Heel wat multinationals hebben zich hier lang thuis gevoeld. Als de economische motoren van Vlaanderen brachten zij massa's banen en veel welvaart. Dat wordt nu blijkbaar voltooid verleden tijd. De schok van de sluiting van Ford Genk volgde kort na die van Opel Antwerpen. En vele andere filialen van multinationals herstructureren. Voeg daarbij de lage investeringen van de jongste jaren en we kunnen spreken van een ernstige crisis. De multinationals vertrekken. De autoassemblage is al grotendeels weg, de chemie dreigt te volgen.
...

Heel wat multinationals hebben zich hier lang thuis gevoeld. Als de economische motoren van Vlaanderen brachten zij massa's banen en veel welvaart. Dat wordt nu blijkbaar voltooid verleden tijd. De schok van de sluiting van Ford Genk volgde kort na die van Opel Antwerpen. En vele andere filialen van multinationals herstructureren. Voeg daarbij de lage investeringen van de jongste jaren en we kunnen spreken van een ernstige crisis. De multinationals vertrekken. De autoassemblage is al grotendeels weg, de chemie dreigt te volgen. De concurrentiekracht van onze bedrijven is de jongste jaren sterk achteruitgegaan. Voor multinationals, die gemakkelijk kunnen vergelijken tussen hun vestigingen in verschillende landen, wordt het duidelijk dat wij ons niet meer differentiëren en niet langer uitmuntend zijn. Vele filialen van multinationals verliezen bijgevolg hun elan en spelen in hun concern geen hoofdrol meer. Dat het zover is kunnen komen, heeft veel te maken met een falend overheidsbeleid. Almaar meer lasten, in de vorm van hoge loon- en energiekosten, kwamen tegenover almaar minder rechtszekerheid en flexibiliteit te staan. Het gevolg is een groot verlies aan concurrentiekracht en jobs. Dat we dat nog niet zo sterk aanvoelen, komt vooral omdat de overheid veel gesubsidieerde arbeidsplaatsen creëerde. Maar net door die bewuste keuze staan wij nu in Europa aan de kop voor het aandeel van de personeelskosten in de overheidsuitgaven, en tegelijk aan de staart voor overheidsinvesteringen in structurele verbeteringen zoals infrastructuur, logistiek en onderwijs. En door het uitblijven van structurele veranderingen blijven onze overheidsuitgaven en onze staatsschuld jaar na jaar stijgen. Met echte hervormingen en besparingen moeten we inderdaad nog beginnen, zoals de Europese Commissie onlangs andermaal beklemtoonde. Door de wirwar aan overheden, het schrijnende gebrek aan homogene bevoegdheden en de inertie van de permanente federale 'diplomatieke conferenties' gaan veel tijd en middelen verloren, en missen we de slagkracht en de focus die nodig zijn voor duurzame verbeteringen. Om dit enigszins te compenseren, toont de Vlaamse overheid een toenemend activisme en geeft zij de indruk alles zelf te willen en te kunnen bijsturen. Niets is minder waar. Initiatieven zoals een grotendeels door de overheidsadministratie gedragen Vlaanderen in Actie of Nieuw Industrieel Beleid produceren bergen aan goede voornemens, maar veranderen te weinig op de productievloer. De belangrijkste hefbomen voor het industriële beleid blijven federale materie. Regionale maatregelen komen meestal niet verder dan wat gesleutel in de marge. Nu ook de laatste ontkenners van de te hoge loonkosten in dit land -- veel te laat -- zijn bijgedraaid, is het de vraag wanneer de lasten op arbeid substantieel worden verlaagd. Niemand zit te wachten op nog eens een werkgroep; iedereen wacht op concrete maatregelen. Wij kunnen niet zonder industrie en niet zonder vestigingen van industriële multinationals. Deze bedrijven zorgen voor het fundament van de overheidsinkomsten, zijn de belangrijkste opdrachtgevers voor de dienstensector en zorgen voor meer dan 80 procent van onze export. Hun node keuze om hier een voor een weg te trekken, is de grootste bedreiging voor onze welvaart. Een zorgzame overheid kiest voor een industrievriendelijke politiek en voegt de daad bij het woord. Dan zullen ondernemingen zich hier weer thuis voelen. Dan zullen ze minder tijd verliezen met allerhande drukkingsgroepen en overlegorganen. Dan zullen zij ook meer tijd kunnen spenderen aan jonge, startende ondernemingen. Vele ondernemers van de babyboomgeneratie kunnen binnenkort rentenieren. Ze kunnen echter ook hun kennis en hun kapitaal investeren in de begeleiding van jonge bedrijven. Om dit aan te moedigen, doen we er goed aan te stoppen met het verguizen van multinationals en te werken aan een loyale omgeving waarin alle ondernemingen thuis zijn en waar kmo's zich gesteund weten om door te groeien tot ambitieuze, multinationale bedrijven. De auteur is expert in bestuur van vennootschappen en gasthoogleraar aan de KU Leuven.JOHN DEJAEGERNu ook de laatste ontkenners van de te hoge loonkosten zijn bijgedraaid, is het de vraag wanneer de lasten op arbeid substantieel worden verlaagd.