfs nog onplezieriger dan totnogtoe officieel werd toegegeven. De verliezen in de sector halfgeleiders en de sluiting van onrendabele fabrieken hebben al pakweg 1 miljard mark (20 miljard frank) gekost. Doordat op de koop toe leveringstermijnen niet werden nageleefd of nog niet geperfectioneerde producten op de markt werden gebracht, hangen het bedrijf nu contractuele boetes van verschillende honderden miljoenen mark boven het hoofd.Alleen al voor onvoorziene risico's moeten de managers van Siemens in het onlangs afgesloten boekjaar tot 2,5 miljard mark in de balans inschrijven. Volgens de jongste interne berekeningen dreigt de jaarwinst (vóór uitzonderlijke resultaten) terug te vallen tot 1 miljard mark. In december 1997 had von Pierer nochtans aangekondigd: "We zullen een flink schepje bovenop de jaarwinst doen." Die winst bedroeg vorig jaar 2,6 miljard mark. Voor 1998 had de CEO een cijfer van meer dan 3 miljard mark vooropgesteld. Een utopie, zo blijkt nu.Diverse crisishaardenBinnen de reusachtige concernstructuur smeulen er diverse crisishaarden. Vooral de activiteiten op het vlak van spoorwegmateriaal en elektriciteitscentrales baren de grootste zorgen. De spoorwegafdeling moest normaal gezien tijdens dit boekjaar haar verliescijfers beneden de 100 miljoen mark houden. Daar komt niets van in huis.Integendeel, er dreigt een verlies van meer dan een half miljard mark te ontstaan. Hoe groot het gat in werkelijkheid is, wordt op dit ogenblik door bedrijfsrevisoren in opdracht van het concern nagegaan.Om concurrent Adtrans - een dochtermaatschappij van Daimler en Asea Brown Boveri - opdrachten af te snoepen, had de afdeling transportation systems in grote stijl opdrachten voor spoorweguitrustingen aanvaard tegen dumpingprijzen. Maar Siemens bracht de nieuwe treinen niet snel genoeg op het spoor. Bovendien traden er een aantal kwaliteitsproblemen op. De locomotieven en wagons moeten nu tegen een hoge kostprijs opgekalefaterd worden, en dat stoort het verloop van de normale productie. Nog moeilijkerligt de situatie bij de nieuwe generatie ICE-treinen, waarbij Siemens optreedt als leider van een consortium. Tegen eind deze eeuw moet het dochterbedrijf Duewag 100 stuks van dit type treinen leveren aan de Duitse Bundesbahn. Maar omdat het aantal passagiers trager stijgt dan verwacht, wil de spoorwegmaatschappij nog slechts de helft van dat aantal afnemen. Zo'n 500 werknemers worden met ontslag bedreigd. En ook daarvoor moet het management voorzieningen aanleggen in de jaarbalans. De dochterfirma Power Generation ( KWU) heeft zich intussen tot een probleemgeval ontwikkeld. De ambitieuze topman van dit bedrijf, Adolf Hüttl, en zijn medewerkers willen een revolutie teweegbrengen in de afvalverwerking in Europa. Voor 150 miljoen mark bouwen ze een nieuwsoortige verbrandingsoven die het afval in reusachtig trommels bij 450 °C moet versmeulen, waarna de waardevolle stoffen uit de massa worden gescheiden. Maar het prototype in het Duitse plaatsje Fürth, dat 300 miljoen mark heeft gekost, werkt nog steeds niet. De modelinstallatie had te kampen met een defect dat zich in het midden van augustus voordeed. In een van de trommels had zich een flessenhals van afval gevormd en dat leidde meer dan een uur lang tot een uitstoot van weerzinwekkende concentraties zwavelgas. Meer dan zeventig buurtbewoners klaagden over oog- en huidirritaties en enkelen moesten zelfs in het ziekenhuis behandeld worden.Sinds dat incident voert het parket een onderzoek tegen de topmanagement van KWU - officieel wegens "het toebrengen van lichamelijk letsel door nalatigheid". Het bedrijf in Fürth werd tot nader order stilgelegd. Als de bouwheren er niet in slagen voor het einde van februari 1999 het afvalmonster drie maanden lang met succes te laten draaien, iets wat volgens experts zou grenzen aan een mirakel, dan dreigt het prototype te worden afgebroken. Kostenplaatje: nog eens een ruime 100 miljoen mark.Rollen er nog koppen?Die tegenslagen zouden beter verteerd kunnen worden als de andere afdelingen van Siemens de geplande winsten zouden draaien. Maar net in die toekomstgerichte sectoren, zoals de IT, chips en gsm's, slaagt het intussen 150 jaar oude Duitse elektroconcern er niet in de objectieven te halen.Tot vorig jaar had Siemens zich op de Duitse markt voor gsm's verzekerd van een aandeel van ruim 40%. Na de eeuwwisseling, zo liet de afdelingsdirecteur Dietrich Botsch eind vorig jaar weten, zouden jaarlijks 30 miljoen mobilofoons geproduceerd worden. Daar kan hij nu alleen nog maar van dromen. In tegenstelling tot de verhoopte winst - enkele honderden miljoenen - verwezenlijkte de afdeling in het eind vorige maand afgelopen boekjaar 1997-1998 "een zwarte nul" ( dixit von Pierer). De afdeling produceerde té dure toestellen, volgestouwd met allerlei tierlantijntjes, en mikte daarmee net zoals sectorgenoot Philips - dat voor zijn mobilofoonafdeling zopas een jaarverlies van 19 miljard frank aankondigde - compleet naast de markt. De goede zaken worden op dit ogenblik gedaan door producenten van goedkope gsm's. Het zwaarste verlieslijdt de Siemens-groep evenwel in de chipmarkt, tot voor enkele jaren een van dé winstgeneratoren van het concern. Het management van de afdeling semiconductors maakte de fout de marktcapaciteit te fors in te schatten - hopende op een aanhoudende boom. Zelfs aan het begin van dit jaar liet Siemens nog weten dat de afzet in de halfgeleidersmarkt kon worden verdrievoudigd. Daarvan is er nu geen sprake meer. Aangezwengeld door de crisis in Azië, overspoelden massa's goedkope geheugenchips uit het Verre Oosten de markt. De prijzen op de wereldmarkt stortten verder in. Winst kan wel nog gehaald worden uit hoogwaardige specialiteiten. Maar Siemens had zijn focus vooral gelegd op geheugenchips en moet daar nu de prijs voor betalen.Al in juni werd de pas geopende geheugenchipfabriek in het Britse Tyneside gesloten. Factuur: meer dan 400 miljoen mark. De samen met IBM gerunde chipfabriek in het Franse Essonnes is de volgende op de lijst. Ook daarvoor zal Siemens een bedrag van vele honderden miljoenen moeten vrijmaken. Totnogtoe bleef de topman van het concern, Heinrich von Pierer - die begin dit jaar nog door de KU Leuven gelauwerd werd met een eredoctoraat - aangenaam in de omgang. Nu volgt hij een oude ondernemerswijsheid, die voor Siemens vrij nieuw is: ofwel veranderen de cijfers, ofwel rollen er koppen. In september 1997 moest Walter Kunerth, die verantwoordelijk was voor het herstructureringsprogramma "TOP" ( time-optimized program), al vertrekken. Ook spoorwegtopman Wolfram Martinsen werd met zijn neus op de feiten gedrukt. De topman van de afdeling Private Communication Systems, Dietrich Botsch, en verantwoordelijk voor het gsm-debacle, kwam er voorlopig nog relatief goedkoop van af. Deze ingenieur communicatie mag zich weliswaar niet meer mengen in het dagelijks bestuur, maar kreeg wel een alibifunctie als technologisch adviseur van de raad van bestuur. Binnen het concern wordt er nu duchtig gespeculeerd over de toekomst van Adolf Hüttl, de chef van de afdeling power generation. In plaats van de verwachte winst met negen cijfers, dreigt deze afdeling voor de eerste keer in lange tijd verlies te boeken.Het managementteam van Hüttl had de gebrekkige nieuwe gasturbines veel te vroeg geleverd aan verschillende elektriciteitscentrales. De prijs die hij hiervoor betaalt, is nu driemaal zo hoog: boetes voor laattijdige levering, compensatie voor het verlies aan stroomproductie en de kosten voor de revisie van de toestellen. "Dit was onverantwoord," zegt een vertrouweling uit de directe omgeving van CEO von Pierer verbolgen.Moderne schandpaalOm eens en voor altijd de reeks van mislukkingen en foutieve beslissingen te stoppen, wil de Siemens-topman zijn collega's tot spoed aandrijven. Vanaf 1 oktober vergaderen de raden van bestuur en de zestien afdelingshoofden om de drie maanden. Tijdens deze zogenaamde kwartaalgesprekken zullen zij tot in het kleinste detail verslag moeten uitbrengen over de ontwikkeling van de activiteiten in hun sector.Wie met de slechtste resultaten voor de dag komt, moet als eerste rapporteren. "Dit leidt tot een enorme discipline," zo omschrijft een insider deze moderne vorm van schandpaal. Slechts twee keer kunnen deze topmanagers het zich veroorloven om de streefcijfers niet halen. Bij de derde keer zal er geen pardon meer zijn. Door die nieuwe managementstijlzet von Pierer ook zichzelf onder druk. De logica van het systeem wil dat ook en vooral hij - als primus inter pares - de vastgestelde doelstellingen moet bereiken. Anders verliest hij zijn geloofwaardigheid tegenover de aandeelhouders en het topmanagement. En de Duitser heeft zijn lat zeer hoog gelegd. Tegen het jaar 2000 wil hij een rendement op eigen middelen van 15% halen. Tegen die tijd moet ook elke afdeling minstens haar kosten op het geïnvesteerde kapitaal (gemiddeld zo'n 8,5%) terugverdienen.Dit streefdoel is gedurfd, want het zou betekenen dat de winst van 2,6 miljard mark die vorig jaar door de groep werd geboekt, in twee jaar tijd ruim verdubbeld wordt. De scepsis op de beurs is groot. Toch wil Heinrich von Pierer niet tornen aan zijn geplande doelstellingen. De toekomst zal uitwijzen wie er gelijk heeft. Der Spiegel