Vorig jaar bedroeg de inflatie in België 3,4 procent, tegenover 2,2 procent in de eurozone en 1,9 procent in de buurlanden. Slecht nieuws voor onze bedrijven die met deze prijsstijgingen hun concurrentiepositie zien verslechteren.
...

Vorig jaar bedroeg de inflatie in België 3,4 procent, tegenover 2,2 procent in de eurozone en 1,9 procent in de buurlanden. Slecht nieuws voor onze bedrijven die met deze prijsstijgingen hun concurrentiepositie zien verslechteren. Uit een studie van de Nationale Bank blijkt dat onze energieprijzen een belangrijke impact hebben op de inflatie. Recentelijk werden vooral de olieproducten duurder. Als we de verhouding van de olieprijs bekijken tegenover de Belgische exportprijzen, dan blijkt dat die een absoluut hoogtepunt heeft bereikt. De exporterende Belgische ondernemingen zien daarmee hun marges verkleinen. Vandaar dat de Nationale Bank het debat opende over de manier waarop die energieprijzen onder controle kunnen worden gehouden. De voorstellen varieerden van impulsen om iets te doen aan de slechte isolatie van woningen tot een prijscontrole op de energiemarkt waarbij vooral elektriciteitsleverancier Electrabel wordt geviseerd. Uit het jaarverslag van de Nationale Bank blijkt dat de energieprijzen slechts voor de helft van de inflatie verantwoordelijk zijn. De andere helft is in grote mate te wijten aan voeding, die abnormale prijsstijgingen vertoont tegenover het buitenland. Voorts zijn er ook de tweederonde-effecten of het zelfvoedende karakter van de inflatie. De boosdoener is duidelijk de automatische loonindexering. Stijgende importprijzen leiden tot snel stijgende lonen in vergelijking met het buitenland, waar geen automatische loonindexering bestaat. De bedrijven rekenen die stijgende loonkosten door in de afzetprijzen, wat leidt tot een nieuwe inflatie-opstoot die weer wordt doorgerekend via de automatische loonindexering. Deze loonprijsspiraal, die België ook tijdens de jaren zeventig heeft gekend, dient zich weer aan. Niet alleen is de olieprijs sterk gestegen, ook de prijzen van andere grondstoffen rijzen de pan uit door de heropleving van de wereldeconomie en de sterke vraag naar grondstoffen uit China en India. "Het kan bijna niet anders of we staan weer voor een periode van stijgende inflatie", voorspelt de Leuvense econoom Joep Konings. "Bij ons worden de effecten van de stijgende inflatie onmiddellijk doorgerekend, in de buurlanden gebeurt dat met vertraging. Uiteraard worden de lonen in Duitsland, Nederland en Frankrijk ook aangepast aan de stijgende levensduurte, maar dat gebeurt daar op een onderhandelde manier. Onderschat de impact daarvan niet." "Landen zonder automatisch indexeringssysteem bieden bedrijven die willen investeren meer zekerheid. Als Duitsland een loonstijging van 2 procent afspreekt, dan blijft het bij die 2 procent. Een bedrijf dat in België voor de komende twee jaar geld opzijzet voor duurzame investeringen kan door een plotse opstoot van inflatie en dus loonkosten verplicht worden om die investering uit te stellen." Dat België de voorbije jaren een structurele loonkostenhandicap heeft opgebouwd tegenover de buurlanden - 4 procent sinds 2006, 10 procent op langere termijn - is volgens Konings in belangrijke mate te wijten aan het automatisch indexeringssysteem. Bij het afsluiten van een interprofessioneel akkoord maken de sociale partnerts altijd een inschatting van de verwachte inflatie, maar achteraf doen zich onverwachte opstoten van inflatie voor. Het gevolg is dat de loonkosten in België sneller stijgen dan in het buitenland. Een verzwakking van de concurrentiekracht die duidelijk blijkt uit de evolutie van het exportmarktaandeel van België in vergelijking met dat van Duitsland, Frankrijk en Nederland. Konings ging voor de voorbije 40 jaar na hoe de export van België naar de rest van de wereld zich verhoudt tot de export van de buurlanden naar de rest van de wereld. België vertoont hier sinds 1996 een voortdurende neerwaartse trend (zie grafiek Belgisch exportmarktaandeel daalt al 15 jaar). "Ik zie een drietal verklaringen voor de dalende Belgische exportindex", zegt Konings. "Om te beginnen is er een aantal Centraal- en Oost-Europese landen dat vanaf 1995 meer handel voert met Duitsland. Ten tweede heeft België voor de komst van de euro de Belgische frank aan de Duitse mark gekoppeld en een restrictief beleid gevoerd om de Maastrichtnormen te halen. Maar een derde en cruciale factor blijven toch de hoge loonkosten. En die staan niet los van de automatische index." Opvallend is dat de Belgische positie net begon te verslechteren toen in 1996 de wet op het concurrentievermogen werd ingevoerd. Die wet moest de loonkosten binnen de perken houden en de werkgelegenheid bevorderen. Doelstellingen die niet werden gehaald. "De indexaanpassingen zijn vooral ten goede gekomen van de insiders, zij die een job hebben. De outsiders, en vooral de jongere werklozen, blijven in de kou staan, want hun kansen op een job verminderen door de stijgende loonkosten. De automatische index is asociaal. Daarom moet je die afschaffen, dan zal je meer jobs creëren." Baudouin Velge, voormalig hoofd van het economisch departement van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en topman van communicatiebureau Interel, sluit zich daarbij aan. "De index bevoordeelt de insiders en veroorzaakt impliciet een herverdeling. Voorstanders van de index hebben het steevast over het behoud van de koopkracht. Maar ook de koopkracht van onze buitenlandse afnemers is van belang. En als onze producten te duur zijn, spelen we die kwijt." Vakbonden wuiven de kritiek op de automatische indexering weg door te verwijzen naar de fraaie Belgische groeicijfers die boven het Europese gemiddelde liggen. "Maar dat komt omdat wij een belangrijke toeleverancier van Duitsland zijn", benadrukt Velge. "Wij leveren intermediaire producten aan de Duitse industrie die hun hoogwaardige afgewerkte producten op hun beurt exporteren naar landen als China." Dat België een specialist is in halffabricaten maakt onze bedrijven de komende maanden extra kwetsbaar voor prijsstijgingen. "Onze producten zijn vooral componenten. Als die duurder worden, zal je dat moeten doorrekenen aan je afnemers en prijs je jezelf veel sneller uit de markt", legt Konings uit. "Je kunt de extra kosten niet afwentelen op de consument. Op zo'n moment komen landen als Hongarije, Slovakije of Tsjechië in het vizier van Duitsland. Zij hebben een goede infrastructuur, human capital is er aanwezig en ze zijn al sterk geënt op de Duitse economie. Met hun lagere loonkosten is de rekening voor de Duitse afnemers snel gemaakt. Duitsland zal de supply chain meer en meer naar die landen heroriënteren. Dat is trouwens al bezig." Konings ziet nog een bijkomend nadeel van de automatische index voor onze bedrijven: het systeem houdt geen rekening tussen de exportperformanties en winstgevendheid van bedrijven en sectoren. Bedrijven die tijdelijk een exportmarkt zien verdwijnen, hebben meer zuurstof nodig en lijden meer onder een onverwachte indexaanpassing. De loonkosten stijgen, maar kunnen niet zomaar worden opgevangen door productiviteitsstijgingen. In Duitsland wordt die heterogeniteit opgelost door opting-out-clausules. Bedrijven kunnen tegen sectorafspraken in beslissen om langer te werken tegen hetzelfde loon. Ondernemingen als Bosch en Viessmann kozen dat scenario. De afschaffing van de index lijkt de enige oplossing om de Belgische competitiviteitspositie te herstellen. Maar dat debat werd de voorbije dagen angstvallig vermeden (zie kader Moeilijke discussie over de index). Er wordt eerder gesproken van een aangepast indexsysteem. Zoals halfweg de jaren negentig de gezondheidsindex werd ingevoerd die geen rekening hield met tabak, alcohol en benzine- en dieselprijzen kan een nieuwe index worden ingevoerd die bijvoorbeeld de zeer volatiele stookolieprijs uit de indexkorf haalt. Kurieren am Symptom zeggen economen. "Door de automatische index heb je nog altijd tweederonde-effecten", voorspelt Konings. Komt de redding misschien van Europa? Het voorstel van de Duitse kanselier Angela Merkel om de automatische indexsystemen af te schaffen, werd vliegensvlug afgeschoten door premier Yves Leterme. "De premier heeft hier een unieke kans gemist om te zwijgen", vindt Velge. "België heeft altijd als eerste gepleit voor meer Europese harmonisering. En nu is dat plots niet meer het geval." Joep Konings, vroeger nog adviseur van commissievoorzitter José Manuel Barroso, is ervan overtuigd dat de indexdiscussie tijdens toekomstige Europese topontmoetingen weer op tafel komt. "Er bestaat een financiële stresstest voor banken. Waarom geen stresstest voor concurrentiekracht van lidstaten", denkt hij hardop. "De automatische indexering kan dan onder druk komen te staan. Net zoals het IMF voorwaarden oplegt aan Griekenland en Ierland kan je landen verplichten om bepaalde maatregelen te nemen. Als ze het niet doen, kan je geld uit de Europese structuurfondsen inhouden. Europa moet hier echt een stok achter de deur houden om de landen ertoe aan te zetten de nationale concurrentiepositie te verbeteren." ALAIN MOUTON EN JOHAN VAN OVERTVELDT, ILLUSTRATIE DEBORA LAUWERSLanden zonder automatisch indexeringssysteem bieden bedrijven die willen investeren meer zekerheid.