Sedert 17 mei kan de belegger aandelen kopen van Agfa-Gevaert. De beeldgroep wordt losgehaakt van de moeder Bayer. De man die hierover uiteindelijk zijn zegen moest geven, is de Duitser Manfred Schneider (60 j.), sedert 1992 voorzitter van de Vorstand (directiecomité) van Bayer. In het openbaar laat Schneider zich, op voorschrift van het concern, steeds vergezellen door lijfwachten. De maatregel dateert uit de jaren zeventig en tachtig, toen Duitse industriëlen het doelwit waren van aanslagen van de Rote Armee Fraktion. Schneider blijft er stoïcijns kalm onder.
...

Sedert 17 mei kan de belegger aandelen kopen van Agfa-Gevaert. De beeldgroep wordt losgehaakt van de moeder Bayer. De man die hierover uiteindelijk zijn zegen moest geven, is de Duitser Manfred Schneider (60 j.), sedert 1992 voorzitter van de Vorstand (directiecomité) van Bayer. In het openbaar laat Schneider zich, op voorschrift van het concern, steeds vergezellen door lijfwachten. De maatregel dateert uit de jaren zeventig en tachtig, toen Duitse industriëlen het doelwit waren van aanslagen van de Rote Armee Fraktion. Schneider blijft er stoïcijns kalm onder. De jongste jaren schilderde de Bayer-topman de band met de beeldspecialist uit Mortsel steeds duidelijker af als een puur financiële aangelegenheid. Door de toenemende digitalisering van de beeldindustrie verwijderde Agfa zich van de chemisch-farmaceutische focus die de groep uit Leverkusen onder Schneider koos. Daarom brengt Bayer op 1 juni zijn Mortselse dochter naar de beurs en verkoopt 75% van zijn aandelen. Het is niet onwaarschijnlijk dat het ook de resterende 25% zal verkopen, aangezien minderheidsparticipaties niet passen in de beleidslijn van Bayer. De voorzitter is daarin - op zijn Duits - heel rechtlijnig. Als Bayer het bestuurslaken niet naar zich toe kan halen, speelt het bedrijf niet mee.Iedereen vraagt zich af wat Schneider met de vele miljarden mark die de verkoop zal opleveren, gaat doen. Voor de Duitse pers is het duidelijk: een grote acquisitie in de farmaceutische sector. Bayer hoort nog steeds tot de toptien van 's werelds grootste chemiebedrijven, maar lijkt op het vlak van de farmacie de ambities van Schneider wat achterna te hollen. De topman proclameerde enkele jaren geleden voor Bayer een belangrijke toekomst als één van de leidende concerns op het vlak van de zogenaamde life sciences. Maar onder de eerder behoudende en geïntegreerde koers die Schneider voer, kwam Bayer kennelijk traag op gang en raakte volgens analisten wat achterop. Nochtans zegt Schneider: "We zien hierin grote mogelijkheden. Nu al maakt de divisie life sciences 25% van onze omzet uit. We willen deze activiteiten in de komende jaren sterk ontwikkelen, tot ze 35% van de omzet vormen." Hij wuift berichten over potentiële fusiekandidaten als Akzo Nobel en Novartis kordaat weg als kwakkels. Hij zegt meer te zien in een partner over de plas, maar de Amerikaanse groepen hebben Bayer dan weer niet nodig als meerderheidsaandeelhouder. Daarom volgt Schneider het pad van de kleinere acquisities en investeert enorme bedragen - in 1998 7% van de omzet - in onderzoek en ontwikkeling. De man die in Leverkusen als bestuurder het O&O-beleid voor zijn rekening neemt, is trouwens de Belg Paul Bamelis. In tegenstelling tot Jürgen Dormann, voorzitter van Hoechst, kiest de Bayer-topman koppig voor de weg van de synergie tussen de chemie-farmadivisies. Bovendien speculeert hij erop dat in een moeilijke periode de chemische poot voor een veilige overbrugging kan zorgen. Geen afsplitsing van de chemietak en geen megafusie dus. "We staan al enkele jaren open voor eventuele fusies en overnames," zegt hij. "Ik sluit een grote partner dus niet uit. Wanneer zich een dossier aandient, zullen we bekijken of het in onze strategie past." Recentelijk wierp Schneider het toch over een andere boeg en versnelde hij de inspanningen van het concern om de portefeuille via acquisities uit te breiden. Zo heeft Bayer - weinig spectaculair - een bod gedaan op de fijnchemie van Zeneca. De grootste acquisitie die Schneider totnogtoe realiseerde, is de aankoop van de diagnostica-afdeling van het Amerikaanse Chiron, één van de belangrijkste concurrenten van het Gentse Innogenetics. Voorts sloot hij een toonaangevend partnership met het Amerikaanse Millennium dat een wereldleider is op het vlak van research naar het menselijke genoom. Bayer zou zijn belang van circa 15% op termijn willen optrekken tot 50%. Ondertussen verwaarloost Schneider de traditionele chemie niet. In 1998 haalden de chemie- en kunststofactiviteiten samen nog bijna de helft van de omzet. Schneider heeft met name de kostenstructuur stevig aangepakt. Toen hij in 1992 Hermann Josef Strenger opvolgde als voorzitter van de Vorstand, bevond de Europese chemie zich in een diepe crisis en kende de winst van Bayer een terugval. Van in het begin stelde Schneider ambitieuze resultaten voorop. Om die te halen, nam hij in de afgelopen jaren talrijke maatregelen om de kosten af te remmen. Rationalisering en herstructurering pasten in wat hij de "structurele schoonmaak van onze portefeuille" noemt. Het resultaat was een stijgende omzet en sedert 1997 een operationeel rendement op de omzet van meer dan 10%. Schneider heeft economie en bedrijfswetenschappen gestudeerd aan de universiteit van Freiburg en doctoreerde in Aken. Hij komt koel en zakelijk over. Geheel volgens de Duitse bedrijfscultuur laat hij zich als Herr Doktor aanspreken, maar achter het hoekige imago schuilt een theaterliefhebber, tennisspeler en grote voetbalfan (Bayer Leverkusen natuurlijk). Hij is al dertig jaar in dienst van Bayer en zetelt sinds 1987 in de Vorstand. Sedert zijn aanstelling tot voorzitter van de Vorstand bouwde Bayer ook zijn marktpositie in Azië en Noord-Amerika uit. Eén van de hoogtepunten daarin was ongetwijfeld dat het concern in Amerika het zogenaamde Bayerkreuz en het merk Aspirine opnieuw kon verwerven. Sedert de Eerste Wereldoorlog waren die rechten immers in vreemde handen. Voor de omzet van Aspirine betekende dat een stijging van meer dan 50%. Onder Schneider concentreerde Bayer ook zijn chemische activiteiten in competence centers. Zo haalde Antwerpen begin 1999 (zie Trends, 11 februari 1999) een investering van 5,5 miljard binnen om zijn capaciteit voor het rendabele polycarbonaat Makrolon uit te breiden. Deze politiek brengt vaak sluitingen van andere installaties met zich. In Antwerpen verdween bijvoorbeeld de dertig jaar oude installatie voor polyamidevezels. Maar volgens de huidige directeur René Loix komt Bayer Antwerpen versterkt uit deze herstructurering. Polycarbonaat is een toekomstgericht product met hoog rendement. Antwerpen zal naast Uerdingen (D) en Baytown (USA) de enige plaats zijn waar Bayer polycarbonaat produceert. ROELAND BYL