Elke maand die de regering-Dehaene II verliest om arbeidsplaatsen te scheppen, is een maand die de geruisloze stuwing naar een konfederaal België verbreedt. België is geblokkeerd. De socio-konservatieven, het afwijzingsfront van SP-PS-ABVV-FGTB en hun geestesgenoten bij CVP-PSC-ACV-CSC , zullen nog zeer veel tijd verliezen voor ze enkele kleine pasjes durven zetten om de loonwig, het verschil tussen bruto- en netto-inkomen, te versmallen, én, saneringen in de sociale zekerheid door te voeren. De ingreepjes zullen weinig bijdragen tot de kreatie van jobs, dé maatschappelijke splijtzwam. De vermaling van het bedrijfsleven zal verdergaan. Geen dag zonder bankroet. Een eventuele koalitiewissel, rood wordt gewipt en rooms trekt op met blauw , haalt met de huidige VLD-leider, en zijn prioritaire aandacht voor de enige politieke ruimte die hij voor zichzelf interessant vindt (de federale staat), niks uit. De impotentie van de federale regering kan enkel maar groeien. De Wetstraat vlucht voor de diskussie over de gevolgen van deze impotentie voor de Belgische federatie.
...

Elke maand die de regering-Dehaene II verliest om arbeidsplaatsen te scheppen, is een maand die de geruisloze stuwing naar een konfederaal België verbreedt. België is geblokkeerd. De socio-konservatieven, het afwijzingsfront van SP-PS-ABVV-FGTB en hun geestesgenoten bij CVP-PSC-ACV-CSC , zullen nog zeer veel tijd verliezen voor ze enkele kleine pasjes durven zetten om de loonwig, het verschil tussen bruto- en netto-inkomen, te versmallen, én, saneringen in de sociale zekerheid door te voeren. De ingreepjes zullen weinig bijdragen tot de kreatie van jobs, dé maatschappelijke splijtzwam. De vermaling van het bedrijfsleven zal verdergaan. Geen dag zonder bankroet. Een eventuele koalitiewissel, rood wordt gewipt en rooms trekt op met blauw , haalt met de huidige VLD-leider, en zijn prioritaire aandacht voor de enige politieke ruimte die hij voor zichzelf interessant vindt (de federale staat), niks uit. De impotentie van de federale regering kan enkel maar groeien. De Wetstraat vlucht voor de diskussie over de gevolgen van deze impotentie voor de Belgische federatie.Nieuwe teksten, wensen en geloofsbetuigingen wijzen op de versteviging van een andere politieke struktuur achter de huidige. De wedijver tussen de federalen en deelstatelijken neemt toe. De minister-presidenten van de deelstaten, Luc Van den Brande en Robert Collignon, denken en werken, de ene openlijker dan de andere, aan een konfederaal België, een België met een sterkere beslissingsautonomie voor Vlaanderen en Wallonië en een minimale restmacht voor de federatie. Luc Van den Brande schrijft beleidsbrieven over de eigen buitenlandse politiek (zie blz. 136, Perspektief) en de wetenschapspolitiek ; hij opent een financiële markt in Antwerpen ; zijn minister, Eric Van Rompuy, hamert op voorstellen om met Vlaams geld de verantwoordelijkheid van het federale België voor het scheppen van meer werkgelegenheid te ondersteunen. De diplomatie, de ontwikkelingshulp, de vennootschapswetgeving, het industriebeleid ; geen week gaat voorbij of het stapeltje middelpuntvliedende teksten en interviews wordt hoger. Bepaalde elementen van het Vlaamse betoog worden beaamd door Robert Collignon.Is de verglijding van federaal naar konfederaal extremistisch of provinciaals ? Hoeft zij het bedrijfsleven in Vlaanderen vrees in te boezemen ? Of geeft ze bijvoorbeeld aan het Vlaams Ekonomisch Verbond een betere politieke ruimte om haar Strategisch Plan Vlaanderen, dat de federale regering volledig koud laat , op te tillen tot officiële werkhypotese voor de welvaart van 6 miljoen Vlamingen ?Het antwoord op deze vragen hoeft men niet te zoeken in teksten van radikale Vlaamse groepen. Deze weten zelf amper dat de diskussie over het konfederalisme gevoed wordt door de nieuwste boeken van Amerikaanse en Japanse managementgoeroes. Kenichi Ohmae, ex-McKinsey, Rosabeth Moss Kanter (Harvard), John Naisbitt (Megatrends, Global Paradox), Michael Porter (The Competitive Advantage of Nations) bezorgen de antwoorden. Telkens gaan ze in konfederale richting. Er ontstaat internationaal een nieuwe leer, een nieuw paradigma. Het heersende paradigma in Europa is dat er slechts één heil bestaat : een supranationale staat met één centrale leiding, één centrale hoofdadministrie, één centraal parlement, één doortastende harmonizering, één munt, één centrale bank, één sociaal handvest, één multikulturele toekomst.Wie het heersende paradigma aanvaardt, ziet voorbij aan een groeiend aantal auteurs die het centralistische, One World-model, One Europe-model als voorbijgestreefd zien. Zij zijn geen marginalen, maar de leiders in hun vakgebied. Wie het heersende paradigma aanvaardt, ziet evenmin dat een zelfstandiger Vlaanderen geen reaktionaire bekommernis is, maar een onderdeel van een nieuw paradigma. Een paradigma dat de 21ste en de daarop volgende eeuwen zal boetseren. Het paradigma van een grote wereldmarkt met 200 tot 500 genetwerkte stadstaten en regional states die niet samenvallen met de huidige grenzen in Europa, Azië, Latijns-Amerika en Noord-Amerika.Dit jaar publiceerde Kenichi Ohmae, ex-direkteur van het managementadviesbedrijf McKinsey in Tokyo, en leider van een politieke hervormingsbeweging, "The end of the Nation State, The Rise of Regional Economies". De vier I's, industry, investment, individuals, information , maken de natiestaat achterhaald. Wat is de ideale business unit van de toekomst ? Voor Kenichi Ohmae : de region state, een welvarende ekonomische zone die konkrete verbeteringen zal meebrengen voor de kwaliteit van het leven van zijn burgers. Tussen San Diego en het noorden van Mexico is de band hechter dan tussen San Diego en Los Angeles, en dan tussen San Diego en Washington. De region states zijn natie-staten die het bekende aanpassingsproces van de managementliteratuur doorlopen : de rightsizing.Geen enkele van de region states die vandaag welvarend is, zegt Kenichi Ohmae, werd dat door zich, ten eerste, af te sluiten van de wereldmarkt of door, ten tweede, te profiteren van de transfers van de welvarende landsdelen naar de armere landsdelen. Nationale (federale) regeringen blijven ongelijkmatige groeipatronen zien als destabilizeringen die moeten weggesubsidieerd worden. Nationale (federale) regeringen denken minder na over hoe ze de welvarende landsdelen kunnen stimuleren, dan wel, over hoe ze het meeste geld uit de welvarende landsdelen kunnen aftappen om een civil minimum voor het hele grondgebied te bereiken. Dit politieke handelen, versterkt de middelpuntvliedende krachten.Rosabeth Moss Kanter is hoogleraar aan Harvard Business School, ex-hoofdredakteur van Harvard Business Review en een vruchtbaar schrijver. Haar jongste boek, "World Class, Thriving Locally in the Global Economy", is net uit en verdedigt dezelfde basisstelling. "World Class" legt uit hoe de globalizering van de ekonomie kan leiden tot ongekende mogelijkheden in deelstaten.John Naisbitts stellingen van 1994 zijn wijder verspreid : de wereldtrends wijzen overweldigend naar politieke onafhankelijkheid en zelfbeschikking langs de ene kant en ekonomische allianties langs de andere kant ; bovendien the bigger the world economy, the more powerful its smallest players.Noch Ohmae, noch Kanter, noch Naisbitt pleiten voor eenheidsmunten, Monetaire Unies, geünifieerde Sociale Handvesten. Integendeel : zij breken lansen voor openheid, mobiliteit, vertrouwen en lokaal burgerschap gekoppeld aan een wereldperspektief.Wat is de korrekte business unit voor de toekomst ? Het antwoord voor de Vlamingen kan zijn : een region state met een maximale ekonomische en politieke beslissingsbevoegdheid in een Belgische (Europese) statenbond. De regering-Dehaene II zal veel daadkracht moeten tonen, om deze evolutie te slim af te zijn.F. Cr.