Net als zijn grootvader en vader, is Sylvio Perlstein juwelier en diamantair. Hij groeide op in Brazilië, het toevluchtsoord van zijn familie die uit Europa gevlucht was voor de nazigruwelen. Op zijn twintigste vestigde hij zich in Antwerpen. Tegelijkertijd met zijn zakelijke activiteiten, breidde hij zijn kunstcollectie uit. Echt veel kwam de buitenwereld daar nooit over te weten, want Perlstein mijdt het voetlicht. Toch loopt er nu in La Maison Rouge in Parijs een tentoonstelling waarop nog tot 14 januari 2007 een representatief deel van zijn verzamel...

Net als zijn grootvader en vader, is Sylvio Perlstein juwelier en diamantair. Hij groeide op in Brazilië, het toevluchtsoord van zijn familie die uit Europa gevlucht was voor de nazigruwelen. Op zijn twintigste vestigde hij zich in Antwerpen. Tegelijkertijd met zijn zakelijke activiteiten, breidde hij zijn kunstcollectie uit. Echt veel kwam de buitenwereld daar nooit over te weten, want Perlstein mijdt het voetlicht. Toch loopt er nu in La Maison Rouge in Parijs een tentoonstelling waarop nog tot 14 januari 2007 een representatief deel van zijn verzameling te zien is. In het begeleidende boek The Perlstein Collection (Ludion, 495 blz., 59,90 euro) is nog meer van zijn collectie opgenomen. Het boek is tweetalig en dat betekent in dit geval Engels-Frans, de tentoonstelling staat op een Parijse affiche, maar het werk is wel uitgegeven bij het Gentse Ludion. Perlstein verzamelt dadaïsme en surrealisme, maar even goed minimalisme en conceptuele kunst. Je vindt bij hem Belgen als Marcel Broodthaers en internationale coryfeeën als Bruce Nauman en arte-poverapaus Lucio Fontana. Kortom, je krijgt een fraai overzicht van de moderne en hedendaagse kunst. Wie de Oude Meesters prefereert - genre Brueghel, Van Dyck, Rubens, Ruisdael of Rembrandt -, kan terecht in het Mauritshuis in Den Haag. Vrijwel alle Hollandse en Vlaamse meesters uit de Gouden Eeuw zijn er met topwerken vertegenwoordigd. In het riant geïllustreerde boek Mauritshuis - Een vorstelijke verzameling (Waanders, 272 blz., 59,95 euro) worden meer dan 120 schilderijen besproken. In dit Rembrandtjaar komt de magister van het clair-obscur uiteraard ook apart aan bod. Vooral Het Rembrandtboek (Mercatorfonds, 384 blz., 69,95 euro) van kunsthistoricus Gary Schwartz is onvermijdelijk. In deze verrukkelijke kanjer vloeit alle info over de 400 jaar geleden geboren schilder samen: leven, werk, techniek, invloed. De thematische aanpak in korte hoofdstukken maakt het kloeke werk vlot leesbaar. In het kleine broertje van die kolos, onder dezelfde titel Het Rembrandtboek (Waanders, 320 blz., 14,95 euro), opteert Ben Broos voor een klassiek chronologisch overzicht, zodat we een goede kijk krijgen op de evolutie van het werk. Of wilt u een wandeling? In Langs Rembrandts roem (Salomé, 233 blz., 21,50 euro) gidsen Herman Beliën en Paul Knevel ons langs de plaatsen die belangrijk geweest zijn in het leven en werk van de molenaarszoon. We besluiten deze kunsttrip bij de Vlaamse Primitieven in Brugge (Ludion, 96 blz., 18 euro). Till-Holger Borchert, conservator van het Groeningemuseum, levert een voortreffelijke introductie tot het beroemde schildersgenre. Jan van Eyck, Hans Memling en co. zetten de toon. De bakermat van de nieuwe stijl lag vijf eeuwen geleden in de toen nog bruisende handelsstad Brugge. Luc De Decker