Spaarders en beleggers werd dit jaar geen zorgeloze vakantie gegund. Niet alleen staat de minuscule rente van 0,11 procent op spaarboekjes op de helling, ook de dure eden die tak21-emittenten zwoeren, blijken valse beloften. De rente op tak21-producten wordt gedecimeerd, zelfs met terugwerkende kracht. En er zijn de jongste jaren nogal wat valse beloften afgegeven. Betaal me instapkosten van 2 procent en een jaarlijkse beheersvergoeding van 1,5 procent en je kan de rest van je dagen op je beide oren slapen! Uit hang naar zekerheid werd massaal naar die sirenenzang geluisterd. De ontnuchtering is dan ook groot.
...

Spaarders en beleggers werd dit jaar geen zorgeloze vakantie gegund. Niet alleen staat de minuscule rente van 0,11 procent op spaarboekjes op de helling, ook de dure eden die tak21-emittenten zwoeren, blijken valse beloften. De rente op tak21-producten wordt gedecimeerd, zelfs met terugwerkende kracht. En er zijn de jongste jaren nogal wat valse beloften afgegeven. Betaal me instapkosten van 2 procent en een jaarlijkse beheersvergoeding van 1,5 procent en je kan de rest van je dagen op je beide oren slapen! Uit hang naar zekerheid werd massaal naar die sirenenzang geluisterd. De ontnuchtering is dan ook groot. De ontnuchtering kan nog groter worden, want de opgebouwde schuldenberg is een immense berg van beloften, die wellicht onhoudbaar zijn. Zelfs zonder problemen met de debiteuren, kan de schuldenberg de beleggers zuur opbreken. Als de rente weer stijgt naar het redelijke peil van vijf jaar geleden (4,25 % tegenover nu 0,20%), dan verliezen de beleggers in Belgische staatsobligaties 100 miljard, bijna een kwart van het uitstaande bedrag van 447 miljard. Wereldwijd lopen de verliezen op tot 3,4 biljoen, berekende het ratingkantoor Fitch. Spaarders en beleggers kunnen zich daarover boos maken, schuldigen zoeken, allemaal des mensen. Hopelijk loopt dat politiek niet uit de hand. Op valse beloften volgen valse profeten! En misschien zijn de beleggers zelf wel wat schuldig. Misschien hebben ze al te graag geloof gehecht aan financiële sprookjes. Even wat abc. Een obligatie is een resultaatsverbintenis, een aandeel een inspanningsverbintenis. Bij een obligatie krijg je een duidelijk bepaalde rente en na afloop wordt ook de hoofdsom teruggegeven. Bij bedrijfsobligaties kan de rente op obligaties zelfs interen op het dividend en op het aandelenkapitaal. Aan een obligatie weet je - in principe - wat je hebt, terwijl je met een aandeel nooit zeker bent. Het is dus begrijpelijk dat ietwat belegger het zekere voor het onzekere neemt. Hij laat aandelen aan zich voorbijgaan en rekent op vaste inkomsten uit obligaties. De Europese regelgever steunt hem daarin en verkettert aandelen als hoog risico. Vooral de kleine belegger mag daar zijn vingers niet aan verbranden! Edoch, onze beleggers en de regelgevers zijn bijziend. Tussen 1900 en 2014 bedroeg de gemiddelde return van aandelen uit 23 landen reëel (na een inflatie van 6,9%), 7,3 procent voor aandelen, 2,4 procent voor obligaties en 0,3 procent voor cash. Zelfs na twee oorlogen. Dan weet je het wel. Maar laten we toch begrip opbrengen voor onze bijziende belegger en regelgever. Blijkt namelijk dat obligaties (in dollar) het sinds de jaren 1970 even goed deden als aandelen, zonder de roetsjbaan die aandelen tijdens dat traject aflegden. Dus wie zijn tijdshorizon wil beperken tot de jongste veertig jaar, heeft een punt als hij voor obligaties opkomt. Die uitzonderlijke return van obligaties heeft echter alles te maken met de rentedaling van 14 naar 0 procent. Bij een constante looptijd zorgt een rentedaling bij obligaties voor koerswinsten (obligaties met een hogere rente worden duurder) en die krikken de return op. Dat verhaal kan vandaag alleen doorgaan als de rente onder het vriespunt daalt. Als dus de mensen met een spaaroverschot niet langer betaald worden, maar zelf moeten betalen om hun centen te mogen beleggen. Is dat niet onwaarschijnlijk? Het veertig jaar oude obligatiefeestje is dus allicht gedaan en alle inzichten en regelgeving die daaruit zijn ontstaan, moeten op de schop. Wie over de generaties heen met vermogensopbouw bezig is, doet dat ruim gespreid in aandelen. Zeker nu obligaties eigenlijk geen belegging meer zijn. Met de volatiliteit van aandelen moet je dan leren leven, of beter, je maakt gebruik van periodes van panische uitverkoop om meer aandelen in te kopen. Maar wat met beleggers die van hun beleggingen moeten leven? Hen werden met obligaties resultaten beloofd! Zekerheid! Ook hun wettelijke pensioenen zijn resultaatsverbintenissen die meer en meer blijken neer te komen op ijdele beloften. We zullen ons best doen om u op 67 met pensioen te kunnen sturen! We zullen u 2000 euro per maand uitkeren! Dankzij uw inspanningen, burger. En was inspanning geen kenmerk van aandelen? Verzekeraars hebben dat allang begrepen; in groepsverzekeringen moesten 'defined benefits' de plaats ruimen voor 'defined contributions'. Als we nog resultaten willen, zullen we beloften en zekerheden moeten inruilen voor onzekerheid en inspanningen. Dat wordt een titanenopdracht voor hegeliaanse politici, voor leiders die hun tijd belichamen. Hebben we die?De auteur is publicist.PAUL HUYBRECHTSHet veertig jaar oude obligatiefeestje is allicht gedaan en alle inzichten en regelgeving die daaruit zijn ontstaan, moeten op de schop.