Historici versnijden de geschiedenis graag in min of meer coherente tijdvakken. Zo bedacht de Franse econoom Jean Fourastié in 1979 Les Trente Glorieuses. Hij beschreef zo de periode van 1945 tot 1973, net geen dertig jaar. Het waren tijden van heropbouw na de wereldoorlog, met gemiddeld 5 procent groei per jaar. Voor beleggers was het in die gouden jaren wel krabbelen.
...

Historici versnijden de geschiedenis graag in min of meer coherente tijdvakken. Zo bedacht de Franse econoom Jean Fourastié in 1979 Les Trente Glorieuses. Hij beschreef zo de periode van 1945 tot 1973, net geen dertig jaar. Het waren tijden van heropbouw na de wereldoorlog, met gemiddeld 5 procent groei per jaar. Voor beleggers was het in die gouden jaren wel krabbelen. Eigenlijk liep het in 1971 al mis. De Amerikaanse president Richard Nixon maakte toen een kruis over de monetaire Bretton-Woods-afspraken van 1944. Hij schafte de koppeling van de dollar aan het goud af en zette een monetair experiment op, dat ons nu nog bezighoudt. Voortaan zouden we betalen en sparen met managed money, zoals Keynes al eerder propageerde. Goud werd 'een barbaars relict'. De Nixon Shock liep snel mis. De prijzen sloegen op hol, mede omdat de olieproducenten vanaf 1973 veel meer ongedekte dollars gingen eisen voor hun onmisbare grondstof. Fed-voorzitter Paul Volcker kampte tien jaar later, in 1981, met een inflatie van 13,5 procent. Dan wordt geld in goed vijf jaar waardeloos. Volcker gaf de op hol geslagen prijsstijgingen een nekslag. Hij trok de centrale rente op van 11 naar 20 procent, waarna de inflatie in twee jaar daalde naar 3,2 procent. Volcker deed dat ten koste van de zwaarste economische crisis in bijna vijftig jaar (1981-1983), maar hij legde wel de basis voor ruim twintig jaar economische groei (1985-2007). De rente ging vanaf 1983 gestaag naar beneden, van 14 naar 3 procent, met alle positieve gevolgen van dien. En ook na 2007 bleef de rente laag. Ze flirt nu met het nulpunt, ook omdat de centrale banken nog eens massaal staatsobligaties gingen aankopen. De rente daalt nu al dertig jaar. Dat was een groter feest dan we beseffen. Al die tijd steeg de waarde van de bestaande obligatievoorraad met uiteraard hogere rentetarieven. De dalende en lage rente joeg ook het vuur in de vastgoedmarkt. In Vlaanderen gingen de prijzen van bouwgronden maal 9,4 (index Stadim), voor appartementen maal 5,5 en dat bij consumptieprijzen die net niet verdubbelden. En andermaal zonder rekening te houden met de belastingen, leverde de S&P 500-aandelenindex, inclusief dividenden, een jaarlijkse opbrengst van 11,12 procent voor inflatie en 8,2 procent na inflatie. Het krediet werd almaar goedkoper en daarmee konden allerlei activa worden angekocht, die in de vorm van intresten, dividenden of meerwaarden vaak meer opbrachten dan het krediet kostte. Het goedkoper wordende geld stuwde zo de activaprijzen en koersen hoger. De schulden groeiden dan ook tweemaal sterker dan de economie. Geen wonder dat dan in 2013 een Thomas Piketty opstaat, om vast te stellen dat de inkomens uit vermogen sinds de jaren tachtig sneller stijgen dan de inkomens uit arbeid. Maar hoelang gaat de evolutie die Piketty blootlegde, nog mee? Kan de rente nog lager en kunnen de obligatiekoersen dus nog stijgen? Die markt wordt stilaan een mijnenveld. Wie een Duitse 30-jarige obligatie met 0,6 procent rente kocht, kijkt bij 1 procent rentestijging aan tegen een verlies van 22 procent. Niet alleen voor obligaties is het feestje wellicht gedaan. Ook de vastgoedprijzen bevinden zich op zeldzame hoogten. En op de aandelenmarkten worden kaarsjes gebrand opdat de secular stagnation, het Japanse scenario, de rest van de ontwikkelde economieën niet aantast. De aandelenbeurzen lopen moedig vooruit op groei en groeiende winsten. Hoop doet leven. Kortom, de periode van 1985 tot 2015 was, zeker voor spaarders, woningbouwers en beleggers, Les Trente Glorieuses bis. Maar wat nu? In een interview zei Nobelprijswinnaar Robert Shiller onlangs dat de angst van de mensen voor hun toekomst onze tijden beheerst. Het rente-instrument is opgebruikt, de centrale banken kunnen alleen nog honderden miljarden schulden en zelfs aandelen op hun balans laden, zoals Japan nu doet. Maar dan breekt toch een nieuw tijdperk aan, met misschien een nieuwe rol voor het geld. Wie wordt de nieuwe Volcker? Hopelijk worden het snel weer glorierijke jaren, maar twee Trente Glorieuses in één leven, dat hebben de babyboomers wel degelijk achter de rug. De gelukzakken. De auteur is publicist en voorzitter van VFB.PAUL HUYBRECHTSDe rente daalt nu al dertig jaar. Dat was een groter feest dan we beseffen.