Nu de aandelenmarkten nieuwe hoogtes bereiken, keren de gewone beleggers terug naar de beurs. Topbeleggers die al decennialang succesvol zijn op de aandelenmarkten, kunnen hen helpen een efficiënte strategie uit te stippelen. Opvallend is dat de beste beleggers een langetermijnhorizon hebben en aandelen in de eerste plaats aanzien voor wat ze eigenlijk zijn: een stukje van een onderneming. Hun beslissingen zijn niet gebaseerd op beursvoorspellingen of macro-economische modellen, maar enkel en alleen op de sterke en zwakke punten van een onderneming.
...

Nu de aandelenmarkten nieuwe hoogtes bereiken, keren de gewone beleggers terug naar de beurs. Topbeleggers die al decennialang succesvol zijn op de aandelenmarkten, kunnen hen helpen een efficiënte strategie uit te stippelen. Opvallend is dat de beste beleggers een langetermijnhorizon hebben en aandelen in de eerste plaats aanzien voor wat ze eigenlijk zijn: een stukje van een onderneming. Hun beslissingen zijn niet gebaseerd op beursvoorspellingen of macro-economische modellen, maar enkel en alleen op de sterke en zwakke punten van een onderneming. Warren Buffett blijft voor velen het prototype van de succesvolle belegger. Had u in 1965 aan Buffett 1000 dollar gegeven, dan zou u vandaag maar liefst 8 miljoen dollar hebben verdiend. Dat komt neer op een gemiddeld jaarlijks rendement van 20,7 procent. In 1965 was Berkshire Hathaway, het bedrijf van Buffett, nog een kleine textielonderneming. Via overnames en beleggingen in Amerikaanse iconen zoals Coca-Cola, American Express, Gillette, Procter & Gamble en Wells Fargo, groeide het uit tot een internationaal beleggingsvehikel met een beurswaarde van 250 miljard dollar. Onlangs nam Buffett samen met 3G Capital een ander Amerikaans icoon, Heinz, voor 28,8 miljard dollar over. Buffett is een doorgewinterde belegger en een leerling van Benjamin Graham (zie kader Mr Market en de veiligheidsmarge). Hij koopt wanneer iedereen bang is om aandelen te kopen en blijft weg van de beurs als de euforie op haar hoogtepunt is. Hij slaagt er altijd in een goede prijs te bedingen voor zijn overnames. De overname van Heinz lijkt duur, maar doordat Buffett voor 8 miljard dollar preferente aandelen in zijn bezit heeft, kan hij elk jaar rekenen op een dividend van minstens 720 miljoen dollar. Voordat Warren Buffett een aandeel of een onderneming koopt, moet het passeren langs vier filters. Op die manier kan hij gedisciplineerd beleggen: raakt een bedrijf niet voorbij een van die filters, dan wordt het onverbiddelijk van de kooplijst geschrapt. Filter 1. Begrijp wat de onderneming doetEen belegger moet niet alleen weten wat een onderneming doet, hij moet ook begrijpen wat die activiteiten precies inhouden. Hoe wordt de winst gegenereerd? Welke risico's bedreigen die winst? Hoe reëel zijn die? Hoe zal de sector waarin de onderneming actief is er binnen vijf of tien jaar uitzien? Als Buffett niet kan antwoorden op een van die vragen, stopt het daar al. Filter 2. Heeft de onderneming een duurzaam competitief voordeel?Een onderneming moet iets hebben wat de concurrentie niet heeft. Dat competitieve voordeel kan komen van een sterke merknaam, een unieke locatie, technologie, unieke activa, lage kosten, enzovoort. Buffett hamert er bij al zijn managers op dat ze dat voordeel elke dag groter moeten maken. Filter 3. Een competent en eerlijk managementBuffett heeft het voordeel dat de deur van de managers altijd voor hem openstaat. Gewone beleggers kunnen peilen naar de competentie en de eerlijkheid van de bedrijfsleiding via de jaarverslagen. Is het management er in de voorbije crisisjaren in geslaagd zijn marktaandeel te vergroten en de winstmarge op peil te houden, dan is er competentie aanwezig. Wordt er transparant gecommuniceerd over moeilijkheden, dan weet u dat het management eerlijk is tegenover zijn aandeelhouders. Filter 4. Beding een goede prijsGeen enkel aandeel is een oneindige prijs waard, hoe goed de onderneming ook is. Maar Buffett heeft zijn mening op dat punt moeten bijstellen. "De beste deals zijn die waar de cijfers je net niet vertellen dat je het niet moet doen", zei hij ooit in een speech. In de huidige omstandigheden, waarin de monetaire doping de markten almaar hoger jaagt, heeft Warren Buffett zijn methode moeten aanpassen. Zo eist hij steeds vaker vaste rendementen via preferente aandelen. Een pure gok op groei, zoals hij deed met Coca-Cola in de jaren tachtig, zit er vandaag niet meer in. Ook Peter Lynch is een legende onder beleggers. Van 1977 tot 1990 beheerde hij het Magellan Fund en realiseerde hij een gemiddeld jaarlijks rendement van 29 procent, voordat hij op pensioen ging op zijn 46ste. Toen hij het fonds overnam, beheerde het amper 18 miljoen dollar, bij zijn vertrek in 1990 was dat 14 miljard dollar. Net als Buffett ging Lynch op zoek naar kwaliteitsbedrijven tegen een lage prijs. Nadenken over markttiming -- aandelen proberen te kopen op dieptepunten -- heeft volgens hem geen enkele zin. In de tweede helft van de jaren negentig maakte hij daar een studie over. Daaruit bleek dat een belegger die tussen 1965 en 1995 elk jaar 1000 dollar investeerde op het dieptepunt van de beurs dat jaar -- de perfecte markttiming -- een gemiddeld jaarlijks rendement van 11,7 procent realiseerde. Een belegger die elk jaar investeerde op het hoogtepunt van de beurs -- de slechtst mogelijke timing -- haalde een gemiddeld rendement van 10,6 procent -- amper 1 procentpunt minder. Volgens Lynch kunnen beleggers de tijd en de energie die ze besteden aan bespiegelingen over de markttiming, het beste spenderen aan de analyse van bedrijven. Negeer dus voorspellingen over de richting van de beurzen. Zodra u een goed bedrijf hebt gevonden, koopt u het aandeel en houdt u het bij. Telkens als de markt meer dan 10 procent zakt, raadt Lynch aan de positie te verhogen -- tenminste als de fundamenten van de onderneming ondertussen niet zijn gewijzigd. De favoriete aandelen van Lynch zijn kleine, snel groeiende bedrijven die noteren tegen een redelijke prijs. Die aandelen leveren de grootste koerswinst op, maar brengen ook risico's met zich. Het is dus belangrijk de strategie van de onderneming om de winst te doen groeien te controleren. Volgens Lynch zijn er vijf manieren om meer winst te maken: de kosten verlagen, de prijzen optrekken, nieuwe markten aanboren, meer verkopen op bestaande markten en een verlieslatende tak verkopen. Hoe beter een belegger de onderneming en de sector kent, hoe beter hij de haalbaarheid van het plan kan inschatten. Heeft de onderneming geen haalbaar plan, dan wordt het aandeel geschrapt van de kooplijst. De volgende vraag is of de onderneming redelijk gewaardeerd is. Om dat te bepalen, berekende Lynch de verhouding tussen de koers-winstratio -- de verhouding tussen de koers van het aandeel en de winst per aandeel -- en de som van de winstgroei en het dividendrendement. Is die verhouding hoger dan 1, dan is het aandeel te duur. Pas als de verhouding onder 0,5 zit, beschouwde hij het aandeel als koopwaardig. Tip 1. Beleg op lange termijnBeleggers moeten ervoor zorgen dat hun beleggingshorizon lang genoeg is. Beleggen in aandelen met een horizon van één of twee jaar is als gokken in een casino, vindt Lynch. Tip 2. Koop alleen aandelen die je kentKleine beleggers raadt Lynch aan enkele aandelenfondsen te kopen en zich daarnaast te concentreren op drie à vijf individuele aandelen, die ze door en door kennen. Tip 3. Macro-economische voorspellingen zijn waardeloosLynch hecht weinig belang aan macro-economische voorspellingen. Die slaan volgens hem meestal de bal mis. Niemand heeft bijvoorbeeld het recessiejaar 1982 kunnen voorspellen. "Als je per jaar 13 minuten spendeert aan macro-economische voorspellingen, heb je 10 minuten van je tijd verspild." De Amerikaan John Templeton maakte naam met het Templeton Growth Fund, waarmee hij in de jaren 1954 tot 2000 een gemiddeld jaarlijks rendement van 15 procent haalde. Volgens Templeton kunnen enkel beleggers die zich baseren op de fundamentele analyse van bedrijven echt succesvol zijn op de beurs. In technische analyse geloofde hij niet. Hij raadde beleggers aan zich nooit over te geven aan angst of pessimisme, en een voldoende lange beleggingshorizon te hanteren. Zelf hield hij zijn aandelen gemiddeld zeven à acht jaar bij. Templeton was altijd op zoek naar ondergewaardeerde aandelen, en vooral naar waarden die door beleggers werden genegeerd. Zo kocht hij Duitse aandelen in de jaren vijftig, Japanse aandelen in de jaren zestig en Canadees vastgoed in de jaren zeventig. Hij kocht Ford-aandelen toen het bedrijf in 1987 failliet ging, en sloeg aandelen van vliegtuigmaatschappijen in net na de aanslagen van 11 september 2001. Begin 2000 verkocht hij al zijn technologieaandelen, om daarna short te gaan op technologieaandelen. De dotcomcrash leverde hem enorme winsten op. De zes regels van John Templeton worden vandaag nog altijd in ere gehouden bij Franklin Templeton Investments, het fondsenhuis dat hij mee heeft opgericht. Regel 1. Houd rekening met de inflatieTempleton vond dat beleggers te veel geld stopten in obligaties en kasbons, die nauwelijks rendement bieden om de inflatie te compenseren. Regel 2. Speculeer niet, maar investeerDe beurs is geen casino, een belegger mag zich dus niet gedragen als een gokker. Wie geld in een aandeel stopt, moet zijn huiswerk maken. Regel 3. Zoek goedkope kwaliteitsaandelenGeen enkele onderneming, hoe goed ze ook is, is een huizenhoge prijs waard. Regel 4. Investeer niet op basis van macro-economische vooruitzichtenDalende beurzen lopen niet altijd samen met recessies. Sommige aandelen doen het zelfs goed als de markten dalen. Regel 5. Verkoop niet net na een correctieDe enige aanvaardbare reden om een aandeel net na een crash te verkopen, is er een aantrekkelijker aandeel voor in de plaats te kopen. Regel 6. Start altijd met een gebedBidden maakt een mens rustig en doet hem helderder nadenken. Zo maken beleggers minder fouten. MATHIAS NUTTINAan een pure gok op groei, zoals Buffett deed met Coca-Cola in de jaren tachtig, waagt hij zich vandaag niet meer. "Als je per jaar 13 minuten spendeert aan macro-economische voorspellingen, heb je 10 minuten van je tijd verspild" "Geen enkele onderneming, hoe goed ze ook is, is een huizenhoge prijs waard"