De grexit is een weerkerende nachtmerrie sinds vijf jaar geleden de crisis losbrak. Nu dreigt ze opnieuw even erg als in 2012, toen Griekenland uiteindelijk toch aan boord werd gehouden met een tweede grote bail-out door het IMF en andere eurolanden. De onderhandelingen over de vrijgave van de resterende noodhulp waren afgebroken omdat de Griekse regering, die gedomineerd wordt door de links-radicale partij Syriza, de hervormingen die de schuldeisers vragen, bleef afwijzen.
...

De grexit is een weerkerende nachtmerrie sinds vijf jaar geleden de crisis losbrak. Nu dreigt ze opnieuw even erg als in 2012, toen Griekenland uiteindelijk toch aan boord werd gehouden met een tweede grote bail-out door het IMF en andere eurolanden. De onderhandelingen over de vrijgave van de resterende noodhulp waren afgebroken omdat de Griekse regering, die gedomineerd wordt door de links-radicale partij Syriza, de hervormingen die de schuldeisers vragen, bleef afwijzen. Maandag legde de Griekse premier Alexis Tsipras een nieuw hervormingsplan voor. De Griekse regering wil dit jaar 0,4 procent en volgend jaar 1,05 procent van het bbp in de pensioenen besparen. Tegen 2025 moet de pen-sioenleeftijd stijgen naar 67 jaar. Athene wil ook besparen door de btw te verhogen naar een nieuw tarief van 23 procent. Er zouden uitzonderingen zijn voor basisgoederen als voedsel en elektriciteit (13 %) en medicijnen (6 %). De vennootschapsbelasting zou stijgen van 26 naar 29 procent. De regering-Tsipras stelt een extra belasting op luxe en gokken voor. Ook Defensie moet een duit in het zakje doen en jaarlijks 200 miljoen euro besparen. Ten slotte wil Athene dit jaar 1,4 miljard euro en volgend jaar 3,7 miljard euro ophalen door gereglementeerde sectoren te liberaliseren, onder bepaalde voorwaarden. Woensdag, nadat Trends ter perse ging, kwamen de ministers van Financiën van de eurolanden bijeen om het voorstel te bekijken. Het overgrote deel van de Griekse bevolking wil in de euro blijven en de regering zegt dat ook te willen. Dat is begrijpelijk, want de muntunie verlaten zou meer op een bloedbad dan op een chirurgische ingreep lijken -- zo voorspelde het IMF in 2012. De herinvoering van de drachme zou leiden tot een gedwongen conversie van alle binnenlandse activa en passiva naar de nieuwe munt, die volgens schatting van het IMF onmiddellijk 50 procent van zijn waarde ten opzichte van de euro zou verliezen. Dat zou de bankdeposito's en andere spaarmiddelen compleet uithollen. De inzinking van de drachme zou de importprijzen de hoogte injagen en de inflatie tot 35 procent aanwakkeren, rekende het IMF voor, en het bbp zou met ongeveer 8 procent dalen. Zelfs de miniemste transactie zou moeilijk worden, zo luidde het. Nadat de kortstondige Tsjechisch-Slowaakse muntunie in 1993 uit mekaar was gevallen, duurde het zes maanden voor nieuwe bankbiljetten ingevoerd werden. Ziet het er nog altijd even beroerd uit? In tegenstelling tot 2012, zeggen voorstanders van de grexit, groeit de economie in de eurozone nu. Dat zou moeten helpen om de beroering die een grexit met zich zou brengen te doorstaan. Voor de tegenslagen eerder dit jaar had Griekenland een overschot opgebouwd op zowel de primaire begroting (voor intrestbetalingen) als op de lopende rekening, waardoor het nieuwe leningen aankon. Een staking van betaling van de buitenlandse schuld, die een grexit zou bespoedigen (of onvermijdelijk maken omdat de last van in euro uitgedrukte schulden de pan zou uitrijzen in termen van een gedevalueerde drachme), kan ook gezien worden als een voordeel. Ze zou eens en voor altijd het klaarblijkelijk onderdrukkende juk van de openbare schuld oplichten, die op dit moment is opgelopen tot bijna 180 procent van het bbp. Zodra de initiële schok is opgevangen, zou Griekenland kunnen genieten van de stimulerende invloed van de devaluatie op de concurrentiekracht. In dat scenario wordt evenwel de schade die een grexit de Griekse economie zou toebrengen onderschat. Het vertrouwen zou zowel op de lange als op de korte termijn verdwijnen en Griekenland zou alle moeite hebben om ook maar een schijn van zijn geloofwaardigheid te herwinnen. Het zou tot eindeloos gekibbel leiden met het IMF en andere regeringen van eurolanden, die grote verliezen op hun leningen aan Griekenland zouden lijden. Het zou ook de beleggers verontrusten, die zich zorgen zouden maken dat, zonder de druk van de schuldeisers, de Griekse regering wel eens zou kunnen terugkeren naar het slechte beleid dat aan de basis van de tegenspoed van het land ligt. De afbetaling van overheidsschuld staken, zou slechts weinig soelaas bieden. Het aandeel in het bbp van de schuld is weliswaar hoog, maar de intrest die de Grieken erop betalen is zeer laag -- 3 procent van het bbp dit jaar. Daar komt nog bij dat het land op de meeste leningen die werden toegekend in het kader van het reddingsplan van de eurozone, tot 2022 uitstel van betaling geniet. Voor alle leningen van Europese schuldeisers verkreeg Griekenland schuldverlichting in de vorm van zowel een verlenging van de looptijd (sommige leningen lopen tot in de jaren 2050) als ultralage intresten. Indien Griekenland de euro zou verlaten, zou het meer intresten moeten betalen op zijn schuld, ook al wordt het aandeel van de overblijvende schulden in het bbp veel kleiner. Een goedkopere munt zou de export en het toerisme een boost geven, maar de voordelen zouden zonder meer verloren kunnen gaan aan hogere inflatie, vooral omdat de centrale bank geen echte onafhankelijkheid zou genieten. In elk geval hoeft Griekenland niet langer zijn concurrentiekracht op te peppen met een devaluatie omdat het al een 'interne devaluatie' heeft doorgevoerd met de scherpe daling van de lonen. Bovendien zou met een devaluatie weinig worden gewonnen omdat de export een ongebruikelijk klein deel van de economie vertegenwoordigt. Een grexit zou ook voor de rest van de eurozone verontrustend zijn. De kostprijs van een Grieks faillissement zou voor de regeringen van de eurozone hoger liggen dan in 2012, omdat ze sinds die tijd het land meer geld hebben geleend. Met een grexit zouden ze wel de realiteit onder ogen zien en er tenminste mee ophouden goed geld achter slecht geld aan te gooien. Anderzijds zouden ze Griekenland aanzienlijke bedragen aan hulp moeten verschaffen, in het geval dat de grexit tot een humanitaire catastrofe zou leiden. In 2012 maakte men zich vooral zorgen dat een grexit een domino-effect zou teweegbrengen, waardoor paniek op de obligatiemarkt het ene land na het andere over de kop zou jagen. Zo'n scenario, dat de onderhandelingsstrategie van de Griekse regering inspireerde, klinkt vandaag minder overtuigend. Hoewel het verschil in opbrengst tussen de veilige Duitse Bunds en de obligaties van andere kwetsbare landen in Zuid-Europa onlangs weer groter is geworden, blijft het Griekse drama dat zich dit jaar afspeelt grotendeels beperkt tot Griekenland. Wat ook wel geholpen heeft, is dat amper enkele dagen voor de Griekse verkiezingen in januari de Europese Centrale Bank (ECB) een programma van quantitative easing aankondigde, de inkoop van een heleboel schuldpapier van eurolanden. Daarnaast heeft het Hof van Justitie van de EU deze week nog het (vooralsnog onbenutte) beleid van de ECB bekrachtigd, waarbij landen die op de markt onder vuur liggen een reddingsboei toegeworpen krijgen door de onbeperkte aankoop van hun schuldpapier. Dat heeft sommigen ertoe gebracht te stellen dat de eurozone sterker zou worden als de eeuwige onruststoker wordt verwijderd. Als getoond wordt dat wie de regels niet respecteert de deur gewezen kan worden, zo luidt hun theorie, dan kan een grexit de overblijvende leden aanzetten tot budgettaire voorzichtigheid en structurele hervorming. Als daarentegen Tsipras erin zou slagen de schuldeisers van Griekenland te overbluffen, dan zouden antibesparingsbewegingen als Podemos in Spanje daar moed kunnen uit putten. De eurozone heeft dan ook wellicht goede redenen om de opschudding die een grexit met zich zou brengen te gedogen, maar het is en blijft een riskante onderneming. Het idee dat de deelname aan de euro onherroepelijk is, wordt in dat geval ontkracht. De eenheidsmuntclub zou verworden tot een gewoon systeem met vaste wisselkoersen dat openstaat voor speculatie. Alles bij elkaar overtreffen de kosten nog altijd de baten, voor zowel de eurozone als voor Griekenland. Er zijn voor beide zijden gegronde economische redenen om tot een compromis te komen. Of de strijdvaardige politiek in Griekenland en de eurolanden dat zal toelaten, blijft een open -- en dringende -- vraag. The EconomistVolgens een schatting van het IMF zou de drachme onmiddellijk 50 procent van zijn waarde tegenover de euro verliezen. Bij een grexit zou het vertrouwen verdwijnen en Griekenland zou alle moeite hebben om ook maar een schijn van zijn geloofwaardigheid te herwinnen.