Hoe ontroerend, het cv van Pascale Peraïta (PS) op de website van het OCMW van Brussel. De 55-jarige maatschappelijk assistente maakte van "de strijd tegen de maatschappelijke uitsluiting en voor de menselijke waardigheid een dagelijkse prioriteit". Dat imago belandde de voorbije weken in de prullenmand. Peraïta streek vorig jaar 204.665 euro op als OCMW-voorzitter van Brussel-stad en uit aanverwante mandaten. Met als toetje een wagen met chauffeur.
...

Hoe ontroerend, het cv van Pascale Peraïta (PS) op de website van het OCMW van Brussel. De 55-jarige maatschappelijk assistente maakte van "de strijd tegen de maatschappelijke uitsluiting en voor de menselijke waardigheid een dagelijkse prioriteit". Dat imago belandde de voorbije weken in de prullenmand. Peraïta streek vorig jaar 204.665 euro op als OCMW-voorzitter van Brussel-stad en uit aanverwante mandaten. Met als toetje een wagen met chauffeur. Peraïta heeft nu ontslag genomen samen met haar jeugdvriend, de Brusselse burgemeester Yvan Mayeur (PS). De aanleiding was een schijnbare banaliteit, toch in het licht van haar vele inkomsten de voorbije jaren. Peraïta ontving de voorbije drie jaar voor 51.390 euro bestuurdersvergoedingen van Samusocial, de daklozenorganisatie van het Brussels Gewest. Mayeur streek in diezelfde periode 51.100 euro op. Merkwaardig is dat tegenover die vergoedingen alleen maar moeilijk bewijsbare prestaties stonden. Het ging om zitpenningen voor vergaderingen van het leidinggevend bureau, waarvan geen notulen bestonden. Zo bepalen de statuten van de vzw Samusocial het ook. In 2015 bijvoorbeeld vergaderden Mayeur en Peraïta 135 keer, waarvan 71 keer tête-à-tête. Per 'vergadering' leverde dat een brutozitpenning van 140 euro op. De zitpenningen zijn slechts het topje van de ijsberg van mistoestanden bij de daklozenorganisatie. Peraïta kwam in 1999 aan het roer van de voorloper van Samusocial. De vzw zelf werd pas opgericht op 30 april 2001. Yvan Majeur, toen voorzitter van het OCMW van Brussel-stad, werd voorzitter van de raad van bestuur. In de zomer van 2015 deed hij een stap terug, want hij was sinds eind 2013 burgemeester van Brussel. Die functie vond hij onverenigbaar met zijn positie als voorzitter van Samusocial, motiveerde hij aan de raad van bestuur. Het bleek geen hinderpaal om zitpenningen te blijven opstrijken. De raad van bestuur van Samusocial was op dat moment verworden tot een 'ons-kent-ons-clubje'. Naast Mayeur en Peraïta zat Valérie Vierset er, de kabinetschef van Peraïta. Ook Rita Glineur, de kabinetschef van burgemeester Mayeur, schoof al aan als bestuurder, hoewel haar benoeming nog formeel moest worden bekrachtigd. Ietwat vreemde eenden in de bijt waren Christian Béozière, PS-schepen in Evere, en Isabelle Kuntziger (ook met PS-signatuur). De directrice van Ecole d'Administration Publique Wallonne weigerde als enige de zitpenningen. Niet zo de politiek neutrale voorzitter, Michel Degueldre (26.740 euro). De voormalige voorzitter van Médecins du Monde lag in 2013 al eens onder vuur. De Inspectie van Financiën had toen de balansen van Samusocial ontleed. Ze vond een factuur van 25.000 euro van Médecins du Monde, zonder enige verantwoording. De artsenorganisatie werkt nochtans effectief voor Samusocial. Ze geeft daklozen medische hulp. Want de activiteiten van Samusocial zijn niet fictief. De vzw groeide als kool (zie kader Daklozen als groeimarkt). Samusocial verklaart die klim door de toenemende armoede in het Brussels Gewest. Daarnaast vormde de toestroom van asielzoekers in 2015 een belangrijke groeifactor (zie kader Wat doet Samusocial?). De organisatie torst een logge structuur. Het piekseizoen (89% van de overnachtingen in 2015) is in de winter. Sommige daklozen blijven slechts enkele dagen in de opvangcentra: slachtoffers van uitdrijving uit de woning, van gezinsproblemen, partnergeweld of brand. De structuur van de vzw is niet aangepast aan die situatie. Het personeel verzesvoudigde het voorbije decennium, maar tijdens de piekperiode wordt slechts een beroep gedaan op twintig extra en tijdelijke mensen. Bovendien wordt dat personeel goed bediend. Opvang van daklozen is een gemeenschapsbevoegdheid, vooral geregeld door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) in Brussel (waarin zowel Nederlands- als Franstaligen zitten). De GGC maakte een aparte cao voor werknemers in de sector 'overnachtingen voor personen in moeilijkheden'. Zij verdienen 150 procent van het gewone loon 's nachts en op zaterdagen, en 200 procent op zondagen. Dat drijft de lonen aardig op. De Inspectie van Financiën registreerde hoe algemeen directeur Pascale Peraïta in 2012 ruim 33.000 euro bijverdiende (17% van haar loon van 192.705 euro) via dat stelsel van overuren. In de jongst neergelegde balans van Samusocial, die van 2015, staan de personeelskosten voor bijna twee derde van de bedrijfskosten. Toch heeft de inmiddels flinke kmo geen hr-manager voor zijn meer dan 300 werknemers. Formeel heeft de vzw zelfs geen directiecomité. Uit een organogram dat aan de Brusselse parlementsleden werd voorgelegd, blijkt dat Samusocial wordt geleid door een algemeen directeur (Grégory Polus), een directeur financiën en administratie (Aurélien Doffigny), en een pedagogisch directeur (Laurence Bourguignon). Doffigny, in een vorig leven hoofd logistiek bij het federaal agentschap voor asielzoekers Fedasil, neemt de sollicitaties voor zijn rekening. Het personeelsbeleid blijft bijzonder vaag. Het jaarverslag van 2015 geeft weinig duidelijkheid over de geleverde prestaties. Het vermeldt bijvoorbeeld 12.044 'op straat geleverde prestaties'. Wat dat inhoudt? 'Luisteren' (3207 keer), 'eten geven' (3287 keer) of 'gesprekken' (1004 keer). Volgens Pascal Smet (sp.a) is er geen controle op de gepresteerde werkuren. Dat liet de Vlaams-Brusselse minister voor Bijstand aan Personen vorige week optekenen in het Brussels parlement. Het is een hardnekkig probleem bij Samusocial. Ook in de zomer van 2014 trok de financiële en administratieve directeur, Aurélien Doffigny, al aan de alarmbel tijdens een raad van bestuur. De personeelskosten rezen de pan uit. Doffigny eiste dat de uurroosters opnieuw onder de loep werden gehouden. En toch is er beterschap bij Samusocial, was minister Smet vorige week hoopvol. Het is gedaan met dure etentjes en snoepreisjes. In juni 2013 was een dertigkoppig team van de daklozenorganisatie nog voor een week naar het Spaanse Alicante getrokken. De motivering voor het reisje? Geen. Die speeltijd is voorbij. Alle facturen hebben voortaan een reden, al gaat het vaak om forfaitaire bedragen, die standaard volgens subsidieregels worden vergoed. Het blijft vaak gissen naar de echt geleverde prestaties. Het leeuwendeel van de uitgaven van Samusocial wordt vergoed via subsidies. Volgens het jaarverslag betalen circa 40 overheidsinstellingen. De belangrijkste zijn de Brusselse Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (7,7 miljoen euro) en de federale diensten voor asielbeleid (3,2 miljoen euro). "Maar is er sprake van dubbele subsidiëring? Onze inspecteurs kunnen niet controleren hoe Samusocial de middelen van de andere overheden besteedt", poneerde minister Smet in het Brussels parlement. Een analytische boekhouding is weliswaar verplicht. En alle verantwoordingsstukken worden uitgebreid gecontroleerd door de administraties van de betrokken overheden. Alleen: die controleren elkaar niet. De Inspectie van Financiën mag nu opnieuw uitrukken voor een audit, de tweede na die van 2013. Wolfgang RieplIn 2015 bijvoorbeeld vergaderden Mayeur en Peraïta 135 keer, waarvan 71 keer tête-à-tête. Er is beterschap op komst bij Samusocial. Het is gedaan met dure etentjes en snoepreisjes.