De meerwaardebelasting van CD&V is nodig voor "het ethische evenwicht". Dat zei professor emeritus Mark Eyskens tijdens een telefonisch gesprek. Volgens de econoom, die deel uitmaakt van het partijbureau, is een meerwaarde op een aandelenportefeuille het gevolg van "geluk" en als iemand "veel geluk" heeft, moet die meer bijdragen. Het voorstel van CD&V is gigantisch complex, geeft ook Eyskens toe, terwijl de huidige spaar- en beleggingsfiscaliteit al een kluwen is. En dat is dan ook meteen de eerste fout in het systeem zoals we het vandaag kennen.
...

De meerwaardebelasting van CD&V is nodig voor "het ethische evenwicht". Dat zei professor emeritus Mark Eyskens tijdens een telefonisch gesprek. Volgens de econoom, die deel uitmaakt van het partijbureau, is een meerwaarde op een aandelenportefeuille het gevolg van "geluk" en als iemand "veel geluk" heeft, moet die meer bijdragen. Het voorstel van CD&V is gigantisch complex, geeft ook Eyskens toe, terwijl de huidige spaar- en beleggingsfiscaliteit al een kluwen is. En dat is dan ook meteen de eerste fout in het systeem zoals we het vandaag kennen. Wanneer u een beleggingsfonds koopt, dan worden uw opbrengsten afhankelijk van het type fonds anders belast. Vaak sluiten fondsenhuizen rulings af met de fiscus, omdat het te ingewikkeld is alles volgens de letter van de wet toe te passen. Koopt u bijvoorbeeld een gemeenschappelijk beleggingsfonds, dan worden uw opbrengsten belast alsof u de onderliggende aandelen of obligaties rechtstreeks bezit. Dat is niet zo bij beveks, of sicavs. Daar is dan weer een onderscheid tussen kapitalisatiefondsen (die de dividenden herinvesteren) en distributiefondsen (die dividenden uitkeren). Koopt u een kapitalisatiefonds, dan betaalt u bij de verkoop van uw deelbewijzen een beurstaks van 1,32 procent, met een plafond van 2000 euro. Dat verdubbelt in 2017 tot 4000 euro. Kiest u voor de distributieversie van een fonds, dan betaalt u 27 procent roerende voorheffing (30 procent vanaf 2017) op elk dividend, en geen beurstaks bij een verkoop. We kunnen zo nog wel even doorgaan. Als de superrijken al ontsnappen aan belastingen, dan is het omdat zij dure fiscaal advocaten kunnen betalen, die de achterpoortjes in de wetgeving vinden. We zijn er trouwens niet van overtuigd dat de grote vermogens die verhoging van de roerende voorheffing niet voelen. In de marge van een interview met Trends liet Solvac-voorzitter Jean-Pierre Delwart zich ontvallen dat hij hoopte dat de regering de roerende voorheffing niet weer zou optrekken. Van de families achter Solvay wordt weleens gekscherend gezegd dat ze hun kastelen verwarmen met de dividenden van de chemiegroep. "Alles begint bij artikel 6 van het wetboek van de Inkomstenbelasting", vindt fiscaal advocaat Anton Van Zantbeek. "In dat artikel worden de vier korfjes van belastbare inkomsten gedefinieerd: inkomen uit onroerende goederen, inkomen uit roerende goederen en kapitalen, beroepsinkomen en diverse inkomsten. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat de som van alle netto-inkomsten progressief zou worden belast. Netto, dat wil zeggen het inkomen verminderd met aftrekbare kosten." Maar een belegger wordt meestal belast op zijn bruto-inkomsten. Er wordt geen rekening gehouden met kosten en verliezen. "Stel dat u een Griekse obligatie had gekocht, met een coupon van 7 procent", steekt Van Zantbeek van wal. "Dan betaalde u roerende voorheffing op elke coupon die u opstreek, maar uiteindelijk was uw verlies groter dan de intresten die u genoot. Want u kreeg uiteindelijk slechts 20 procent - of iets in die trant - van uw oorspronkelijke inleg in de obligatie terug. Dat verlies is niet aftrekbaar. De overheid steelt de kersen van uw taart, zonder na te gaan of de taart wel lekker is." De taks op beursverrichtingen (TOB) op aan- en verkopen van aandelen, obligaties en fondsen is nog zo'n voorbeeld. De beurstaks wordt berekend op de waarde van de activa die u koopt of verkoopt, zonder dat de transactiekosten er eerst worden afgetrokken. "Als ondernemer en als werknemer kunt u verschillende kosten aftrekken om uw belastbaar inkomen te verlagen en zo minder belastingen te betalen", legt Van Zantbeek uit. "Voorts zijn er mechanismen die de progressiviteit doorbreken, zoals de inkomsten van de meewerkende partner bij een zelfstandige, of het huwelijksquotiënt. Tot slot is er een belastingvrije som. Daardoor ligt de werkelijke belastingdruk lager dan wat de tarieven doen vermoeden. Bij beleggers is het omgekeerde waar. De reële belastingdruk is veel hoger dan wat het tarief doet vermoeden. Nochtans hebt u op de centjes die u verdiende, voor u ze ergens in investeerde, al tot 50 procent belastingen betaald." In 1962 werd een roerende voorheffing van 15 procent ingevoerd. Oorspronkelijk stuurden de banken een fiche met de roerende inkomsten van hun klanten naar de fiscus. Om anoniem te blijven, konden klanten wel 15 procent extra betalen op wat overbleef na belasting - ofwel 27,75 procent in totaal. De daaropvolgende jaren werd de belasting verschillende keren verhoogd, tot 25 procent in 1984. De roerende voorheffing werd op dat moment ook bevrijdend, wat betekent dat u een bronheffing betaalt en verder met rust wordt gelaten. In 1990 besliste de regering voor het eerst de roerende voorheffing - enkel op obligaties - te verlagen naar 10 procent, nadat de opbrengst van vastrentende beleggingen was gedaald door kapitaalvlucht. "Met papieren effecten aan toonder had de overheid geen zicht op de beleggingen van de Belgen. Nu is de context helemaal anders. De overheid weet waar in het buitenland de Belgen geld hebben en hoeveel", legt Van Zantbeek uit. Volgens Van Zantbeek is er een historische reden om de aangifteplicht voor roerende inkomsten los te laten, maar is die reden verdwenen door de automatische uitwisseling van gegevens door buitenlandse banken. Door de bevrijdende roerende voorheffing weet de fiscus niet hoeveel vermogen u op Belgische rekeningen hebt. Een van de uitwassen is de fraude met meerdere spaarboekjes. De intresten zijn voor 1880 euro vrijgesteld van belastingen, maar door verschillende spaarboekjes aan te houden bij meerdere banken kunt u dat plafond gemakkelijk belastingvrij overschrijden. Dat is fiscale fraude, maar geen haan die daarnaar kraait. Dat probleem is kleiner door de ultralage rente, maar het zal weer opduiken zodra de rente stijgt. "Het hele wetboek van de inkomstenbelastingen is geschreven vanuit de veronderstelling dat meerwaarde belastingvrij is. De fiscus zou enkel appels plukken van een boom (de intresten en dividenden), maar er geen takken van afzagen. Er is nu een soort voortschrijdend inzicht dat die meerwaarde wel belast moet worden, op dezelfde manier als inkomsten. Maar dan moet je dus de fundamenten helemaal opnieuw opbouwen. Dat kun je niet oplossen met wat oplapwerk hier en daar." Er zijn ondertussen verschillende vormen van meerwaarde die als een divers of roerend inkomen worden belast: de meerwaarde op kapitaliserende obligatiefondsen of gemengde fondsen, die gevormd is door coupons en door koersstijgingen van de onderliggende obligaties. Die belasting is door voormalig minister van Financiën Didier Reynders ingevoerd. De bovenvermelde meerwaarde moet worden berekend door binnen- en buitenlandse vermogensbeheerders. De buitenlandse vermogensbeheerders zijn niet altijd even goed op de hoogte van de regels. Als zij u die meerwaarde (TIS) niet kunnen geven, dan betaalt u belasting op de volledige meerwaarde van uw fonds. En dan nog iets: enkel de Belgische banken of Belgische bijkantoren van buitenlandse banken houden de taks op beursverrichtingen (TOB) in. Door de opeenvolgende stijgingen van de beurstaksen vluchten almaar meer beleggers met hun beleggingen en hun effectenrekening naar het buitenland. De fiscus kan die beurstaksen niet vorderen van het individu. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) wil die beurstaksen op buitenlandse effectenrekeningen nu toch innen. Er staat 76 miljoen euro in de begroting ingeschreven voor die beurstaksen in het buitenland én de verdubbeling van de plafonds voor de beurstaks. De intresten op spaarboekjes zijn tot 1880 euro vrijgesteld van roerende voorheffing. Op de intresten boven dat plafond betalen de spaarders 15 procent roerende voorheffing. Verschillende ministers van Financiën hebben in de afgelopen decennia geprobeerd die vrijstelling af te schaffen of uit te breiden naar andere spaar- en beleggingsproducten. Dat er 260 miljard euro op spaarboekjes staat, is minstens voor een deel te wijten aan dat fiscale voordeel. Het voordeel is de voorbije jaren wel afgekalfd door de historisch lage rente. Uitgaande van een rendement van 0,11 procent, moet u al ruim 1,7 miljoen euro op spaarboekjes hebben om aan het intrestenplafond te geraken. Levensverzekeringen zijn onder bepaalde voorwaarden nog altijd vrijgesteld van roerende voorheffing. Bij tak23-levensverzekeringen is dat altijd zo. Bij tak21-levensverzekeringen geldt de vrijstelling enkel voor contracten die acht jaar en één dag lopen. In ruil betalen beleggers een premietaks van 2 procent op elke storting. Hoe langer de looptijd van de verzekeringscontracten, hoe meer u geniet van die vrijstelling van roerende voorheffing en hoe minder de hoge instapkosten en premietaksen nog iets schelen op uw rendement. Levensverzekeringen wonnen dit jaar opnieuw aan populariteit. De opeenvolgende verhogingen van de roerende voorheffing op andere spaar- en beleggingsproducten zitten daar wellicht voor iets tussen. De voorbije jaren stortten meer en meer beleggers zich op vastgoed. Vastgoed zit in de categorie onroerende inkomsten. Bij de aankoop van vastgoed betaalt u wel veel belastingen, maar daarna zijn de belastingen relatief beperkt (onroerende voorheffing en kadastraal inkomen). De reële huurinkomsten zijn namelijk niet belast als u verhuurt aan een particulier. De Belg betaalt niet graag belastingen. Omdat sommige inkomsten uit beleggingen minder zwaar belast worden, trekken ze meer geld aan en dat leidt tot scheeftrekkingen. ILSE DE WITTEAls de superrijken al ontsnappen aan belastingen, dan is het omdat zij dure fiscaal advocaten kunnen betalen. "Verlies is niet aftrekbaar. De overheid steelt de kersen van uw taart, zonder na te gaan of de taart wel lekker is" "Met papieren effecten aan toonder had de overheid geen zicht op de beleggingen van de Belgen. Nu is de context helemaal anders" Er is nu een soort voort-schrijdend inzicht dat die meerwaarde wel belast moet worden, op dezelfde manier als inkomsten. De buitenlandse vermogensbeheerders zijn niet altijd even goed op de hoogte van de Belgische regels. Levensverzekeringen zijn onder bepaalde voorwaarden nog altijd vrijgesteld van roerende voorheffing.