De schokken op de aandelenmarkten laten Merrill Lynch als grootste beursmakelaar ter wereld niet onberoerd. Vooral ook omdat Merrill Lynch gevestigd was vlakbij ground zero, en moest verhuizen uit het zuidelijke puntje van downtown Manhattan. Ook op zakelijk vlak moet Merrill herstructureren. Conclusie: weg van de gewone privé-belegger, met als nieuw doelpubliek de vermogende belegger met minstens 1 miljoen dollar op zak. Vrij laat, als u het ons vraagt, zal het vermogende publiek dus attenties van 'Mother Merrill' mogen verwachten.
...

De schokken op de aandelenmarkten laten Merrill Lynch als grootste beursmakelaar ter wereld niet onberoerd. Vooral ook omdat Merrill Lynch gevestigd was vlakbij ground zero, en moest verhuizen uit het zuidelijke puntje van downtown Manhattan. Ook op zakelijk vlak moet Merrill herstructureren. Conclusie: weg van de gewone privé-belegger, met als nieuw doelpubliek de vermogende belegger met minstens 1 miljoen dollar op zak. Vrij laat, als u het ons vraagt, zal het vermogende publiek dus attenties van 'Mother Merrill' mogen verwachten. Deze beslissing staat niet alleen: wij kleine gewone privé-beleggers zijn een minder geliefd publiek geworden. Het kan niet aan de totale kapitalisatie van onze portefeuilles liggen, want die is in de VS (zoals bij ons) ongeveer even groot als die van professionelen. Maar groot is weer mooi, en klein niet winstgevend genoeg.Iedereen vindt het vanzelfsprekend dat meer publieke aandacht besteed wordt aan de professionele beleggers van de pensioen- en beleggingsfondsen en verzekeringsmaatschappijen, dan aan de kleine belegger. De pers, de politici en de toezichtsorganen staan altijd klaar om meewarig te doen over de kleine belegger, die tegen zichzelf moet worden beschermd. Die kleine belegger trekt zich van dit alles geen moer aan. Volgens gegevens van de Amerikaanse vereniging van beleggingsclubs ( NAIC) halen aangesloten privé-beleggers gemiddeld genomen een return die een 3% hoger ligt dan die van institutionelen, hoewel ze veel hogere transactiekosten per eenheid dragen. Kleine beleggers van de NAIC (of de Vlaamse Federatie van de Beleggingsclubs en de Beleggers (VFB) hebben een langetermijnperspectief, beleggen regelmatig in groeiaandelen met opbrengsten. Naast die typische uitgangspunten houden individuele beleggers hun aandelen gemiddeld genomen drie jaar, NAIC- (of VFB-) beleggers zes à zeven jaar. Bij institutionelen is dat acht maanden. De professionelen gaan blijkbaar geregeld in en uit aandelenposities, helemaal niet gedreven door planning op lange termijn. Ze zijn veel speculatiever ingesteld dan privé-beleggers, moeten omzetcijfers halen, en krijgen bonussen als ze winst maken. Dus nemen ze risico's met andermans geld. Die institutionelen, die tegen triviale transactiekosten kunnen verhandelen, kopen en verkopen zonder verpinken. Hun kosten zijn soms amper drie dollarcent per aandeel (1,3 frank). Daar kan een privé-belegger niet aan denken. De kleine privé-beleggers in de VS en bij ons, kopen en verkopen minder geagiteerd en ze kopen ook aandelen van kleinere bedrijven. Een typische aanbeveling van Ken Janke, ook Mister NAIC genoemd, is geen aandelen in portefeuille te hebben die voor meer dan 65% door institutionelen aangehouden worden, wegens het gevaar voor een groter downside risk. Volgens Janke moet men ook small caps mijden die door de grote spelers aangehouden worden. Als belangrijke institutionelen houder zijn van een bepaald aandeel, blijf je er als privé-belegger beter uit, want onverantwoorde swings zijn dan wel te verwachten _ ook en vooral voor kleinere aandelen. Institutionelen in de VS doen ook aan window dressing. Zien ze het eind van een kwartaal naderen (en dus het moment dat ze moeten rapporteren) en is een van de aandelen waarin ze geloven down, dan verkopen ze dat aandeel om het na het eind van het kwartaal opnieuw te kopen. Dat daaruit voor de houder een fiscaal verlies gecreëerd wordt, zal hen niet deren. Als de portefeuille er maar gezond uitziet, zonder een enkel down aandeel. Koel professioneel, nietwaar? Het is ook interessant om zien wat na 11 september in New York gebeurde. Op 17 september, de eerste verkoopdag op de New York Stock Exchange na de aanslag, kwamen in vergelijking met de laatste dag vóór de aanval vooral grote verkooporders binnen. De gemiddelde transactie in General Electric was 14.000 aandelen, met een marktwaarde van circa 500.000 dollar, en de gemiddelde transactie in AIG was 1 miljoen dollar. Typische transacties voor institutionelen dus. Het volume van de kleine transacties, van 100 aandelen of minder, verminderde die dag met 33%. Die trend ging verder tot het eind van de maand, tot wanneer de kleine aankopen weer de bovenhand kregen. De verbetering tegen eind september wordt dan ook toegeschreven aan de kleine beleggers, die tegen lagere prijzen een stuk sneller optimistisch werden dan de profs.Het is niet evident om de kopers en verkopers uit elkaar te halen, want bij elke transactie is een koper én een verkoper betrokken. Grote beleggers doen vaak ook kleine transacties, maar kleine verhandelen nooit grote blokken. Soms zullen ook makelaars kleine orders van klanten groeperen in een groot order, zodat wat als een groot order doorgaat eigenlijk afkomstig is van veel kleine beleggers. Maar Birinyi Associates, van wie dit studiewerk afkomstig is, meent dat in dit geval de handel bij stijgende prijzen werd gedreven door de vragers, en de transacties bij dalende prijzen werden gedreven door aanbieders die hun titels kwijt willen. Ondanks de verkoopgolf die door grote investeerders werd voortgedreven, doken de kleine beleggers weer verbazend stabiel uit de coulissen op om de ultieme steun aan de markt te verlenen. Dat is niet de eerste keer. Ook in 1998 waren het de kleine beleggers die de markt tot rust brachten door tegenpartij te spelen tijdens de Russische schuldcrisis, die de professionelen van de aandelen- en obligatiemarkten tot paniek dreef. In beide gevallen ging het om profs die hun kwartaalcijfers moesten oppoetsen en dus verkochten. De kleine beleggers wisten de boel te stabiliseren.De kleine beleggers zullen verder voor zichzelf en voor de markt zorgen, en dan zullen Merrill en andere groten hen later wel herontdekken. Dat zal dan goed zijn voor Merrill en consoorten. En de kleine belegger, die belegt voort.Emiel Van BroekhovenDe auteur is hoogleraar economie aan de Universiteit Antwerpen en voorzitter van de Vlaamse Federatie van de Beleggingsclubs en de Beleggers.De kleine beleggers zullen verder voor zichzelf en voor de markt zorgen, en dan zullen Merrill en andere groten hen later wel herontdekken.