In 2005, toen hij een bedrijf voor financiële software leidde, geraakte Charles Morris ervan overtuigd dat de kredietmarkten op een krach afstevenden. Hij vond een uitgever die bereid was om het risico te nemen en begon een zoektocht naar de wortels van de crisis die zich toen nog moest ontvouwen. Het resultaat rolde begin maart van de persen: The Trillion Dollar Meltdown. Hoe up-to-date dit boek ook mag lijken, het is beslist geen haastklus. Morris legt verbanden tussen het keynesiaans liberalisme van de jaren zestig, de verlammende stagflatie van de jaren zeventig en het vrijemarktdenken van de jaren tachtig en negentig, vooraleer binnen te treden in de wereld van het supergoedkope geld en de dolgedraaide financiële innovatie. Hij schat dat de uiteindelijke factuur voor de financiële gekte van de voorbije ja...

In 2005, toen hij een bedrijf voor financiële software leidde, geraakte Charles Morris ervan overtuigd dat de kredietmarkten op een krach afstevenden. Hij vond een uitgever die bereid was om het risico te nemen en begon een zoektocht naar de wortels van de crisis die zich toen nog moest ontvouwen. Het resultaat rolde begin maart van de persen: The Trillion Dollar Meltdown. Hoe up-to-date dit boek ook mag lijken, het is beslist geen haastklus. Morris legt verbanden tussen het keynesiaans liberalisme van de jaren zestig, de verlammende stagflatie van de jaren zeventig en het vrijemarktdenken van de jaren tachtig en negentig, vooraleer binnen te treden in de wereld van het supergoedkope geld en de dolgedraaide financiële innovatie. Hij schat dat de uiteindelijke factuur voor de financiële gekte van de voorbije jaren zal oplopen tot 1,1 biljoen dollar - als al de opgepepte leverage (of ontlening) op een ordelijke wijze afgebouwd kan worden, wat hij ten zeerste betwijfelt. Hypotheekleningen van povere kwaliteit worden doorheen het hele wereldwijde kredietsysteem geknikkerd. Maar er is nog veel meer op komst: problemen rond kredietkaarten, ondernemingsschulden, credit-default swaps. Voor veel financiële instellingen kan dit de doodsteek betekenen. Veranderingen in de marktstructuur maken het probleem volgens Morris alleen maar erger. In tegenstelling tot de commerciële banken, vertonen investeringsbanken en hedgefondsen de neiging om tijdens boomperiodes hun leverage te verhogen en weer af te bouwen in kwade tijden. Vermits die twee groepen nu de helft van alle kredieten vertegenwoordigen, zal een versnelde verlaging van hun leverage de inkrimping van de kredietverlening waarschijnlijk veel erger maken dan tijdens vorige cycli. Morris beschouwt de hedgefondsen - die bij het begin van de crisis het meest gespaard bleven, maar het nu bijzonder moeilijk hebben omdat de geldschieters meer onderpand vragen - als de volgende zwakke schakel in het rijtje. De auteur brengt een aantal oorzaken voor de crisis aan. Tegen 2006 had bijvoorbeeld de toenemende tendens naar deregulering al driekwart van alle leningactiviteit buiten het gezichtsveld van de regelgevers gebracht. De banken en de ratingbureaus geraakten bovendien bezeten van het idee dat het hele financiële bestel beheerst kon worden via risicomodellen van financiële wizards. In dit verhaal speelt geen enkele afzonderlijke schurk de hoofdrol, al komt Alan Greenspan aardig in de buurt. Hij liet waarschuwingen over een surplus aan rommelhypotheken links liggen en zwoer bij 'nieuwe paradigma's', gaande van hybride hypotheekleningen tot kredietderivaten. Tegen november 2007, het ogenblik waarop zijn verhaal eindigt, was het voor Morris helemaal duidelijk geworden dat deze crisis veel ernstiger was dan de vorige grote krach: de Russische staking van betaling in 1998 en de redding van het Amerikaanse hedgefonds Long-Term Capital Management. "In 2008 is er niemand meer om een vergadering bijeen te roepen, is er geen enkele congreszaal groot genoeg om alle belanghebbende partijen te bevatten, en weet niemand wie er op de invitatielijst moet staan", stelt hij. Morris ziet een parallel met de grote Japanse asset bubble van de jaren tachtig. Hij vreest dat de omvang van het probleem Amerika in de verleiding zal brengen de verliezen weg te moffelen en kwijnende kredietverleners kunstmatig in leven te houden, net zoals Japan heeft gedaan. Morris pleit in zijn boek voor een aantal maatregelen om problemen in de toekomst te vermijden: gerenommeerde brokers mogen geen leningen meer verstrekken aan hedgefondsen die weigeren hun balansgegevens vrij te geven; de handel in kredietderivaten moet om veiligheidsredenen naar de beurs gebracht worden, ook al verhoogt dat de kosten; en er zou een nieuwe versie moeten komen van de oude Glass-Steagallwet, waardoor de activiteiten van commerciële banken afgescheiden werden van die van de kapitaalmarkten. Voor Morris is het na een kwarteeuw 'marktdogmatisme' tijd geworden dat de regelgevende slinger de andere richting uitgaat. Morris' provocerende boek is het startschot voor een lange discussie. (T) repCopyright: The Economist - Bewerkt door Alain Mouton