UCB was enkele jaren geleden nog een van de meest aanbeden aandelen op de Brusselse beurs. Het vraagt zich nu ongetwijfeld af waaraan het zoveel ramp- en tegenspoed heeft verdiend. Het jaar is nog maar enkele maanden oud en het aandeel heeft al enkele keren een pak rammel gekregen. Alleen al deze maand was er ongerustheid over een hoestremmer na het overlijden van vijf kinderen, een terugroepactie voor het parkinsonmiddel Neupro en de bevestiging van een negatief advies voor Cimzia tegen de ziekte van Crohn. De parachute van UCB vertoont diepe scheuren, en de gezondheidsautoriteit...

UCB was enkele jaren geleden nog een van de meest aanbeden aandelen op de Brusselse beurs. Het vraagt zich nu ongetwijfeld af waaraan het zoveel ramp- en tegenspoed heeft verdiend. Het jaar is nog maar enkele maanden oud en het aandeel heeft al enkele keren een pak rammel gekregen. Alleen al deze maand was er ongerustheid over een hoestremmer na het overlijden van vijf kinderen, een terugroepactie voor het parkinsonmiddel Neupro en de bevestiging van een negatief advies voor Cimzia tegen de ziekte van Crohn. De parachute van UCB vertoont diepe scheuren, en de gezondheidsautoriteiten moeten zich nog over een handvol andere behandelingen buigen. Hopelijk stort het aandeel met parachute en al niet te pletter. UCB denkt ongetwijfeld met enige weemoed terug aan vroegere tijden toen het ook nog actief was in die goeie ouwe saaie chemie. En dat terwijl intussen, aan de andere kant van Brussel, er nóg een bedrijf is dat ook al twee keer het deksel op de neus heeft gekregen van de farmagoedkeuringsautoriteiten, en nog wel voor twee potentiële verkoopkanonnen. Dat bedrijf heet Solvay, dat ondanks die tegenvallers toch maar mooi meesurft op de golf van de Bel20-index. Het verschil? Solvay heeft nog zijn chemieactiviteiten en kan als een hermafrodiet zelf voor zijn overleven zorgen. De inkomsten uit chemie temperen namelijk het negatieve sentiment rond alles wat van ver of dichtbij naar farma ruikt. UCB daarentegen, krijgt net als heel wat buitenlandse farmabedrijven, steeds meer het imago van een one trick pony. Bedrijven als UCB hebben natuurlijk voor farma gekozen omwille van het snellere geldgewin. Medicijnen bieden hogere marges. Farma was dan ook de sector van de toekomst, heette het. Daar zouden de veroudering van de bevolking en de nood aan steeds meer medicijnen voor zorgen. Maar UCB en heel wat sectorgenoten zijn veel te naïef geweest. De lat voor nieuwe medicijnen wordt terecht almaar hoger gelegd, waardoor het aantal mislukkingen en afwijzingen snel crescendo gaat. Wat dat betreft, moet UCB ook niet rekenen op beterschap. Solvay heeft minder opzichtig maar even vastberaden gewerkt en mag zich nog altijd een goedehuisvaderaandeel noemen. Daarmee bewijst het Brusselse bedrijf dat zijn model, neergesabeld door zoveel analisten, wél werkt. Vreemd én jammer dat in de industriële sector dat voorbeeld niet vaker werd aangeprezen. Want ook Umicore bijvoorbeeld heeft de stap gedaan naar opdeling, met een aparte beursgang voor Cumerio en Nyrstar tot gevolg. De euforie was van korte duur: Cumerio is intussen al opgeslokt door een grotere vis, en Nyrstar wordt onvermijdelijk de speelbal van de grondstoffencycli. Jammer ook dat een bedrijf als Agfa-Gevaert, dat net als Solvay op verschillende poten hinkt, steeds opnieuw toont hoe het niet moet en als een gammele oldtimer uit elkaar dreigt te vallen. Want om te slagen in zo'n model is natuurlijk wel goed management vereist. (T)Door Bert Lauwers