Volgens De Financieel-Economische Tijd is minister van Begroting en Overheidsbedrijven Johan Vande Lanotte (SP.A) niet van plan om Belgacom verder te privatiseren. Het volpension van de dividenden van de nationale operator is gezonder dan het knalfestijn van een beursgang, dicht de krant aan Vande Lanotte toe - de FET heeft het nieuws nu eenmaal niet from the horse's mouth, zoals dat in de taal van Shakespeare heet.
...

Volgens De Financieel-Economische Tijd is minister van Begroting en Overheidsbedrijven Johan Vande Lanotte (SP.A) niet van plan om Belgacom verder te privatiseren. Het volpension van de dividenden van de nationale operator is gezonder dan het knalfestijn van een beursgang, dicht de krant aan Vande Lanotte toe - de FET heeft het nieuws nu eenmaal niet from the horse's mouth, zoals dat in de taal van Shakespeare heet. De woordvoerster van de minister doet er nog een schepje bovenop: het probleem is niet aan de orde. Eerst moeten drie andere Belgacom-dossiers worden gegaard: de rol die de nationale operator in de toekomst moet spelen, de beslissingsregels binnen het bestuur, en last but not least de overname van het pensioenfonds. Johan Vande Lanotte is een slimme kok. Zijn gerechten sudderen op het juiste moment. De privatisering hoeft pas volgend jaar op het grote vuur. Het zal de regering Wurst wezen dat ze dit jaar een begrotingstekort van één procent boekt - Duitsland en Frankrijk gaan naar vier. Als intussen het pensioenfonds van Belgacom kan worden opgesoupeerd - 3,6 miljard euro aan activa, de kater van de 4,9 miljard euro verplichtingen komt pas later - dan zit ze op rozen tot na het dessert van de regionale verkiezingen. Meteen wordt een botsing met de syndicaten - de socialistische vakbond noemt een verdere privatisering een "oorlogsverklaring" - alvast tot de cognac en de sigaren uitgesteld. Volgend jaar is het begrotingstekort alweer hoger en dan zien we nog wel. Belgacom en zijn privé-aandeelhouders - SBC, Tele Danmark, Singtel en enkele Belgische financiers, verenigd in ADSB Communications - zijn vragende partij om af te geraken van het pensioenfonds. Het is een 'eerste-pijlerfonds' voor de statutaire personeelsleden, dat in elk normaal bedrijf door de sociale zekerheid zou worden gedragen. Het weegt op de waarde van Belgacom. De overheid helpt de privé-aandeelhouders dus van een risico af, maar de tegenpartij weet dat de regering- Verhofstadt op zoek is naar cash en elke dag dat de beurs stijgt, wordt het fonds meer waard. Wie uitgekookt is, geeft de verkoper bij zulke onderhandelingen als boodschap mee: 'je hebt mij achteraf nog nodig'. En misschien is dat gewoon wat Vande Lanotte doet - de druk op de ketel opdrijven. Als de overheid vasthoudt aan haar 50 procent plus één aandeel in Belgacom, lopen de privé-aandeelhouders immers de premie mis die samenhangt met de mogelijkheid van een controlewissel. Zoals een zakenbankier het formuleert: is er belangstelling voor een minderheidsparticipatie in een holding die zelf een minderheidsparticipatie heeft in Belgacom, als er geen waarborg is voor een notering? Maar misschien is het bovenstaande gewoon een neveneffect van de wafelijzerpolitiek die de regering-Verhofstadt toepast: de liberalen profileren zich via de fiscale amnestie, de socialisten door hervormingen in overheidsbedrijven te blokkeren. Iedereen gelukkig? Eigenlijk is het echte argument om Belgacom te privatiseren: een overheidsbedrijf heeft geen rol meer als operator in een vrijgemaakte markt. En om die markt vrij te maken, is het gezond dat de overheid daar geen belanghebbende partij in is. Tenzij dan als toezichthouder. Bruno Leijnse