Zagreb, Nova Gradeska, Slovonski Brod (Kroatië).
...

Zagreb, Nova Gradeska, Slovonski Brod (Kroatië).In het door de oorlog zwaar geteisterde Slavonië legt Pierre Schneck deze maand in het stadje Nova Gradeska, op 140 km van Zagreb, de eerste steen van de nieuwe mouterij Slavonija slad d.o.o. van Boortmalt nv (2,6 miljard frank geconsolideerde omzet in 1998). In Slavonski Brod, 50 km verder tegen de grens met Bosnië, bouwt Buggenhout-Vanderstraeten nv, producent van gefineerde meubelpanelen, al zijn tweede fabriek. Belgische investeringen van familiale kmo's: 650 miljoen frank van Boortmalt uit Boortmeerbeek en 34 miljoen frank door Walter Buggenhout uit Merchtem. "Een derde fabriek is voor begin 2000 gepland en er komen er nog bij," zegt zoon Kurt Buggenhout. Interbrew was de eerste buitenlandse investeerder in Kroatië. De biergroep uit Leuven verwierf in 1994 een kwart van de aandelen in Zagrebacka Pivora, waarvan het nu 71% bezit. Interbrew investeerde de voorbije vier jaar één miljard frank voor capaciteitsuitbreiding (van 870.000 naar 1.300.000 hectoliter) en in kwaliteitsverbetering. "De komende drie jaar doen we er nog eens hetzelfde bedrag bovenop," zegt directeur verkoop en marketing Jean Stevenart. Ook Marc Danneels van Bonduel Industries uit Komen heeft investeringsplannen. Sinds februari 1997 huurt hij ruimte in het vroegere staatscombinaat Mega, ooit de grootste kleding- en textielleverancier van het Warschaupact. De productieresultaten noemt Danneels "erg bevredigend", in die mate zelfs dat deze fabriek een steunbeer is geworden van Bonduel Industries, de tweede grootste fabrikant van ritssluitingen in Europa. "Maar de oude gebouwen bemoeilijken een rationele organisatie van de productie." Twee factoren doen plant manager Danneels nog wat aarzelen: "De grondprijs in en rond Zagreb is erg hoog - tot meer dan 100 Duitse mark per vierkante meter - en een bouwvergunning bekomen, is een lijdensweg." Kurt Buggenhout beaamt dit. Buggenhout heeft behalve zijn houtverwerkingsfabriek ook een doe-het-zelf-zaak in Slavonski Brod en zou nog een tweede winkel willen openen in Zagreb. En Schneck van Boortmalt kan uren praten over zijn kafkaiaans avontuur: het kostte hem meer dan een jaar om een bouwvergunning voor de mouterij van Boortmalt te verkrijgen. Verwaarloosde bedrijven"Homerische onderhandelingen," noemt Schneck de discussies met de lokale overheden. "Ik heb 22 fabrieken gebouwd en gerund tot in uithoeken van China, Oezbekistan, Nigeria of Ghana. Maar wat ik hier heb meegemaakt, tart elke verbeelding."Toen Boortmalt twee jaar geleden, na anderhalf jaar onderhandelen met het Privatiseringsfonds, 91% van de mouterij Slavonjia slad verwierf, zag het daarin een mogelijkheid om in een relatief belangrijke biermarkt (vier miljoen hectoliter) en in een gebied dat traditioneel hoogwaardige brouwgerst levert, een sterke positie in te nemen, "voordat anderen op het idee zouden komen". De oude mouterij heeft een capaciteit van 19.000 ton. Boortmalt bouwt er nu een fabriek naast van 50.000 ton, genoeg om de totale behoefte van Kroatië te dekken. "We kijken uiteraard ook naar Bosnië, klein-Joegoslavië en Albanië." In de oude mouterij stond het vuil één meter hoog. "Pas na de schoonmaakbeurt merkte ik dat de wanden waren bezet met keramiektegels."Danneels had een soortgelijke ervaring: geprivatiseerde staatsbedrijven verkeren in een "onwaarschijnlijke staat van verwaarlozing". Met de huidige netheid is de motivatie van zijn 70 werknemers (een derde van voor de overname in februari 1997) weergekeerd. "We betalen boven het gemiddelde en ze weten dat hun loon er ligt op het einde van de maand. Dat stimuleert. De sfeer is positief."Schneck is minder enthousiast over zijn 40 man personeel, omdat ze, zoals hij het uitdrukt, "enkel gedreven zijn door geldgewin". Hij beseft dat zijn pessimisme gekleurd is door zijn afzondering in het meest rurale gebied van Kroatië. Hij heeft het over brieven in het Servo-Kroatisch die hem aanmanen "tot het meest waanzinnige: de verplichting een atoomschuilkelder voor het personeel te bouwen en boetes voor fantaisistische onderzoeken en analyses".Stevenart (Interbrew), Danneels (Bonduel) en Buggenhout ondervinden minder moeilijkheden, omdat zij werken in een stedelijke omgeving en worden bijgestaan door Kroatisch kaderpersoneel. Bij Interbrew onderhandelt de Kroatische partner met overheden en vakbonden. Danneels heeft aan Franjo Ban, assistant plant manager, veel steun en Walter Buggenhout heeft een blind vertrouwen in zijn partner Mato Vlodic. Buggenhout-Vanderstraeten (250 miljoen omzet met 30 werknemers) importeerde al 25 jaar eik uit Kroatië. Toen Walter Buggenhout in 1991 autopech had, werd hij door de familie Vlodic zo gastvrij ontvangen dat er een vriendschapsband ontstond. Eén maand vóór de oorlog in Kroatië uitbrak, stapte Buggenhout met 85% en Vlodic met 15% in Mijo Veneers, nu goed voor 150 miljoen frank omzet met 120 werknemers. Het maandloon bedraagt er 20.000 frank bruto (12.000 frank netto). De helft van de productie van Mijo Veneers is bestemd voor Ikea. De nieuwe bedrijfshal zal, met 60 werknemers, alleen produceren voor de Zweedse meubelfabrikant. Op basis van contracten van vijf jaar staan nog twee bijkomende fabrieken op stapel. De gegarandeerde afname door Ikea behoedt Buggenhout voor financiële beslommeringen. Ruilhandel isis een courante praktijk, wegens een chronisch geldtekort in de Kroatische economie. Credit crunch, slechte leningen, een failliet banksysteem, kortom alle kwalen van overgangseconomieën uit Rusland en Zuidoost-Azië. "Na de onafhankelijkheid van Kroatië wilde president Franjo Tudjman - overigens naar het voorbeeld van de 200 families in België of in Frankrijk - 200 Kroatische families van de grond helpen, om een liberale economie op gang te trekken. Het zijn er zes geworden," zucht Schneck. Net als in ontwikkelingslanden zag hij ook hier goede intenties ontsporen in corruptie en cronyism, het vriendjeskapitalisme van een elite die de geprivatiseerde overheidsbedrijven leegplundert. In de voorbije twee jaar devalueerde de Kroatische kuna met 18% (de inflatie ligt nu lager dan 6%). Zoran Davidovski, directeur van PipeLife, de plaatselijke 50/50-joint venture van het Belgische chemieconcern Solvay met het Oostenrijkse Wienerberger, besteedt een deel van zijn tijd aan de papiercarrousel: geen goederenruil, "maar het doorschuiven van schuldcertificaten tussen klanten van klanten en leveranciers van leveranciers". Zo geeft Davidovski schuldpapier door aan de elektriciteitsmaatschappij of betaalt hij op die manier het onderhoud van zijn wagenpark. Sedert juni 1998 produceert Pipelife met 20 mensen in Karlovac pvc- en polyethyleenbuizen voor water- en gasleidingen, voor de kleinhandel en de projectbusiness. Aflossing van de wachtDanneels ondervindt weinig hinder van die ruilhandel, omdat 30% van zijn productie naar Mega gaat, ter betaling van de huur, elektriciteit en andere basisbehoeften die het staatsbedrijf levert. De rest wordt uitgevoerd naar Bonduel-bedrijven in België, Frankrijk en Spanje en naar fabrieken van Prym in Duitsland, de grootste fabrikant van drukknopen voor jassen en jeans in Europa. Bonduel Industries fuseerde onlangs op een 50/50-basis met het Duitse Prym Fashion GmbH tot de nieuwe Bonduel Prym-groep (1,8 miljard frank omzet en 500 werknemers) onder de commerciële merknaam Eclair Prym. "We produceren hier voor topmerken die nooit in het Verre Oosten zullen aankopen." Autofabrikant Peugeot, reiskofferproducent Samsonite en het textielmerk Decathlon zijn afnemers van Eclair Prym-ritsen. Danneels: "We maken hier, 24 uur op 24, één miljoen ritsen per dag, met een tolerantie van éénhonderste van een millimeter. De prestaties zijn onwaarschijnlijk perfect. Er heerst hier wel nog een ouderwets paternalisme: de baas is de baas. Maar wie zijn werknemers correct behandelt, kan er 100% op vertrouwen. Toen we hier binnenkwamen, leekt dit bedrijf een varkensstal. Maar binnen de maand produceerden we het dubbele, met één derde van het vroegere personeel. Technici van het vroegere Mega hebben hier apparatuur ontwikkeld waarmee we de productie hebben vertienvoudigd." Bonduel Prym maakt nu in Zagreb 200 miljoen ritsen per jaar en wil die capaciteit binnen de twee jaar verdubbelen. Stevenart (Interbrew) herkent in de behoefte aan overleg met het personeel overblijfselen van het ooit geroemde Joegoslavische arbeiderszelfbestuur onder Tito: "Ze willen weten waarom werkmethoden moeten worden gewijzigd." De Belgische groep voert in de brouwerij van Zagreb wijzigingen door die in Interbrew-vestigingen in Rusland, Oekraïne, Roemenië, Hongarije en Bulgarije hun nut hebben bewezen. Ook in het naburige Montenegro (klein-Joegoslavië) produceert Interbrew 500.000 hectoliter. "We presteren beter dan de gemiddelde groei in de biermarkt: ons marktaandeel klom van 28% in 1994 tot 38% dit jaar." Stevenart zit nu uitputtend te onderhandelen over een BTW-heffing op plasticbakken met het eigen merk: een nieuwigheid van Interbrew op de Kroatische biermarkt, wat tegenwerking (van concurrenten) opwekt. Schneck (Boortmalt) ergert zich aan dit soort onzekerheden: "De wetten op zich zijn goed, maar er zijn geen uitvoeringsbesluiten. Ook de nutsbedrijven interpreteren de reglementeringen willekeurig. Vraag je daar uitleg over, dan krijg je te horen dat dit staatsgeheim is. Uiteindelijk heeft de Belgische ambassade druk uitgeoefend en hebben we ons investeringsdossier bij topministers kunnen bepleiten." Op ministerieel niveau werd Schneck geconfronteerd met jonge veertigers, die hij bestempelt als "bijzonder onderlegd en bekwaam. Mensen die het beste voorhebben met dit land en weten waar het schoentje wringt".Hij vertolkt daarmee het algmeen gevoel onder de buitenlandse investeerders: er zijn beleidsmensen die er alles aan doen om een gunstig investeringsklimaat tot stand te brengen, maar er zal nog heel wat water door de Zava vloeien eer het voormalige staatssysteem echt is vernieuwd. Vaak wordt verwezen naar het talent van technici en ingenieurs in de staatsbedrijven, maar ook naar de enorme braindrain die Kroatië de jongste jaren heeft gekend. Velen hopen op een kentering na de parlementsverkiezingen later dit jaar, na de zomer. Op een aflossing van de wacht. Intussen is het lente en kleurt Stella Artois de terrasjes van de hoofdstad. Stella en Ozusjko, Interbrews plaatselijke lagerbier, vloeien rijkelijk. Interbrew is de hoofdsponsor van een groots concert van Pavarotti in Zagreb, op 2 juni. De Belgische brouwer deed enkele maanden geleden hetzelfde voor The Rolling Stones en verwierf zo in Kroatië een reputatie van evenementenbouwer, die gezelligheid brengt in de na-oorlogse grauwheid. ERIK BRUYLAND