Het is nauwelijks te bevatten, maar in 2000 kon Ierland een opmerkelijk macro-economisch rapport voorleggen: 10 procent economische groei per jaar, een substantieel overschot op de begroting en een zeer lage schuldgraad. Bovendien was de emigratie, een typische kwaal van Ierland, nagenoeg helemaal verdwenen en was er zelfs een aanzienlijke immigratie, vooral uit Oost-Europa.
...

Het is nauwelijks te bevatten, maar in 2000 kon Ierland een opmerkelijk macro-economisch rapport voorleggen: 10 procent economische groei per jaar, een substantieel overschot op de begroting en een zeer lage schuldgraad. Bovendien was de emigratie, een typische kwaal van Ierland, nagenoeg helemaal verdwenen en was er zelfs een aanzienlijke immigratie, vooral uit Oost-Europa. Nauwelijks tien jaar later was het tij helemaal gekeerd. Het begrotingstekort was helemaal uit de hand gelopen en de schuldgraad was gestegen tot zowat 100 procent van het bbp. Een huizenbubbel en de eurocrisis maakten dat de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds moesten ingrijpen. The Fall of the Celtic Tiger, geschreven door twee Ierse economen, brengt het verhaal van de Ierse crisissen. Het boek laat duidelijk zien hoe de Ierse economie in de greep kwam van een vastgoedcrisis, een bankencrisis en een budgettaire crisis, en hoe deze drie crises samen hebben geleid tot een vierde crisis, de enorme schulden- en muntcrisis van 2010. Niemand had verwacht dat de zo nuchtere Ieren zouden meewerken aan het opblazen van een vastgoedbubbel. Ze deden het wel, profiterend van de excessieve kredietgroei. Het jaar 2008, of 'Black 2008' zoals de Ieren het jaar van het barsten van de huizenzeepbel genoemd hebben, is voor de Ieren een begrip geworden, net zoals 1847 geboekstaafd staat als 'Black 47', het jaar waarin de Grote Ierse Hongersnood piekte. 'Black 2008' veroorzaakte enorme schade aan een groot deel van de economische structuur van Ierland en had grote repercussies voor alle delen van de Ierse samenleving. Het boek analyseert de rol van banken, bouwers, projectontwikkelaars, regelgevende instanties (de EU, de ECB, de Centrale Bank van Ierland en de Financial Regulator), politici, economen, de media, en de Ierse bevolking tijdens de verschillende fasen die leidden tot de crisis bij de Keltische Tijger. Geen enkele partij wordt vergeten en dat is de grote kracht van dit werk. Maar wie is verantwoordelijk voor het debacle? In december 2011 vertelde de premier Enda Kenny aan de Ierse bevolking in een televisietoespraak dat de gewone mensen niet verantwoordelijk waren voor de crisis. Andere politici concludeerden dat in zekere zin "iedereen verantwoordelijk was". Een cruciale vraag, stellen de auteurs, want als "het Ierse volk als geheel niet verantwoordelijk was voor de crisis, waarom zouden ze er dan voor moeten betalen?" Voor Donovan en Murphy ligt de fout bij de lokale financiële regulatoren, banken en beleidsmakers. De bevolking treft veel minder een blaam. Er is respect voor de modale Ieren omdat die na de crisis zonder veel morren de zware besparingen hebben aanvaard. In Dublin geen Griekse toestanden met dagenlange stakingen en een democratie die aan het wankelen gaat. Ook moet vermeld worden dat beleidsmakers uit hun fouten hebben geleerd. Een nieuwe zeepbel door goedkoop krediet zit er niet direct aan te komen. Ze hebben er ook voor gezorgd dat niet getornd werd aan de troeven van de Ierse economie: het aantrekkelijke investeringsklimaat met de lage vennootschapsbelasting. Donald Donovan en Antoin E. Murphy, The Fall of the Celtic Tiger, Ireland and the Euro Debt Crisis, Oxford University Press, 2013, 352 blz. THIERRY DEBELS