PAUVRE PREMIER MICHEL. Uitglijden over de laatste bananenschil, terwijl het palmares lang niet slecht oogt, het zou sneu zijn. De regering-Michel heeft de concurrentiekracht van de bedrijven aangescherpt en werken aantrekkelijker gemaakt. Ze heeft zo tienduizenden banen extra gecreëerd en de koopkracht van Jan en alleman opgetrokken. Het herstelbeleid van de regering is geslaagd, zonder een onderscheiding in de wacht te slepen. Vriend en vijand hadden, gegeven de centrumrechts constellatie, een pittiger herstelbeleid verwacht. De pensioenhervorming is te slap en te veel verdaagd naar de toekomst. Het is speuren naar diepgaandere hervormingen die de potentiële groei van de Belgische economie opkrikken. Dit gestolde land laat zich bijspijkeren, maar niet hervormen, zo moest ook premier Charles Michel ondervinden.
...

PAUVRE PREMIER MICHEL. Uitglijden over de laatste bananenschil, terwijl het palmares lang niet slecht oogt, het zou sneu zijn. De regering-Michel heeft de concurrentiekracht van de bedrijven aangescherpt en werken aantrekkelijker gemaakt. Ze heeft zo tienduizenden banen extra gecreëerd en de koopkracht van Jan en alleman opgetrokken. Het herstelbeleid van de regering is geslaagd, zonder een onderscheiding in de wacht te slepen. Vriend en vijand hadden, gegeven de centrumrechts constellatie, een pittiger herstelbeleid verwacht. De pensioenhervorming is te slap en te veel verdaagd naar de toekomst. Het is speuren naar diepgaandere hervormingen die de potentiële groei van de Belgische economie opkrikken. Dit gestolde land laat zich bijspijkeren, maar niet hervormen, zo moest ook premier Charles Michel ondervinden. Toch zou het jammer zijn als de regering met dit sociaaleconomisch rapport niet naar de kiezer durft. Dit land heeft meer van hetzelfde nodig. Het grote gevaar is dat een volgende regering de erfenis van Michel verbrast. Dat risico heeft hij ook aan zichzelf te danken. De erfenis is kwetsbaar omdat de regering ook een structureel begrotingstekort ter waarde van 1,5 procent van het bbp achterlaat. Dat tekort heeft bovendien de neiging bij ongewijzigd beleid toe te nemen. De volgende regering zal dus ofwel voort moeten besparen en hervormen, ofwel de fiscale druk opnieuw opvoeren. En dan zal ze het werk van de voorbije legislatuur afbreken. De N-VA neemt een groot risico als ze de stekker uit de regering trekt. In een poging het lek op rechts te dichten, zet ze het werk van de voorbije jaren op de helling. Tenzij de N-VA besloten heeft dat ze niet langer de dienstmeid van het federale België wil spelen. DE VERLAGING VAN de belastingdruk op arbeid is het koninginnenstuk van de regering-Michel. Ze deed een toptransfer van 6 miljard euro voor de Belgische economie. In 2014 bedroeg de fiscale druk 45 procent van het bbp. In 2019, verwacht de Nationale Bank, zal de fiscale druk gedaald zijn naar 43,5 procent van het bbp. Dat is een daling met ruim 6 miljard euro. Die transfer van de schatkist naar de gezinnen maakt de noodzakelijke creatie van banen mogelijk. Dus ja, de regering heeft de fiscale druk verlaagd, met als spiegelbeeld een verhoging van de koopkracht van de gezinnen met 5 procent. De KU Leuven publiceerde vorige week een boeiende analyse van het regeringsbeleid. Dit zijn drie interessante conclusies. De eerste is dat de regering de prikkels om te werken gevoelig heeft verhoogd, wat van de slogan 'jobs, jobs, jobs' een aangename realiteit heeft gemaakt. Toch ligt nog veel werk op de plank. De onderzoekers introduceren het geweldige concept van de participatie-aanslagvoet. Die meet hoe belonend het is werkloosheid in te ruilen voor een baan. Een aanslagvoet van 80 procent wil zeggen dat een werkende maar 20 procent meer netto-inkomen heeft dan een niet-werkende met dezelfde kenmerken. Die aanslagvoet is onder de regering-Michel gedaald van 71,4 naar 69,8 procent. De grootste daling was voor de laagste lonen. Toch blijft dat te hoog. Geen enkele aanslagvoet zou meer dan 50 procent mogen zijn. DAT DE WELVAARTSCREATIE door de verlaging van de belastingen op arbeid gepaard gaat met een lichte afname van de herverdeling, is de tweede conclusie. De mate van herverdeling is gedaald tot het niveau van 1992, toen dit land ook niet bepaald bekend stond om neoliberale sociale horror. En studie na studie toont aan dat België op het gebied van herverdeling van geen enkel land lessen hoeft te krijgen. Bovendien is de verminderde herverdeling een logisch gevolg van het beleid om werken beter te belonen. De midden- en hogere inkomens gaan er iets meer op vooruit dan de lagere inkomens, precies omdat de werkenden een groter aandeel uitmaken in de hogere inkomensgroepen. Een derde conclusie is dat die keuzes geld kosten. De verlaging van een belastingdruk is nochtans een must om de werkgelegenheid op te trekken. Zonder de belastingverlaging was de begroting structureel in evenwicht, maar telde de economie tienduizenden banen minder. De keuze tussen nieuwe belastingen of nieuwe banen wordt de belangrijkste van de verkiezingen.